donderdag 19 januari 2023

Havana - december 2022

Havanna is een stad met veel gezichten, we hebben er een paar van gezien. We logeren in een Casa Particular aan Calle Cuba in de oude binnenstad. Het is een oud herenhuis waarvan de 6 kamers op de eerste verdieping plafonds hebben van 7 meter hoog, een mooie woonkamer en een dakterras voor ontbijt en drankjes. De eigenaren zijn beiden arts, hersenchirurg en gynaecoloog, maar met een maximum salaris van rond de 50 euro per maand pp (dit is géén vergissing) kom je niet ver. Het uitbaten van een Casa met een kamerprijs van 35 euro per nacht is vele malen aantrekkelijker. Goed voor de werkgelegenheid, want er werken zeker 6 mensen voor ontbijt en de kamers.

Op straat is het een drukte van belang. De huizen tegenover ons worden bewoond door tientallen mensen. In ieder kamertje woont een gezin, soms met eigen sanitair/keukentje, soms gedeeld. De vrouw die beneden woont heeft een winkeltje wat op een dienblad past met wat snacks en fruit in de deuropening. De hele dag wordt er geruild, iets afgegeven of opgehaald, of gaat er om onduidelijke reden geld van de ene hand naar de andere. Verderop aan het pleintje woont een groente en fruit verkoopster, de binnenplaats waar vroeger de rijtuigen stonden is de ‘winkel’. Wij kunnen hier ook wat kopen, want het is particulier.

We doen een Free Walking tour van Havana Vieja en een dag later van Havana Centro. De tours worden steevast geleid door jonge enthousiaste gidsen en Free is natuurlijk betrekkelijk, het is wel hun levensonderhoud, maar je geeft wat je het waard vindt.

Havana Vieja staat vol met historische gebouwen en prachtige pleinen waarvan er al veel gerestaureerd zijn. Van sommige gebouwen is alleen de begane grond en/of de eerste verdieping gerestaureerd, anderen zijn echt nog bouwval of achter de facade is niets meer te zien. Hoe bouwvallig ook, overal wonen nog mensen. Met de wandeling doen we alle grote pleinen van de stad aan, Plaza de Armas, een van de eerste met het fort en de gouverneurswoningen. Plaza San Fransisco vlakbij de haven, in vroeger tijden met alle vertier dat erbij hoorde, tot afgrijzen van de kerk die aan het plein grenst. Het vertier ging naar elders, nu staat er het beursgebouw van voor revolutionaire tijd, inmiddels overheidskantoor. Het enige wat nog aan de oude tijd herinnert is de verkoopster van pinda’s, haar “Mani Mani” zingt over het plein.
Plaza Vieja, echt prachtig gerestaureerd met een levendige mix van terrassen, muziek en artiesten. Het Kathedraal plein, met een van de oudste gebouwen uit 1720 en het Plaza Central op de grens van de oude binnenstad en Centro met de grote gebouwen. Het Capitool springt eruit: 1 meter hoger, breder en langer dan zijn tegenhanger in de USA. Het is met behulp van Rusland gerestaureerd, het bladgoud op de koepel komt daarvandaan en in de vloer bij de entree is een grote diamant uit Rusland in de vloer gemetseld, Lealtad (Trouw) genaamd. Dit vertelt ons de gids want het Capitool is niet meer te bezichtigen. Het Alicia Alonso theater staat ook aan Plaza Central. Dit bezoeken we apart, helaas zijn er geen voorstellingen want het gebouw wordt gerestaureerd. Het is gebouwd op Europese grondbeginselen, maar die gaan niet goed samen met de warmte, orkanen en vochtigheid van het klimaat in Cuba. Indrukwekkend is het in ieder geval wel! Het Art Deco gebouw van de Bacardi- familie is ook gesloten, zij vertrokken na de revolutie naar de Verenigde Staten, het gebouw is onteigend en nu zijn het kantoren. Na alle informatie is het dan heerlijk om op een terras te zitten, en alles te laten bezinken.

‘s Avonds is er overal muziek, we drinken wat bij de super toeristische Bar Bodegita del Medio, waar je alleen mojito’s kunt bestellen die in rijtjes van 10 worden klaargemaakt, voor Europese prijzen, een goudmijntje! Ieder mag zijn naam op de muur schrijven als tegenprestatie. Ernest Hemmingway was hier vaste klant, zijn naam en die van andere beroemde gasten worden gespaard, maar alle toeristen krabbels worden om de zoveel maanden overgeschilderd. De muziek is aanstekelijk! Er zijn restaurants te kust en te keur, van erg toeristisch tot heel lokaal. ‘s Avonds is er nergens straatverlichting, je moet het doen met het licht wat hier er daar uit de huizen schijnt. Toch voelen we ons nooit ongemakkelijk. Iedereen is vriendelijk en we worden makkelijker in de pogingen tot een gesprek afslaan (Where are you from?) die leiden tot een praatje wat uitmondt in een vraag om geld.

De wandeling door Havana Centro is een enorm verschil! Als we achter het Capitool langs gaan staan we aan de rand van de Chinese wijk, het enige Chinatown ter wereld waar geen chinezen wonen. Na de revolutie en de onteigening van alle particuliere bedrijven zijn ze ijlings vertrokken, vooral naar de Verenigde Staten, het communistische regime kenden ze al. De regering probeert Chinatown weer op te peppen en heeft een Drakenpoort gebouwd bij de ingang en vraagt Chinezen weer naar Havana te komen. Er zijn nu een paar – toeristische – Chinese restaurants. In Centro wordt gewoond! Weinig toerisme, veel straatwinkels en stalletjes. Het Yoruba geloof is hier overal zichtbaar. Meegebracht door de tot slaaf gemaakten uit Afrika en verstopt achter Katholieke heiligen zodat ze toch hun godsdienst konden behouden. Het zou de tweede godsdienst van Cuba kunnen zijn, met zo’n 3 miljoen gelovigen, aldus de gids. Mensen in witte kleding, met bloemen in de kleuren van de Yoruba heiligen op weg naar de Katholieke kerk. De Cubaanse Madonna van Caridad (liefde) komt overeen met Oxum in de Yoruba godsdienst en de kleur geel. In de kapel komt een stroom van gelovigen met gele bloemen voor een gebed.

We zien hoe de huizen omgebouwd zijn tot meer verdiepingen, de 7 meter hoge kamers worden gedeeld, het bovenste deel heet in de volksmond “de barbecue”, alle warmte hoopt zich hierop. Vierkante meters zijn schaars! Verhuur bestaat vrijwel niet, iedereen koopt zijn kamertje, solares genoemd en moet dit contant betalen, leningen of hypotheken zijn er niet. Als een gebouw instort moet de regering zorgen voor nieuwe huisvesting, vandaar dat iedereen blijft wonen tot het zover is. Een actieve VVE of regulier onderhoud is dan ook niet te verwachten en de bouwvalligheid is schrijnend. Voeg hierbij een zeer verouderd en regelmatig verstopte riolering en een waternetwerk met om de haverklap leidingbreuk en je krijgt een indruk van de woonomstandigheden. De mensen op straat zien er goed uit, de gids legt uit dat je liever sneakers en Amerikaanse kleding koopt dan dat je je huis opknapt wat niemand ziet. Die sneakers en kleding worden min of meer illegaal ingevoerd en verhandelt op de zwarte markt. Achter het Capitool is een groot plein waar in de avond alles verhandeld wordt wat je je maar kunt bedenken, als je maar betaalt - natuurlijk in harde valuta.

We lopen langs de Paladar San Cristobal, waar president Obama de lunch heeft genoten tijdens zijn bezoek, door Callejon Hamel waar op zondagen rumba gedanst wordt door de Cuba/Afrikaanse bevolking, naar het Hotel National op de grens van Centro en de dure buitenwijk Vedado. Hotel Nacional is gebouwd door maffia baas Meyer Lansky in de jaren vlak voor de revolutie. In die tijd overheersten de Amerikanen het toneel in Havana en het bedrijfsleven. President Batista keek weg voor 10 tot 20% van de gok opbrengsten op zijn privé rekening. Casino’s met hoge inzetten, drank, vrouwen, uitbuiting van de bevolking, alles kwam voor. In Hotel Nacional is de grootste maffiabijeenkomst ooit ter wereld gehouden onder het mom van een Frank Sinatra concert. Na de revolutie zijn alle buitenlandse bezittingen genationaliseerd en regeringsbezit geworden. Het hotel is goed onderhouden en voelt sfeervol en luxe aan. Vanuit de tuin van Nacional kijk je uit over de zee en boulevard, de Malacon, met rechts de oude stad en links het chique Vedado. We lunchen in de tuin. Tot onze verbazing zijn de prijzen hier lager en de kwaliteit beter dan de binnenstad, maar dat schijnt te komen omdat het overheid is en niet particulier? Cuba is fascinerend, maar we begrijpen er nog steeds niets van. De gis geeft ons nog een laatste tip ”Probeer Cuba niet te begrijpen, geniet er gewoon van”.

Dat doen we dus maar. Een bezoek aan het museum voor moderne kunst is indrukwekkend. Alle musea zijn (bijna) gratis voor Cubanen, evenals kunstvoorstellingen. Zelfs voor buitenlanders zijn de prijzen laag: 2 euro voor het museum. Dit schilderij van Raul Martinez  heet Oye América (Hallo Amerika). ‘s Avonds gaan we naar een straatfeest in de buurt van Hotel Nacional, maar onze klok loopt anders dan van de mensen hier. De openingsacts zijn rond 11 uur afgelopen als we met moeite een taxi terug proberen te vinden. De grote stroom bezoekers komt nu pas op gang richting het podium, grappig genoeg wel met kinderen en kinderwagens erbij. Bij een boekhandel probeer ik boeken te vinden van hedendaagse schrijvers, ik heb een leuke bundel gelezen van in het Nederlands vertaalde verhalen, maar die schrijvers verkopen ze hier niet. In de schappen staan boeken van of over José Marti, Fidel Castro en Che Guevara. Op mijn vraag of ze ook moderne schrijvers hebben zegt de boekverkoper dat dit de historische boeken van Cuba zijn, andere boeken heb je niet nodig. De boekhandel heet dan ook “Pers van de Waarheid”.

Havana is een stad waar ik wel een paar maanden zou kunnen wonen, zo divers en levendig. Ik ben benieuwd naar de voorstellingen en andere musea. Naar de mensen en andere wijken van de stad. Tegelijkertijd trekken andere bestemmingen, Florida en de Bahama’s ….

Foto's van de oude binnenstad, o.a. Quinzenira (15 jaar voor meisjes) Het Jezus beeld staat aan de overkant van de haven. Het Cubaanse grapje is dat in zijn enen hand een sigaar past en in de andere een glas rum...
















Foto's uit Havana Centro, gebouwen aan de Passeo de Prado, De hal van Hotel National, Het Alicia Alonzo theater, het ministerie van Financiën en Prijzen, het Bacardi gebouw, de allereerste Sloppy Joe bar uit 1917, alle grote namen staan hierop de foto's.





















Casas Santander in Calle Cuba, en daaronder Roel met het beste van twee werelden, gek genoeg is bier gebrouwen in Breda hier beter verkrijgbaar dan lokaal bier




De dollar winkels voor toeristen, met sigaren, koffie en rum, daaronder wat losse foto's een kleine markt aan Calle Sol, en nog een keer zo'n mooie oude auto.....













maandag 16 januari 2023

Playa Giron en Trinidad, strand en suiker - december 2022

Alle bussen gaan via Havana, dus voor onze trip naar het oosten starten we daar weer. Het is een ramp, we kunnen de gereserveerde kaartjes niet afrekenen. Onze bus gaat eens in de 3 dagen, dus als deze vertrekt zonder ons geven we het op. Maar er is op gerekend, op de stoep van het station staan taxi-ritselaars en na wat onderhandelen worden we opgehaald door Ricardo die ons comfortabel en snel naar Playa Giron brengt. Dit was ons laatste busavontuur, vanaf nu doen we alles met het via via kanaal. Ook onze kamers bij de Casa Particulares worden zo geregeld: Ricardo’s ouders hebben een Casa in Trinidad.

We hebben Playa Giron uitgekozen vanwege de mooie ligging, het duurt even voor we ons realiseren dat het aan de beruchte Varkensbaai ligt. Dit is een grote ondiepe baai in het zuiden van het eiland, waar in 1961 een landing plaatsvond van huurlingen die gesteund werden door de USA om het bewind van Fidel Castro omver te werpen. Ze kwamen niet ver en de verwachtte steun vanuit de lokale bevolking bleef uit. Langs de weg naar Giron staan grote borden om aan te geven hoe ver de indringers gekomen zijn voor ze vastliepen. Het was een nieuw dieptepunt in de betrekkingen tussen Cuba en de USA.


Het is er nu vredig, uitgestorven zelfs. We zijn de enigen in ons Casa Particular en ook op de ‘stranden’ waar we gaan snorkelen is vrijwel niemand. Voor $ 15,- pp krijg je toegang tot het strandpark, ligstoelen, lunch en onbeperkte mojito’s. De chauffeur van het Casa die ons erheen brengt blijft daar ook de hele dag en krijgt te eten in de chauffeurs afdeling. Gelukkig voor de nering komen er rond lunchtijd toerbussen waarvan de gasten na het eten een uur mogen snorkelen en zwemmen. De rest van dag is het van ons. Het toerisme is na Covid nog steeds maar een fractie van de jaren daarvoor. Het ‘strand’ is in werkelijkheid versteend koraal, het snorkelen bij Punta Perdiz geweldig. Er ligt ook een landingsvaartuig uit de invasie wat langzaam overgenomen wordt door de natuur. De tweede dag gaan we naar Caleta Buena, “mooie baai” en dat is het er zeker, maar het snorkelen is veel minder interessant. Een dag ontspannen met zon en mojito’s.

Ricardo zou ons komen halen, maar er komt iets tussen en hij regelt een kompaan om ons op te halen. Het verkeer zit tegen en uiteindelijk rijden we in het donker het laatste stuk naar Trinidad over landwegen. Hoe verder van Havana, hoe minder auto’s en brommers, maar onverlichte wandelaars, paarden, karren en ezeltjes zijn er wel. Langs de weg staan soms mensen met geld in de hand op een gedeelde taxi te wachten, maar onze taxi is vol dus we rijden ze allemaal voorbij. Straatverlichting is er nergens (ook niet in Havana) dus het is raden wat er om ons heen te zien zou zijn.

De Casa van Ricardo’s ouders, Dos Hermanos, is in het oude centrum van Trinidad. We gaan naar binnen door een grote houten deur en daarachter ligt een enorm huis met grote woonkamers, keuken en meerdere gastenkamers met badkamer. Daarachter ligt nog een gedeelte waar wij niet komen, maar het lijkt een familiehuis.
We lopen zo het centrum in en de tijd heeft hier letterlijk stilgestaan! De stad is gesticht in 1514 door Diego Velázquez, 22 jaar nadat Columbus voor het eerst voet aan land heeft gezet op Cuba. In 1518 worden alle plaatselijke mannen gerekruteerd door Hernán Cortés voor zijn grote veldtocht om Mexico te overwinnen en blijft Trinidad verweesd achter. Ver uit zicht van Havana een prachtige plek voor piraten en smokkelaars. Begin 1800 wordt Trinidad de hoofdstad van de provincie en vestigen zich er honderden Franse vluchtelingen vanuit Haïti na de slavenopstand aldaar. Deze immigranten ontginnen de Vallei de los Ingenios en starten tientallen suikerplantages met behulp van talloze slaven. 50 jaar later produceert Trinidad een derde van alle Cubaanse suiker en worden grote fortuinen gemaakt. Deze gouden tijd duurt tot de onafhankelijkheidsoorlogen uit 1868 en 1892.
De suikerplantages worden verwoest door brand en gevechten en nooit weer volledig opgebouwd. De rijke families vertrekken naar provincies dichterbij Havana om hun bedrijven weer op te bouwen. Dit keer met Chinese goedkope werkkrachten, want de slavernij is in 1886 afgeschaft. Het leven in Trinidad valt stil met achterlating van de prachtige binnenstad. In 1950 werd door President Batista begonnen met de bescherming van de oude binnenstad en onder Castro’s regering werden de oude gebouwen onteigend, gerestaureerd en opengesteld voor het publiek. Cubanen betalen vrijwel niets om deze te bezichtigen, toeristen iets meer. Door deze samenloop van omstandigheden ligt Trinidad er nog bij zoals rond 1850, straten vol kinderkopjes en kuilen, paard en wagen en statige, prachtige huizen. Vanuit de hoogste punten zie je de zee en aan de andere kant de bergketen die de vallei omzoomd.

De bevolking is zeker niet slaperig! Er zijn bars, restaurants, winkels en marktjes met toeristen souvenirs, iedereen is in de weer. Het enige wat ontbreekt in het straatbeeld zijn ‘gewone’ winkels, een AH to go zal je hier niet vinden. Er zijn enkele regeringswinkels waar de Cubanen met bonnenboekje hun maandelijkse rantsoenen kunnen kopen: per persoon 1 pond kip, 7 pond rijst, 5 eieren, ¼ liter kookolie, bonen etc. Rijst is het enige wat voldoende is voor de hele maand. Als je naar binnen kijkt zie je eigenlijk alleen lege schappen, als er een extra lange rij staat betekent het dat ze iets in huis hebben wat vrijwel nooit te koop is. Bakkers zijn er ook, iedere Cubaan heeft recht op 1 bolletje per dag, daarvoor moet je dan wel iedere dag in de rij staan. Deze winkels zijn voor ons niet toegankelijk, dus wij zijn aangewezen op restaurants en ontbijt in ons Casa. De Casa eigenaren moeten het ontbijt voor ons bij elkaar scharrelen, op de ‘zwarte’ markt, of ruilen met buren voor iets anders.

Zijn de Cubanen chagrijnig? Totaal niet! In ieder geval niet naar buiten toe. Er wordt veel muziek gemaakt, mensen komen bij elkaar en hebben altijd tijd voor een praatje. Het bedacht zijn op een voordeeltje of een handeltje is een tweede natuur geworden. Op straat wordt er gevraagd om paracetamol en zeep. In de omgeving van Trinidad maken ze mooie handwerken en ik koop tafellopers als souvenir.

We vinden het heerlijk in Trinidad. We bezoeken de oude huizen, sommigen zijn helemaal ingericht met meubels en spulletjes uit die tijd. De gedekte tafels vind ik prachtig! Opvallend is dat alles uit Europa gehaald werd, prestigieus in die tijd. In het oudste luxe huis woonde een vooruitstrevend man en we vinden er een douche op stoomkracht en 5 toiletten met stortbak naast elkaar op de binnenplaats, voor iedere bewoner een eigen toilet. Om wel met elkaar te kunnen kletsen tussen de toiletten ook weer deuren ;-)

Ons favoriete restaurant “Sol Ananda” zien we eerst aan voor een museum, helemaal ingericht in de 19e eeuwse stijl, maar de tafeltjes ertussen zijn voor gasten. Het eten is er heerlijk en iedere avond is er een trio wat Cubaanse ballades en liedjes van Polo Montanez zingt. Het is weekend en in het centrum is er iedere avond een band die speelt op de trappen. Entree 100 pesos (65 cent).
De eerste avond speelt Alma Joven, een band uit Trinidad en het publiek bestaat duidelijk uit lokale fans. Goed gekleed en klaar voor een feestje gaan de stoelen al snel aan de kant en wordt er op de brede trappen overal gedanst: salsa! De avonden erna zijn er meer toeristen, maar de sfeer is even aanstekelijk. Wie geen geld of zin heeft in de entree of de zitjes danst op het plein aan de voet van het podium met zijn eigen drankjes.

We wandelen in de omgeving en besluiten een dagbezoek aan Cienfuegos over te slaan, Trinidad is genoeg. Ricardo brengt ons weer terug naar Havana, samen met twee andere toeristen.

Tussen de bedrijven door krijgen we af en toe ook een inkijkje in het leven van alle dag. De auto van Ricardo, een Chinese MG, is 5 á 6 dagen per week constant onderweg op de (slechte) weg. Vrijdagavond wordt hij helemaal nagekeken, olie ververst, al het onderhoud doet hij samen met zijn vader. Op zaterdag wordt de auto gewassen, gepoetst, uitgezogen en wat er maar nodig is om hem er piekfijn uit te laten zien. Hij heeft pech gehad, in Havana stond de auto onder een boom waarvan een tak op de voorruit is gevallen, aan de kant van de bijrijder zit een ster die de ruit van onder tot boven beslaat. Gelukkig niet aan de bestuurderskant vertelt hij, want een nieuwe voorruit is niet te krijgen. Je kunt niet gewoon iets bestellen in Cuba. Je hebt iemand nodig in het buitenland die het regelt en iemand die het meeneemt en die moet je eerst vinden en ze moeten allemaal betaald worden..….

Foto's  Restaurant & Trio van Sol Ananda, Casa Particular Dos Hermanos in Trinidad. Tijdens de eerste revolutionaire jaren was het geloof belijden in het openbaar belastend en kostte je vaak je baan, vrijwel alle huizen hebben een (kleine) plek voor geloofsbelijdenis, ontbijt in de Casa. 






Foto's van de grote huizen in Trinidad, slavernij werktuigen en weekend taartverkopen en vergezichten.














Tekenend voor de Cubaanse houding: "We hebben geen wifi, maar we hebben wel mojito's die de communicatie veel gemakkelijker maakt" 

De verschijning van de maagd in de Baai van Nipe, Cuba. Deze afbeelding zie je overal in Cuba.



Het motto van Dos Hermanos in Trinidad