Zie ik al iets komen? Toch anders dan Scheveningen
Van Cádiz hebben we ons niets
voorgesteld. Uitvalsbasis..... Het blijkt een verrassende stad te
zijn. Vol geschiedenis, stadswallen aan zee met boulevard, poorten,
pleinen, mercado en flamenco. Het ligt op een uitstekend puntje land
aan de baai van Cádiz en ziet er aan de buitenkant uit als een fort.
Als zodanig is het ook gebruikt, o.a. tijdens de Napoleontische
invasie rond 1800. Cádiz was onneembaar. Het oudste gedeelte is
Middeleeuws, maar de charme van de stad zit voor ons in het gedeelte
wat in de 18e eeuw gebouwd is. Smalle straten, prachtige hoge huizen
met met patio's en kleine, uitstekende balkonnetjes, waarvan sommigen
op serres lijken. Mooie pleinen met oude bomen, terrasjes en
gratis wifi. We hebben Nederlandse buren en zij vertellen dat de stad
doet denken aan Havanna op Cuba. Dat is mooi meegenomen en scheelt
heel wat mijlen. Samen gaan we naar een Flamenco ballet in het
sfeervolle Falla theater. Er wordt gedanst en gezongen. Ik val voor
de prima donna van de Flamenco – een leeftijdsgenote – wat een
power! De buurvrouw voor het zingen “ vooral
een tweezang was ongelofelijk doordringend, intens en bijna te
pijnlijk om aan te horen. Het leed van de hele wereld leek erin terug
te komen en dat is veel......“ schrijft zij op haar blog. Met alle emoties een erg
fijne avond.
Binnentuin van het Alcazar
De dagen daarna trekken wij door
Andalusië. Via Jerez naar Sevilla. Daar kunnen we onze draai niet
vinden, we zijn er te kort, de stad is enorm en het aantal toeristen
ook. Voor het Alcazar en kathedraal zijn zulke lange wachtrijen dat
we alleen het Alcazar kunnen bezoeken. Dat is wel erg mooi en
indrukwekkend! De toeristische Flamenco shows die aangeboden worden
slaan we over, nog helemaal in de ban van de voorstelling in Cádiz.
Het leukste vinden we nog het cafeetje Rodrigues vlakbij het hotel,
waar de baas achter de bar de bestellingen in het Gregoriaans
doorzingt aan de keuken. “Een gebakken broodje met kaahaas”
klinkt dan opeens heel anders. Er zitten alleen mensen uit de buurt
en sommigen komen binnen en krijgen gelijk hun koffie zonder te
hoeven bestellen.
De dagen daarna bezoeken we in de buurt
van Marbella/Malaga twee stellen vrienden die verhuisd zijn naar
Spanje. Ton en Helga hebben in Ojén “La posada del Angel” een
super leuk hotelletje in de bergen. Het is maar 8 km bij Marbella vandaan,
maar een wereld van verschil. Een plek om tot rust te komen en
de omgeving te ontdekken.
Dorpsplein in Ojén, de luifeltjes zijn van Diego
's Avonds eten we op het pleintje van Ojén wat er die dag gekookt is bij Diego. Spaanser kan je het bijna niet
krijgen. We drinken nog een zelfgemaakte Limoncello op de patio van het hotel,
onder de citroenboom en varens. Ton geeft me het recept voor de Limoncello en ik zie eindelijk een zonnige toekomst voor de liters
Vodka die we nog aan boord hebben van onze reis naar Rusland vorig
jaar. Er komen nog meer oude bekenden uit onze studietijd en
gezamenlijk we vieren Roel's verjaardag, mét appeltaart en
visrestaurant in oud Marbella. Dat is dan weer erg Nederlands
gezellig. Een heerlijke mix dus.
olijven voorbereiden in de buitenkeuken
Onze andere vrienden wonen in een Finca
(buitenhuis) verderop. Erheen rijdend zien we van dichtbij hoeveel
hectare bos er verwoest is door de branden van een maand geleden. Ton
vertelde dat er hier en daar al weer groene blaadjes aan de bomen
komen, gelukkig maar: Wat een woestenij laat zo'n brand achter. Op de
Finca genieten we van elkaars gezelschap, heerlijk eten, tuin met zwembad en uitzicht
op het berglandschap. In de olijfgaard om het huis staan ook
tafel-olijven en ik pluk een mandje vol en leer ze zelf inmaken. Mijn
eerste brouwsels staan nu op de boot te rijpen, minstens een maand
wachten voor de eerste proefjes. Ik ben zo benieuwd!
Op de terugweg rijden we door de bergen
van de Sierra de las Nievas en de Sierra de Cádiz. Adembenemend,
soms letterlijk, wat een prachtig stuk van het land. We stoppen in
Ronda, waar we het Casa dom Bosco bezoeken, het terras heeft een spectaculair uitzicht
op de kloof en de bergen. Op weg naar Arcos nemen we een verkeerde
afslag en komen we via een bloedstollend weggetje in Montejaque. Als
je niet gevonden wilt worden zou ik daar gaan wonen. Er zit niets
anders op dan dezelfde weg terug te nemen: het loopt dood.
Sierra de las Nievas
We zijn nu toch laat, een bezoek aan
Ikea en de bouwmarkt van Jerez kunnen er nog wel bij. Het leven moet
ook gewoon doorgaan, maar wat kost het veel energie vergeleken met de
natuur en het rijden door de bergen.
In Cádiz hebben we problemen met het
vinden van de goede medicijnen. De ziekenhuis apotheker is ronduit
weigerachtig om ons te helpen. We hebben een verschillende aanpak hoe
daar mee om te gaan en het geeft stress. Gecombineerd met vermoeidheid?
Irritaties die we hebben laten liggen? Het leven op een paar
vierkante meter? Het spettert even behoorlijk en we zijn allebei van
slag. We blijven een paar dagen in Cádiz om weer tot onszelf en
elkaar te komen. Veel ruimte, sms-jes en afspraakjes op terrasjes in
de stad later, zijn we weer waar we waren, misschien wel iets verder
dan dat, gelukkig! Met de medicijnen is het ook goed gekomen, zij
het helemaal op eigen kracht.
Het gezelschap wat optreedt in Merced
Verderop aan de steiger ligt een boot uit Argentinië
waarmee het klikt en samen gaan we op de laatste avond naar een
voorstelling in Merced, het Flamenco centrum van de gemeente. Erg
moderne, kunstzinnige Flamenco dans en muziek. Ik heb vooral plezier
in de gezichten van de Spaanse dames om ons heen, die volgens mij
meer gesteld zijn op een traditioneler voorstelling. Als er na een
Senegalese djembé een didjerido aanschuift met de bekende winderige
geluiden op Flamenco ritme hébben ze het niet meer.
Een afzakkertje met dans in de
Pena de Flamenca La Perla de Cádiz – een soort clubhuis van een locale flamenco vereniging – maakt de avond compleet.
Tussendoor
vertellen onze buren over Argentinië, het leven, corruptie, hun
kinderen die er een toekomst opbouwen ( niet makkelijk) en prachtige
natuur. Dat krijgen we allemaal nog. Volgend jaar gaan zij de zelfde
route varen als wij de komende maanden dus we houden contact.
Al met al een fijne afsluiting van onze
weken in Cádiz. De wind staat goed voor Marokko, het is tijd dat we
het vasteland van Europa gaan verlaten.
Bijzondere architectuur in Sevilla
Met uitzicht op de koninklijke slaapkamer
entree naar de ontvangstruimte voor de ambassadeurs Alcazar
Café Rodrigues "drie tapas van de daa-ag"
Lekker vis eten in Marbella
de entree la Posada del Angel
Bijzondere gast op de Finca
Uitzicht van Casa Dom Bosco, Ronda ligt rechts
ook "dagelijks" werk: plastic in de buitenwater aanvoer
Wat doen we nu de hele tijd? Een vraag die wij onszelf ook stellen, want de dagen vliegen voorbij. Hoe zit dat?
De laatste twee weken hebben we 8 dagen gevaren, in totaal 300 mijl (rond de 540 km). Het betekent ook dat we 8 keer in een nieuwe plek aankomen. Daar begint, met bijboot en te voet, de zoektocht naar de heilige 3B's: de bakker, de bank en de bar (de laatste gecombineerd met internet). Dat neemt snel een halve dag in beslag. In de bar komen we regelmatig iemand tegen die een tip heeft, een praatje maakt, wat we moeten zien etc. Dit is de basis en erg leuk om te doen.
Fort boven de haven van Sines, met bar en internet
Alle dingen waar je normaal niet over na denkt als water, gas, diesel of een wasmachine, het zoeken is voor ons een dagelijkse bezigheid. Ook klussen aan de boot hoort hierbij. Hier gaat aardig wat tijd in zitten en is niet altijd leuk maar hoort erbij.
Het voorbereiden van de zeildagen, het ophalen van weer- en windkaarten op het web, waar kunnen we ankeren/aanleggen, wat zijn de gevaren op de route etc. Het vooruit kijken waar we over een maand zijn, of over 3 maanden. We lezen nu al over Marokko en Canarische eilanden, in de reisgids en de vaargids. Dit is de kern van onze reis en heerlijk om hiermee bezig te zijn.
Tussendoor wandelen langs verlaten stranden naar uitgestorven dorpjes, lekker eten halen in de overdekte markten die in alle stadjes te vinden zijn, ervaringen uitwisselen met andere zeilers, vaak samen wat eten en drinken. Bij elkaar is dit al meer dan twee weken.
Dat er nog tijd overblijft voor het blog!
Cabo Sao Vicente, uiterst Zuid West puntje van Portugal
De reis van Lissabon langs de Zuid Portugese kust varen we vooral op de motor. Om ons heen niets dan hoge luchtdruk en zon. Er is soms wel wat wind en dan proberen we te varen met de halfwinder, een enorm voorzeil van heel licht zeildoek in de kleuren van de regenboog. Aan het eind van de middag is er vaak meer wind door de opwarming van het land, maar dan liggen wij alweer voor anker in een baai of haven. In donker varen is er niet bij door alle onverlichte visnetten die uitstaan langs de kust. In de middag komen we veel zeevogels tegen die aan het vissen zijn. Vooral de grote Jan van Genten maken er een show van door zich van een meter of 30 loodrecht in zee te storten. Een paar keer hebben we dolfijnen om de boot, dat blijft een feest!
Herfst in Portugal, alles bloeit maar door......
We kunnen goed merken dat we zuidelijker komen en dat het herfst is, in ieder geval op de kalender. Het wordt pas licht rond 8 uur 's morgens en 's avonds om 8 uur is het weer donker. En heel aangenaam, de nachten zijn koeler,
Zuid Portugal is prachtig. Dat vinden wij, maar kennelijk zijn we niet de enigen. De hele kust ziet wit van het ene prachtige hotel en appartementen complex na het andere. Niet alle complexen zijn verkocht, ze wachten geduldig af tot de crisis overwaait.
Onvrijwillige droogval stage bij Alvor
Om te varen is het een paradijsje. Bij de riviermondingen zijn een soort lagunes ontstaan, duinen aan de kant van de zee met ondiepe binnenmeren achter de eilandjes waar we heerlijk voor anker kunnen liggen. Geen deining en prachtige natuur. Rekenen aan het tij blijft lastig in zo'n waddengebied Onze kiel is bijna 2 meter diep en een inschattingsfout zorgt ervoor dat we bij Alvor met laag water hoog en droog op het zand liggen. Gelukkig geen schade en kans om het onderwaterschip te inspecteren, maar toch een andere plek gezocht met hoog water.
In Portimao wonen Ep en Bea en we genieten een weekend van hun gezelschap, de omgeving en het lekkere Portugese eten. We wandelen bij Monchique, met 900 meter de hoogste top van de Algarve. Erg gezellig.
Vissers bij Olhao, dit is een grote boot, meestal zijn ze kleiner
Het eilandje Culatra bij Olhao heeft een speciaal plekje in ons hart. Een en al zand en strand, een vissersdorpje van semi-legale kleine huisjes in een soort zandbak. Geen auto's of wegen. Als er iets vervoerd moet worden doen ze dat met stok en stok oude tractoren. Modellen die 40 jaar geleden bij mijn vader in de schuur stonden. Roest kennen ze niet hier. Hoe mensen leven zie je altijd aan de middenstand. In het dorp zijn wel 10 cafetjes, een dorpshuis en 1 piepkleine supermercado. De sfeer is erg ontspannen. Na het dorpje lopen we over een houten wandelpad door de duinen naar het strand. Er is bijna niemand. Naast het vissersdorpje liggen 20 catamarans en andere boten met weinig diepgang, soms in het water soms drooggevallen. Zij wonen daar! Gestrande zeilers, om het zo maar te zeggen. Wij hebben nog geen behoefte om daarbij te horen!
Culatra: Strand en zee
Op de ankerplek liggen Blabber en Nostress, Nederlandse vertrekkers van dit jaar, net zoals wij. Het is erg leuk om met hen te kletsen over plannen en ervaringen. We varen een stuk gezamenlijk op tot zij afslaan naar Marokko en wij nog even doorvaren naar Zuid Spanje.
We nemen afscheid van Portugal, we hebben heerlijke weken gehad hier. Wat een fijn land, prachtig weer en vooral vriendelijke mensen. We hebben volop kunnen genieten van onze bijdragen aan de Europesche Unie in de vorm van EU gesubsidieerde havens en faciliteiten. Wel grappig dat we voor het gebruik nogmaals mogen betalen, maar ze kunnen het vast goed gebruiken.
Houten wandelpad door de duinen, met vloed staat er water
De afgelopen twee weken hebben we
Lissabon en omgeving onveilig gemaakt. Lissabon is gebouwd op 7
heuvels, met iedere wijk een eigen 'centrum'. De kaart lijkt niet
altijd op wat het is in werkelijkheid. Wat vlak bij elkaar ligt, is vaak gescheiden door steile straatjes. Dé manier om rond te reizen
is met het openbaar vervoer en dan speciaal met de oude trammetjes.
Met de tram door de stad
Lijn 25 en 28 gaan dwars door de stad, zijn leuk én druk, want ze
staan in de top 10 van iedere reisgids. Er zijn ook
een paar liften, waarvan er één gebouwd is door Eiffel. Deze lift
is prachtig om te zien met bovenop een spectaculair uitzicht. Het
duurt wel even voor we de stad een beetje doorhebben. Lia en Evert,
mijn zus en zwager, zijn op bezoek en het is gezellig om met hen op
verkenning uit te gaan. We genieten ervan!
Heerlijke taartjes!
We hebben natuurlijk veel dingen gedaan
en gezien die in de lijstjes staan. Hoogtepunten waren: het Jeronimus
klooster in Belem, het Pena Paleis en tuinen in Sintra en het Santa
Maria klooster in Alcobaca. Ook eten in een Fado restaurant in Alfama
en s'avonds rondlopen in de oude wijk Barrio Alto, waar de juppen
stappen. Dit inclusief een taartjes-onderzoek wat we zelf uitvoeren in de vele pasteleria's. Pasteïs de Belem staat met stip
bovenaan: een warm, knapperig filodeeg buitenkantje, gevuld met een
luchtige vanillevla, bestrooid met suiker en kaneel.
In de voetsporen van de dino's
Buiten de gebaande paden is de
wandeling door een stukje van de Serra de Aire,100 km ten noorden van
Lissabon. Daar hebben Sauropod dinosauriërs 175 miljoen jaar geleden
door de modder gelopen. Van hun wandeling zijn, over een lengte van147
meter, sporen bewaard gebleven in fossiele vorm.
Sommige afdrukken van
de Sauropod's achterpoten zijn bijna een meter in doorsnee. De
afdrukken van de voorpoten zijn kleiner en hebben een nagelafdruk aan
de duim. Wat toen een modderig meertje was, is nu opgedrukt door
de werking van de aardkorst in een hellend vlak. De bovenlagen
kalksteen zijn in een steengroeve afgegraven, waarna de stappen
tevoorschijn kwamen. Het is een bijzondere ervaring om zo met een
dinosauriër op te lopen. Onbegrijpelijk om 175 miljoen jaar te
overzien, flintertjes van een lang voorbij tijdperk.
Sauropod
Het is stil aan boord als Lia en Evert
weer weg zijn. Roel pakt zijn kluslijst weer op en ik lees over de
geschiedenis van Portugal in “The first global village, hoe
Portugal de wereld veranderde” van Martin Page. De “global
village” is een redelijk recente term voor een wereld die door
wegvallende barrières steeds meer op een dorp gaat lijken. De
Portugezen hebben een sleutelrol gespeeld in de ontsluiting van de
wereld, dit dankzij de mix van Arabieren, een levendige Joodse
gemeenschap en de invloed van het christendom. In dat brandpunt van
kennis zijn de Portugezen in de 15e en 16e eeuw op pad gegaan en
hebben een handelsimperium opgezet in en mét Afrika, India, Zuid
Amerika, Azië, China en Japan. Hun zeevaarttechnieken waren
vooruitstrevend, de rijkdom aldus vergaard onvoorstelbaar. De routes
waren strikt geheim en de andere naties hadden het nakijken.
Monument van de ontdekkingen in Belem
De
Nederlander Jan Huygen van Linschoten was een aantal jaren klerk van
de Portugese aartsbisschop in India en kopieerde geheime kaarten en
aanwijzingen. In 1596, na 20 jaar “spionage”, kwam hij terug naar
Nederland en publiceerde zijn veelomvattende Itinerario. Direct werd
het eerste schip uitgerust om naar Java te varen, van waaruit vele
Portugese nederzettingen in de Oost veroverd werden en in 1602 werd
de VOC opgericht. De geschiedenis van Portugal wordt gekenmerkt door
grote hoogten maar ook dieptepunten waarin het land bijna failliet
was. Dat laatste maar al te vaak door mismanagement en zelfverrijking
op grote schaal door koning, kerk of bezetter.
Jeronimus klooster in Belem
In het Jeronimus klooster, begin 1500
gebouwd als dankbaarheid aan God voor de behouden terugkeer van Vasco
de Gama, is een tijdsbalk getekend van de geschiedenis van het
klooster in relatie tot enerzijds Portugal en anderzijds de wereld.
Ik vind het opvallend, dat daar ook gebeurtenissen op staan van ver
buiten Europa: Chinese keizers die aantreden, gebeurtenissen in
Rusland, Zuid Amerika etc. Het is een klein voorbeeld van hoe
internationaal Portugal (nog steeds) georiënteerd is.
Doordat we zo langzaam reizen en ook
langere tijd in één land zijn, vallen de puzzelstukjes meer in
elkaar tot een completer beeld. We zien de geschiedenis en door te
lezen en te reizen vult het elkaar aan. Aardig ook om te zien hoe
geschiedenis door ieder land anders 'beleefd' wordt.
Het Rossio plein. Uitzicht over de stad vanaf de Eiffel lift
Nog even een lichtere noot. Het
internet is zo goed dat we via Youtube naar de film 'A Lisbon Story'
van Wim Wenders kunnen kijken: echt een aanrader om een sfeerbeeld te
krijgen van Lissabon. Ik doe een “trailer” van de film in het
blog, Met het prachtig lied over Alfama, de volkswijk van Lissabon
waar de Fado ontstaan is, gezongen door Madredeus. Er staat meer
fijne muziek van hen op Youtube.
Het weer en temperatuur zijn weer
heerlijk, na een paar dagen wat minder weer. Ik zou hier nog wel
langer willen blijven, maar de zee trekt ook weer. We kijken uit naar
meer natuur en ankeren.
Is Nederland anders dan België? Of dan
Duitsland? En merk je dat gelijk als je de grens overgaat? Ik
herinner me nog de teleurstelling van mijn eerste keer naar het
“buitenland”. Mijn vader reed de grens over met België en er
gebeurde niets, alles was hetzelfde.
De overgang van Spanje naar Portugal
aan de Atlantische kust is anders. De hoge rotsachtige kust van
Spanje gaat bij de grensrivier de Guardia over in duinlandschap met
eindeloze stranden en pas in het achterland hogere gedeeltes.
zonsondergang over de Douro in Porto
Zo afwisselend als het zeilen in
Galicië was, zo saai is de Noord Portugese kust. Alsmaar Zuid,
vrijwel geen ondieptes of rotsen en ook geen bevaarbare rivieren. We
liggen dus in jachthavens, vaak gecombineerd met aanvoerhavens waar
de grote schepen binnenlopen. Het strand steeds vlakbij dat wel, maar
met een water temperatuur van net 16 graden niet echt lekker om te
zwemmen. De warme golfstroom komt hier kennelijk niet meer langs.
Zouden de bewoners dan wel op de
Spanjaarden lijken? Ook niet. De Spanjaarden waren zeker niet
onvriendelijk, maar wel gereserveerd. De Portugezen zijn uitgesproken
vriendelijk en nieuwsgierig. Ze spreken ons aan, bieden hulp, zoeken
dingen voor ons op etc. Bijna iedereen spreekt wel wat Engels, Duits,
Frans of Spaans, en sommigen zelfs heel goed. Sommige oudere
Portugezen die we spreken hebben in Nederland of Duitsland gewerkt.
Gelukkig maar, want ik versta van het Portugees geen klap. Zij
verstaan mijn Spaans wel en als ik Portugees lees gaat het ook
redelijk goed. Samen komen we steeds een heel eind.
Heerlijk eten, afgekeken van de buren
Het eten is ook heel anders. In Galicië
had je rustig 10 restaurants op rij met exact dezelfde kaart, en op
dezelfde manier klaargemaakt. Hier hebben we weer een kaart waar we
op kunnen puzzelen en uitproberen. Vaak kijken we wat de buren eten
en wat er goed uitziet. Soms gaat ook dat mis: in een restaurant
aanbevolen door de Lonely Planet reisgids zitten alleen
mede-toeristen te stuntelen net als wij. Niets af te kijken dus. We
krijgen een bordje vleeshompjes vol met botjes ipv de entrecote die
we voor ons zagen. Aan het eind van de avond komen er Portugezen en
ik vraag de buren wat ze eten, zodat we de volgende keer zelf kunnen
bestellen. Daar willen ze niets van weten, er wordt een bord
aangerukt en opgeschept zodat we kunnen proeven: heerlijk! Als ze
vragen of we ook hun wijn willen delen gaat dat wat ver. Voor ons
dan, misschien voor hen weer niet, maar we slaan het toch af.
Van harte gefeliciteerd!
In de haven worden we uitgenodigd op
een verjaardagsfeestje van een van de vissersbootjes. Er zitten wel
10 man op met taart, “champagne” en koffie met zelfgebrouwen
grappa toe.
Ik mag dat laatste overslaan maar Roel, als man,
natuurlijk niet. Het is leuk om met ze te praten (Engels) over werk,
leven, opgroeiende kinderen enz. Het valt me op dat veel van de
kinderen in het buitenland wonen en werken, of geëmigreerd zijn. Ook
hier sommigen die na hun studie geen werk hebben. Portugezen zijn erg
internationaal georiënteerd. Daarnaast zijn ze heel geïnteresseerd
in hoe wij reizen en wat we gaan doen. Als we de haven uitgaan de
volgende dag, liggen ze buiten te vissen en worden we uitgezwaaid
alsof we vrienden zijn.
De Portugezen zijn vol of over
Nederland: vriendelijk, zo goed als wij dingen regelen, hard kunnen
werken en sparen. Wat is het verschil? In Portugal zijn we te
flexibel zeggen ze, we nemen het niet zo nauw. Net zoals in Ierland
ook hier weinig vertrouwen in de politiek.
miljarden liters in de opslag van de port huizen
De kust mag saai zijn, het binnenland
biedt genoeg om te compenseren. 2 dagen brengen we door in Porto met,
dat spreekt voor zich, Port proeven. Roel doorziet de marketing
strategieën onmiddellijk, dus we houden ons in wat kopen betreft.
Maar wel toeristje spelen met een boottochtje op de Douro, een 'port
met fado' avond en een lunch in een van de nauwe straatjes in de
Ribeira wijk aan de rivier.
Voor mij is het hoogtepunt van Porto de
rondleiding door het Casa da Musica, ontworpen door onze landgenoot
Rem Koolhaas. Het gebouw moest de stad inspireren als het Gugenheim
in Bilbao of de Erasmusbrug in Rotterdam en geopend worden in het
jaar dat Porto culturele hoofdstad van Europa was. Het werd maar 4
jaar te laat opgeleverd. Er was helaas geen concert deze week, dat
was een mooie aanvulling geweest.
Casa da Musica, centrale hal
Het ziet er van buiten uit uit als een
groot, hoekig wit rotsblok wat uit de lucht is komen vallen. Dat
wordt versterkt door een golvende stenen vlakte van geel travertin om
het gebouw heen. De verrassing zit van binnen: prachtige ruimtes,
waarbij de muren heel strak zijn gecombineerd met golvende glazen
wanden en decoraties. De grote zaal is het mooiste is, zoals dat
hoort. De wanden zijn van gelakt hout met golvende banen goud en
prachtig meubilair. Spectaculair zijn de golvende glazen wanden aan
de voor en achterzijde van zaal, waardoor je vanuit de zaal over het
orkest heen de stad inkijkt. Een grappig detail vind ik de twee
orgels die er hangen. Een Barok orgel en één uit de Romantische
tijd: ze zien er prachtig uit, maar ze zijn leeg. Het geld was op aan
het eind van de bouwperiode (lees: het budget was ver overschreden,
dat komt dus ook in Portugal voor) maar de orgels waren essentieel
voor Koolhaas en de akoestiek. Wie niet sterk is moet slim zijn, de
orgels wachten nu alleen nog op een gulle gever voor de echte
orgelpijpen.
Nog zo'n detail: in het oude Casa da
Musica was een oppaskamer zodat ouders met kinderen toch naar het
concert konden. In dit ontwerp grenst de kinderkamer aan de grote
zaal. Weer met zo'n golvende glaswand, een paarse snoezel-inrichting
met sterrenhemel, veel kussens en de kleintjes kunnen via boxen vast
meegenieten van de muziek.
Universiteitsplein, met uitzicht op de rivier. Rrechts de bibliotheek
Vanuit Figuiera da Foz gaan we twee
dagen naar Coimbra. Gesticht door de Romeinen, lange tijd in handen
van de Moren, hoofdstad van Portugal in de 12e en 13e eeuw. Met één
van de oudste Europese universiteiten opgericht in 1290. We bezoeken
de oude universiteitsgebouwen met als hoogtepunt de Bibliotheca
Joanina. Wat een prachtige zaal, met metersdikke muren voor een
gelijkmatige temperatuur en een ongelofelijk mooie inrichting.
Houtsnijwerk, bladgoud, prachtige tafels en boekenkasten vól tot het
plafond. De studenten aan de oude universiteit houden hun Mores
(regels) in ere. Ze wonen in republica's (studentenhuizen) en we zien
ze rondlopen in hun zwarte pakken (of rokjes) met lange zwarte capes.
Van deze tijd is dat je op de capes allerlei insignes naait van waar
je mee bezig bent, welke richting je studeert etc. En dat met deze
temperaturen......
's Avonds gaan we naar een Fado
voorstelling in een kleine oude Capella. Het is een sfeervol concert,
met 3 muzikanten en een mannelijke zanger. Fado hoort bij Lissabon en
Zuid Portugal. Coimbra is het meest Noordelijk waar Fado gezongen
wordt, hier bijna altijd door mannen. Als de zanger een lied zingt
over vrienden (dat was géén Fado, maar wat het verschil is?),
zingen de Portugezen om ons heen zachtjes het refrein mee. Ik krijg
er kippenvel van zo mooi is het. Ik zoek het op bij You Tube zodat
jullie kunnen meegenieten. Trás outro amigo tambem (Neemt ook andere
vriend mee). Zeca Afonso schreef allerlei protestliederen aan het
eind van het Salazar regime, dus wellicht heeft dit lied ook een
diepere betekenis, dan ik in eerste instantie uit de tekst haal.
Afgelopen weekend in Frankrijk een
reünie van ons bestuur uit 77/78 van de studentenvereniging
SSR-Rotterdam. Echt gezellig om even met oude vrienden in het
“Nederlandse” te zijn.
En nu zijn we in Lissabon tot eind
september. Genoeg te zien en te doen, maar daarover later.
Op de Ria Pontevedra ankeren we net buiten Combarro, een oud vissersplaatsje achterin de riviermonding. Het weer is prachtig en we genieten erg van het buitenleven. Omdat we zover westelijk zijn en Spanje zich aan de Europese tijd houdt, is de zon pas op haar hoogste punt om half drie 's middag. Ook ons leven past zich daaraan aan. Wij staan wat later op, vanaf 2 uur houden we ons rustig en om 5 uur begint het leven weer. En 's Avonds eten we rond 9 uur zonder dat we daar moeite voor hoeven doen.
schelpenvisser bij Combarro, Ria Pontevedra
Omdat we in ondiep water liggen, zoals bij Muros, zijn er 's morgens weer veel vissers in de weer. Het dringt nu pas tot mij door dat wat wij aanzien voor vissers eigenlijk schelpenzoekers zijn. Er lopen er wel 150 op de net ondergelopen slikken achter de boot. Ik ben erg benieuwd wat ze vangen en we varen er met de bijboot naar toe. De visservrouw vindt het leuk dat we even langskomen. Ze gaat met een grote hark met een mandje eraan vast door de bodem, haalt dat op en sorteert de goede schelpen: veel kokkels (berberechos) en half zoveel platschelpen (almeida's) en de mossels gaan terug de zee in. Ik vraag of het zwaar werk is? "Dat is het zeker" zegt ze, "vooral voor je onderrug om de hark met mand omhoog uit het water te tillen" en toont haar respectabele spierballen. Er wordt alleen op schelpen gevist bij laag water en als het licht is, dus zo'n drie uur per dag en ze vissen het hele jaar door. Of we de schelpen kunnen kopen? Nee, zij vist voor een handelaar aan de overkant van de baai. Jammer! 's Avonds eten we toch spagetti met Almeida's en voor ons zijn het de schelpen van de vissersvrouw.
Lekker lezen op het droge
Het is net feest geweest in Combarro. Eigenlijk is het overal feest waar we maar komen: wijnfeest, heiligenfeest, vissersfeest en in Combarro vieren ze dat ze 40 jaar geleden aangewezen zijn als historische binnenstad??? Het gaat dus minder om wat je viert, als je maar iets viert. Als er feest is wordt er de hele dag vuurwerk afgeschoten met grote knallen. Zo ook vorige week in Combado, waar een kleiner feest was, het wijnfeest was het hoogtepunt eerder deze zomer. Ze maken hier de Albarino wijn. Onze voorraad is aardig geslonken dus wij vullen aan. Van het toeristenbureau hebben we een lijstje van prijswinnaars van de wijnfeesten van de afgelopen jaren gekregen. Aan verkopers geen gebrek. Eentje lijkt een aardige bodega, dus we laten ons verleiden. Roel merkt al gauw op dat het een gladde verkoper is en we gaan dan ook met een paar mooie (en te dure?) doosjes naar huis. Onderweg zeggen we tegen elkaar dat wij, als wijnstadje, ook een wijnfeest zouden organiseren. Iedereen in de bodega kocht de prijswinnaars. Ik kijk nog eens naar mijn lijstje en zie dat er ieder jaar andere wijnhuizen prijswinnaars zijn. Dat is ook eerlijk verdeeld. Ach, wij hebben de Spaanse economie weer een beetje gespekt.
Binnenmeertje op het eiland Cies
Mijn Spaans begint weer een beetje bij te trekken en eenvoudige gesprekjes lukken aardig. Maar ik wil zo graag weten hoe de Spanjaarden nu de crisis beleven en daar is mijn Spaans bij lange na niet voldoende voor. Om ons heen zien we veel mensen buiten de deur eten en drinken. In de plaatsjes zien de huizen er goed uit, maar de krant schrijft toch wel sombere stukken.
Ik raak in gesprek met de jonge vrouw van toeristen bureau in Combarro. Ik schat haar dezelfde leeftijd als Jeroen en Anouk, zo rond de 25. Het is vroeg en nog erg stil dus beste even tijd om te praten. Zij vertelt dat 54% van de jongeren in Galicia werkloos is. Veel van haar vrienden zijn naar de grote steden of het buitenland vertrokken om daar werk te zoeken. In Galicia zelf is het bijna onmogelijk om werk te vinden en zij heeft erg geluk gehad met haar baantje. Ze heeft een universitaire studie achter de rug, evenals veel van haar vrienden zonder werk. Jonge mensen stagneren in hun leven, trouwen niet, kunnen geen huis betalen. Maar het ergste vindt ze dat de jongere kinderen ontmoedigt raken en niet eens aan een opleiding of studie willen beginnen. En zo beïnvloedt het ook de generatie na ons, zegt ze. Spanje kent geen bijstand. Volhouden en hopen op betere tijden, dat lijkt het devies te zijn.
Aan het eind van het gesprek geef ik haar een welgemeend compliment voor haar Engels, ze krijgt er een kleur van en daarna gaan we over naar haar werkterrein: de informatie.
Prachtig strand bij het eiland Cies
Na Combarro varen we door een luilekker land voor boten. Het is zo mooi: prachtige ankerplekjes, lekker weer, heerlijk zwemwater, alles op een uurtje varen. Het toppunt is het eiland Cies voorin de Ria de Vigo. Strand, heuvels, bomen, een zout binnenmeertje waar je bij hoog water allerlei vissen kunt zien en aan de buitenkant de rotsen en de woeste branding van de Altantisch oceaan. Echt geweldig. Ook voor mij, want er is een verhard pad over een mooi stuk eiland wat ik goed kan lopen: het eerste wandelingetje is een feit. Ook even zwemmen gaat goed. 's Avonds gooit een noordoost 5-6 pal op de ankerplek roet in het eten en we vertrekken alsnog naar Baiona.
Tegeltableau van de route van de Pinta en de Nina
In Baiona is in 1493 de Pinta aangelandt terug van de ontdekking van Amerika. Drie dagen eerder dan Columbus zelf, die in Lisabon aankwam, want de schepen hadden door storm verschillende routes. Ook dat wordt natuurlijk ieder jaar feestelijk gevierd. Wij zijn er met het "eind van de zomer feest". Ik haal een briefje onder een ruitenwisser vandaan: feest met paella, spare ribs en de Los de Barro band. Het toeristen bureau kan niet instaan voor de kwaliteit maar wil wel aanstrepen waar het is. Een kroegje aan een pleintje net buiten het centrum. Ik druf te wedden dat wij de enigen zijn die geen Spaans spreken. De sfeer op het plein is geweldig leuk, de paella wordt ter plekke klaargemaakt (ook erg leerzaam) en de wijn is vast Albarino. Het smaakt allemaal prima.
Paella maken in het groot op plein van Los Condos
De band heeft het erg naar de zin - met hulp van bier en wiet- en het publiek idem. Het gitaarspel is fantastisch, het klappen ook, de zanger bakt er niet veel van, maar weet het publiek heel goed te bespelen. Hij krijgt veel hulp, zelfs van zijn eigen moeder. We horen bekende en onbekende nummers, maar met alle teksten in het Spaans. Aan het eind van de avond komen de Spaanse "Marco Borsato" nummers en "Como yo te amo" (zoals ik van je houd) heeft een voorspelbaar refrein, wat zelfs voor ons te doen is. Het gaat door tot de Guardia Civil een eind komt maken aan het feest, nou ja ze willen nog wel een rondje lopen voor het laatste nummer. Iedereen gaat uit z'n dak. We hebben een super leuke avond.
De band "los del Barro"
Op de terugweg zien we waar alle toeristen gebleven zijn: op het gemeente plein is een podium met folklore dans en zit iedereen keurig op rijtjes stoelen netjes te klappen. Vast een activiteit met het gegarandeerde kwaliteitsniveau van het toeristen bureau.
De andere kant:
Tijdens de feest avond heb ik ook rondgekeken en gezien dat er veel flats te koop of te huur staan, dat er mensen naar het feest komen die niets eten of drinken de hele avond maar wel genieten van de sfeer en muziek......
De volgende ochtend gaan we nog even neuzen op de Pinta. Wat een klein schip! En die arme 26 bemanningsleden die buiten op het dek moesten leven en slapen, want onder het afdakje was voor de kapitein, de navigator en de matroos aan het roer. Slecht weer? Dan geen eten van het houtgestookte fornuis. Wat een enorme prestatie om met zo weinig hulpmiddelen zo'n reis te maken en niet te weten waar je heen zeilt. De mannen die terugkwamen waren helemaal door het dolle heen toen ze weer aan land kwamen en de bevolking net zo. De aankomst was dus grandioos.
"Land Ahoy" eindelijk!
We gooien los en varen bij gebrek aan wind op de motor richting Portugal. Het gebied van de Spaanse Ria's is een geweldig vaargebied, we hebben er van genoten. Het weer is allengs ook warmer geworden, het thermo-ondergoed ligt al ver achter in de kast. Wat zal Portugal ons brengen?
Jacomine