zondag 30 juni 2019

Klein geluk in God's pocket - juni


Na de heerlijke weken met Sharron is het stil aan boord en is ook onze vakantie voorbij. We hebben – zoals altijd – onderhoud te doen en dat proberen we te verdelen in de tijd. In Port Hardy bereiden we een paar schilder klussen voor: schuren en plamuren en nog wat kleine klusjes.
Voor het afwerken hoeven we daar niet te zijn, het is geen leuke plek om te liggen. We laten ons oog vallen op de kleine eilandjes net ten noorden van Vancouver eiland. Het ''God's Pocket Marine Reserve'' klinkt goed toch? We kunnen zelfs een stukje zeilen, maar al gauw draait de wind weer tegen en zelfs met stroom mee is kruisen niet aangenaam. De wind trekt aan en we ankeren snel in een piepklein baaitje zonder naam, wij noemen het Otter Cove, want er zwemmen zeeotters in het zeewier voor de ingang. Op weg naar de cove zijn we drie enorme zalmkwekerijen tegengekomen, en dat in een maritiem reservaat? 
Hoe zou dat werken? Canada heeft in tegenstelling tot Alaska gekozen voor zalmkwekerijen. Iedereen had er een goed gevoel bij, wel zalm en de wilde zalmpopulatie zou ontzien worden. In de praktijk blijkt dat de wilde zalmpopulatie de ziektes meekrijgt van de kweekzalm en daarmee de zalmrivieren in de nabijheid van de kwekerijen zienderogen achteruit gaan. Maar er wordt dik geld betaald voor de zalm en de lobby van de kwekerijen is super goed georganiseerd. Dus in het maritieme reservaat zijn de grenzen van het beschermde gebied hier en daar wat aangepast en kunnen de kwekerijen toch produceren.

De windvoorspellingen blijven NW 5 tot 7 dus we zoeken een beschut baaitje voor de komende dagen en het wordt Harlekijn Baai. Het is een zigzag route tussen rotsen en kelp naar binnen, maar dan liggen we ook prinsheerlijk in het kommetje. We hebben heerlijke dagen, al doen we eigenlijk niet veel bijzonders. Soms hebben we weken dat we van alles doen en beleven, deze weken zijn er meer van klein geluk.
Iedere dag wat werk, maar de rest van de tijd vrijaf. Een duikresort in de buurt heeft wandelingen uitgezet in het regenwoud waar we dankbaar gebruik van maken. Het is er prachtig, we zien een slangetje, kolibrietjes en volop bloemen van salal en dogwood, de late bessenstruiken. Iedere keer ontdekken we weer nieuwe dingen. 
Er is een wandeling naar Meeson Cone – 45 minuten staat er – maar wij doen anderhalf uur over een enkele reis. Het lijkt op een oude vulkaan krater en er is aardig wat klimwerk voor we aan de andere kant boven zijn. Daar genieten we van een mooi uitzicht over Vancouver eiland en Goletas Channel. Ook het vasteland kunnen we zien en er ligt nog volop sneeuw op de bergen van het kustgebergte. Af en toe een zeehond om de boot, altijd watervogels en er zitten grote adelaars vlakbij. Met laag water maken we kampvuur op het strand, de zon gaat pas zo laat onder dat het niet echt donker wordt en dat geeft een fijn padvinders gevoel.

Veel mensen vragen ons of dat nu altijd goed gaat met z'n tweeën aan boord. Nou ja, meestal wel gelukkig, maar natuurlijk niet altijd.
De laatste dag in God's broekzak is er zo een. Al een paar dagen kijkt Roel bij laag water bezorgd naar de rotsen in de ingang. We zijn namelijk niet volgens de kaart naar binnen gevaren, maar op mijn aanwijzingen vanaf de punt van de boot gebaseerd op zicht en kelp zeewier. Het helpt niet dat het tij-verschil steeds groter wordt en de rotseilandjes dus ook. Roel denkt dat we bij hoog water over de rotsen gevaren zijn en ik niet. Het blijft een beetje zeuren tot we met de bijboot en de dieptemeter polshoogte gaan nemen, we moeten er tenslotte ook weer uit. Ik had het goed en de kaart klopt niet. Roel is ernstig teleurgesteld in de kaart en ik in Roel dat hij me niet geloofde. Van het een komt het ander.
Tijd om wat meer afstand te nemen, we leven wel erg dicht op elkaars lip. We doen even onze eigen dingen, gaan anker op en varen om de eilanden groep heen. Ruimte, frisse lucht en een paar dagen zullen de lucht wel weer klaren, o ja en vaker mijn mond houden ;-)













zaterdag 22 juni 2019

Gastblog Sharron - Haida Gwaii - mei / juni


This is Sharron writing this week. A New Zealander who has been privileged to be one of the hundreds Jacomine and Roel have befriended in their adventures and extra lucky to get sailing and hiking with SY Tara in the Canadian National Park islands of Haida Gwaii - North of Vancouver Island.

Before flying off to Canada I hadn’t done my homework on exactly where I was going but was confident I was in good hands who would lead me on a great adventure. To rectify my lack of knowledge I started with a visit to the Museum of Anthropology in Vancouver City on my stopover to meeting Tara in Prince Rupert on the Canadian side of the Alaskan border. The museum was just what I needed, explaining the unique First Nations culture and the tour guide saying how extremely fortunate I was to be able to visit the isolated National Park. Canada is so much bigger than you may think including the distance from the museum to the airport by bus and I missed my flight.

Jacomine and Roel were still happy to see me the next day and after an obligatory visit to Prince Rupert’s microbrewery we were off into Fjords of the Canadian Pacific West Coast inside passage. When a National Geographic tour boat came around a corner and waved I realised this must be somewhere very special on our planet. After a few days inside the passage we crossed over to the Haida Gwaii Islands - previously known as The Queen Charlottes, until the remaining First Nation people ceremoniously returned the name, nicely packaged in a box, to the Canadian government.

We explored the Northern Island with a rental car but the Southern Islands not only don’t have roads but are a restricted National park governed jointly by the Haida people and National Parks Canada. 
A private introduction course and registration fee was required before we could sail through this preserved group of islands. Not only are the plants, animals and sea life protected there but also the history of the Haida people. Like so many invaded nations the Aboriginals were forced to stop speaking their language and practicing their customs. Many descendants of those who survived the smallpox epidemic, which was the major reason for the population going from 7000 on arrival of the first white “iron” man in 1835 to just 800 people 50 years later, are now struggling with alcohol and drug abuse in the two villages that remain in the North. The road back to a healthy community I strongly believe is through knowing your roots and gaining pride in yourself and your original culture. 
This process had an acknowledged start when protests succeeded in stopping the logging industry from the clear cut decimation of the southern area now known as the Gwaii Haanas National Park Reserve. Young people are now learning the language, studying the history, carving new totem poles and we even met a Haida surfer building his traditional wooden home. The corner posts alone had taken 3 years to fell the red cedars and hand chisel to the shape required. When we were at the home of a traditional artist who had a fine arts university degree I was proud when his wife, who is travelling to New Zealand next month on an indigenous people conference, said that they saw the Maori people as leaders in recapturing their heritage. The Haida were the first homo sapiens into North America over 10,000 years ago as the islands were not reached by the ice shelf of the ice age. Discussions with more Haida people, learning their history and seeing their art I am getting convinced of the theory that they have had pre-European contact with Polynesians. I could see reason that they consider themselves more to be a Pacific Island people than Canadian. There are theories that either they had been visited by or journeyed to the more Southern Pacific Islands, perhaps Hawaii, long before European discovery.

One sunny morning aboard we funnily all came out with the South Pacific island of Tonga t-shirts on, from where we first met in 2016. I think they are looking forward to returning to swim with the whales in Tonga again next year. Jacomine did bravely swim around the boat one morning but surely she will enjoy the South Pacific water a lot more. I dipped myself in the sea once. That was after stepping out of a natural hot pool though.

The hot pools were at one of the abandoned village sites which are now closely guarded by a “Watchman” at each island. After calling for permission to come ashore they meet you and walk around the old village remains showing the Totem poles that still stood or were being swallowed up by the giant cedar trees. Hopefully Jacomine will write more next blog about why the Totem poles were constructed and about the horrible effects of the clear cut logging the forest. The old growth / virgin forest we were able to go bear hunting in are called “salmon forests” because of their nutrient dependency on the dying spawned salmon being carried into their forest floors by eagles and bears. We can actually see on the rings of the cut trees if it has been a good salmon year or not by how much the tree has grown that year.

As we sailed down through the park over 11 days we just keep saying every day, wow this is so beautiful, "mooie", at each anchorage. All the wild animals we encountered is wonderful for me as a Kiwi. I am sure I saw a new species each day. One evening dinghy discovery trip we watched a black bear for 30 minutes eating, snoozing and pooing and there seemed to always be a seal watching us in each bay. The Steller sea lions and sea otters on my last day sailing were exciting too. The only creature I missed on my tick list was orcas – I was compensated with one printed on my beer glass at my last night in the pub with the locals in Port Hardy.

The only negative comment for the Trip Advisor review of my tour is that the rotating deck gourmet restaurant was sometimes in the shade of the boom. I laughed when Jacomine said whilst feeling frustrated that we didn’t get to each bay she hoped to that day “Well, you can only be happy in one place at a time.” The next day she said “If I ever run out of places I want to see, it is time to die.” Thank you so very much R & J for such a great opportunity to adventure around in the wilderness.

Sharron Beck – Bear hunter and Whangarei Marina Manager, on a Pacific Island further south.


























vrijdag 14 juni 2019

Een spetterende finale van Alaska - mei


De route ten zuiden van Wrangell is woest en lieflijk tegelijk. Woest omdat het zo is achtergelaten door de terugtrekkende gletsjers, gevormd door ijs, water en wind. Lieflijk door het beschutte water, de bomen en kleine eilandjes. Er zijn talloze ankerplaatsen, dus er is er altijd één uit de wind. Niet dat we overigens veel wind hebben, nog geen enkel seizoen hebben we zoveel motoruren gemaakt als nu in Alaska. Door de smalle vaarwaters tussen de eilanden is de wind mee of tegen – voor ons gevoel vaker tegen – en wij hebben geen geduld om te wachten tot de wind draait. Ik snap goed dat de exploratie hier eigenlijk pas goed op gang gekomen is nadat er stoomschepen waren. Je moet er niet aan denken om hier met een moeilijk manoeuvreerbare zeilboot rond te varen. Overal rotsen en riffen, ondieptes en moddervlaktes. Voor kano's daarentegen geweldig water, de oorspronkelijke bewoners waren in het voordeel!

We varen door Zimovia Straat en Ernest Sound – zelfs de namen zijn mooi – waar we zigzaggen tussen de eilandjes. Het is net een puzzeltje en daardoor houdt het de aandacht vast. Prachtige plekken om te ankeren, maar Naha baai spant de kroon. Een tip van een lokale zeiler en we hadden het niet willen missen. Er ligt een ponton waar we af meren, erachter is een lagune waar je alleen met hoog water met de dinghy in kunt met daarachter 2 grote meren. De eerste avond lopen we naar de lagune, maar we zien op verschillende plekken opgegraven stinkdierkool. De beren zijn dus actief en we hebben geen afschrikkende middelen bij ons. Terug naar de boot en morgen opnieuw proberen. De hele nacht bruist het water om ons heen uit de rivier. 
We liggen tussen de bomen en worden wakker van zingende vogels, dat klinkt heel wat beter dan klagende meeuwen. Er lijkt een pad met boardwalks langs de meren, dus eindelijk weer een lange wandeling! De planken van de boardwalk zijn lang niet belopen, mossig en alles druipt van het vocht in de vroege morgen, levensgevaarlijk! Maar tegelijkertijd is de omgeving zo mooi dat we toch doorlopen. We kunnen inderdaad langs alle drie de meren lopen, met stroomversnellingen tussen de meren in. Bij het middelste meer treffen we vier mannen uit Seattle in een wildernis hut. Komen jullie lopen? Van beneden, van het zoute water? Ja dat komen we. Ongelofelijk! Zij doen al 25 jaar weekjes “overleven in de wildernis” met z'n vieren en het wordt ieder jaar beter. Ze laten zich afzetten door een watervliegtuig en hebben werkelijk alles bij zich: enorme koelboxen met bier, klapstoelen, een rijststomer, generator, buitenboordmotor, meer drank dan goed voor ze is, een geluidsinstallatie met rock muziek die kilometers ver te horen is en nog veel meer. Ik vraag wat ze gaan vissen voor het eten, maar ook dat is niet nodig, te moeilijk, ze hebben de maaltijden meegenomen. Vanavond eten ze vis, uit Seattle, gemarineerd en wel – door hun echtgenotes, denk ik er gemeen achteraan. 
Het is lunchtijd als we aankomen, maar de kater is pas net aan het optrekken en de ontbijtkoffie gaat slechts mondjesmaat naar binnen. We lopen door naar Heckman Lake, het derde meer, waar de cabin gelukkig verlaten is en wij het rijk alleen hebben. Onderweg verzin ik een plan voor de mannen als ze werkelijk iets willen vertellen als ze terug gaan. Lopen met je spullen naar boven en weer terug naar hoe ze 25 jaar geleden waarschijnlijk begonnen zijn: avontuur en afzien. Ik houd het voor me, volgende week gaan ze namelijk nog een week naar de volgende wildernis hut om te “vissen”, en onderweg worden de voorraden aangevuld door het vliegtuig, ze verheugen zich er nu al op.

In een nieuw gebied is het altijd even zoeken hoe lang de wandelingen zijn. Een kilometer berg op is een hele andere dan over vlak terrein. De aangegeven wandeltijden kunnen ook flink verschillen van wat wij lopen. In Nieuw Zeeland waren we iets sneller, maar hier lopen we geen 8 uur maar 6 uur over de 19 kilometer. De terugweg gaat wel makkelijker, bergaf en de boardwalks zijn later op de dag minder glad. Het dierenleven was iets anders dan we gedacht hadden, alleen vogels, twee kikkers en een naaktslak kruisen ons pad, maar wie het kleine niet eert.... We hebben prachtige grote oude bomen gezien, rotsachtige stukken, moeras, mossen, voorjaarsbloemen en bessenstruiken in bloei, alles groeit op en over elkaar heen. Ik geloof niet dat ik die nacht de rivier gehoord heb, ik droomde vast dat ik een slakje was in het grote bos.

Op weg naar Ketchican beleven we een spetterende finale van onze tijd in Alaska. We zien een paar visbootjes bij elkaar liggen en commotie in het water. Het is een groep walvissen die aan het “bubble net feeding” is. De groep van 4 of 5 walvissen duiken op commando allemaal tegelijk naar beneden, ze maken een cirkelvormig gordijn van luchtbellen en daarin zitten de vissen gevangen. Dan komen de walvissen met z'n allen tegelijk met hun reusachtige bekken open naar boven om de vissen te verschalken. Het is een geweldig gezicht. We hadden de hoop eigenlijk al opgegeven, er zijn dit jaar erg weinig walvissen in het gebied.
Het verrast ons hoe dicht ze onder de kust vissen. We volgen ze op afstand en zien ze verschillende keren boven komen. Lastig om te fotograferen of filmen, want het moment zelf duurt maar even, door hun gewicht zakken ze ook zo weer naar beneden in het water. Maar om te zien is het geweldig. Dan zijn we ze een poosje kwijt, waar zitten ze nu? Tot ze weer boven, komen 20 meter bij de boot vandaan! Het is fantastisch en ik schrik met te pletter! Geweldig, maar veel te dicht bij Tara! Ik vergeet een foto te maken, ik vergeet alles! Het gaat gelukkig goed en op mijn netvlies staan ze in ieder geval en ik heb een foto van de bubbeltjes die nog naborrelen als de walvissen alweer onder zijn. De walvissen vervolgen hun weg richting Naha Baai en wij laten ze met rust, dit was een belevenis.

Het is onze laatste Amerikaanse haven en we gaan uitklaren bij de douane, maar krijgen de kous op ons kop. We zijn vergeten ons in Petersburg en Wrangell te melden ( de kleine lettertjes vergeten, stom!) en krijgen in plaats van een boete van $20.000 een officiële waarschuwing dat we de wet overtreden hebben, wellicht met gevolgen voor onze volgende cruising permit later dit jaar. Ik ben helemaal van slag en het duurt even voor ik kan denken “dat zien we dan wel weer”. Ketchican kon ons toch al niet zo bekoren, we vragen ons werkelijk af wat die miljoen toeristen per jaar hier komt doen. De aardigheid is er nu helemaal af. Voor de vorm lopen we nog door Creekstreet, de bordeelbuurt van lang geleden en het is verfrissend om eens door iemand anders' rosse buurt te lopen. Nu zijn de etablissementen omgetoverd tot restaurant, galerie of souvenirshop, geld moet immers rollen. Niets nieuws onder de zon. Gelukkig vinden we een kleine micro brewery met alleen maar locals en we drinken een uitstekend biertje op de goede afloop. Morgen worden er 5 cruiseschepen verwacht, wij vonden 1 dag Ketchican meer dan genoeg.

Gerechtigheid kent vele vormen zullen we maar zeggen, want we mogen - met toestemming - nog 1 keer in een Amerikaanse baai ankeren voor we de grens oversteken naar Canada: Foggy Bay. De baai doet zijn naam eer aan, de hele dag hangt er een mistbank voor de ingang en het is een minuscuul, ondiep doorgangetje waar we door heen wurmen, maar dan liggen we ook eerste klas. Door een opening tussen de rotseilandjes kijken we uit op de Dixon Enterance waar de oceaan en de branding vrij spel hebben, maar binnen is het stil en vredig. Op de grens met Canada treffen we de volgende dag een gelukkige bultrug, keer op keer werpt zij zich hoog op uit het water om met een geweldige plons weer terug te komen, dan rolt zij om en om met haar grote witte zijvinnen, flats flats, afscheid of welkom? Wat zullen we er in zien, wie zal het zeggen. Een mooie afsluiting van een geweldige tijd!