dinsdag 3 januari 2023

Viñales, over mogotes en tabak - december 2022

De taxi brengt ons naar het busstation in Havana. Het ligt aan het Plaza de Revolución en daar zou je al een blog over kunnen schrijven. 72.000 m2 groot, immens, met in het midden een 109 meter hoge marmeren toren ter nagedachtenis aan José Martí. Deze schrijver is de grondlegger van het revolutionaire gedachtegoed in Cuba kwam om in 1895 tijdens de 2e onafhankelijkheidsoorlog. Zijn denkbeelden leven nog altijd voort: in iedere plaats in Cuba vind je minstens één standbeeld, straat of plein waar Martí herdacht wordt. Aan twee kanten van het plein staan gebouwen van ministeries, op het ene hangt een enorm gestileerd portret van Che Guevara met zijn beroemde tekst “Para la victoria siempre” (altijd voor de overwinning) er tegenover het portret van Camillo Cienfuegos, met de tekst “Vas bien Fidel” (Je doet het goed Fidel). Beide mannen waren strijdmakkers van Fidel Castro in het eerste uur van de revolutie. Op het plein hield Fidel Castro zijn urenlang durende toespraken, werden beroemde personen herdacht na overlijden en hielden meerdere pausen een mis bij hun bezoek aan Cuba. Conform zijn eigen wens is er van Fidel Castro geen enkel kunstwerk als nagedachtenis. (geen foto's van het plein)

In het busstation begint het met strubbelingen. Ik kon via internet wel kaartjes reserveren, maar de betaling lukte niet, dus we moeten nog even afrekenen. Het is 7 uur ‘s morgens, er is maar 1 loket voor de toeristenbus van Viazul en de dame zegt dat ze mij niet kan helpen. Ik kan niet contant betalen en het systeem is gecrashed. Ik geef het niet zomaar op en uiteindelijk mag ik naar een kamertje achter de balie komen, haar contant betalen en schrijft zij ter plekke twee buskaartjes uit. Geregeld! Roel betwijfelt of de betaling ooit in de kas van Viazul komt, maar we hebben in ieder geval kaartjes.

Het is nu drukker onderweg. Soms heb ik het gevoel dat ik in twee richtingen door de tijd heen kan kijken. Het ene moment rijden er de ossenwagens, stoppen we voor overstekende koeien, en genieten we van de oude kleurige jaren 50 auto’s, het andere moment rijden er Chinese elektrische auto’s en scooters voorbij. De weg ligt wat lager en door de bossages eromheen is het lastig iets van het landschap te zien. Dichter bij Pinar del Rio wordt het heuvelachtiger en zien we meer. De orkaan Ian heeft dit gebied in september zwaar getroffen, veel oogsten zijn verloren gegaan en wij zien kale palmbomen, ontwortelde bomen en lege akkers.

In Viñales voel ik me meteen thuis. Een hoofdstraat uit eind negentiende eeuw met een eenvoudige kerk en mooie kleurige huizen met pannen daken en galerijen aan de voorkant. Achter het stadje zien we de Mogotes rondom de vallei. Het zijn de resten van een miljoenen jaren oud kalkzandsteen plateau wat langzaam weggesleten is. De sterkste pijlers staan nu nog overeind en vormen stompe bergen. Daarin is alles wat zacht is ook weggespoeld, dus er zijn talloze grotten en de buitenkant heeft grillige vormen, weelderig begroeid met planten en bomen. We hebben een Casa Particular besproken, een kamer bij mensen thuis die niet onderdoet voor een hotelkamer met eigen badkamer. Ieder huis in Viñales lijkt aan kamerverhuur te doen en als we uit de bus komen worden bestormd door dames die hun kamer proberen te slijten, helaas.

De verhuurder is ook “Toeristen Informatie” en regelt gelijk een paard met wagen om ons op te halen voor een middagwandeling in de Valle del Silencio met gids. We gaan eerst naar een kleine koffie- en tabaksboerderij waar Jeffrey ons uitlegt hoe de tabakscultuur in zijn werk gaat. Een proces van een jaar, met zaaien, oogsten, fermenteren, drogen, opvouwen in bladeren van de koningspalm en dan wachten tot de bladeren de goede kwaliteit hebben om verwerkt te worden. Orkaan Ian heeft de oogst van dit jaar verwoest, de tabaksbladeren hingen te drogen in de schuren van houten binten en palmblad, alles is omgewaaid en verregend. Jeffrey vertelt dat ze opnieuw gezaaid hebben en de nieuwe schuur is maar half zo groot, maar meer geld en materialen hebben ze niet om op te bouwen. Hij rolt sigaren voor ons, nog steeds een ambachtelijk proces.

Uit deze vallei komen de wereldberoemde Cohiba sigaren (vanaf 80$ per stuk), maar ook zeer goede iets minder beroemde sigaren. We horen dat 90% van de oogst aan de regering verkocht moet worden tegen een vastgestelde prijs, ook de sigarenateliers en fabrieken zijn eigendom van de regering. Na een orkaan breekt er altijd een periode van grote droogte aan en er wordt nu met tankauto’s water aangevoerd om de kiemen te bevloeien, ook geregeld door de regering. Het klinkt in onze oren als veel (af)wachten en weinig eigen regie. De tours voor toeristen leveren wel geld op, ook nog eens in harde valuta, want dit betaal je in dollars. Jezus, de gids, neemt ons mee de Stille Vallei in, het is er prachtig.
Kleine blokken landbouwgrond, bossages, de Mogotes op de achtergrond en een slingerend pad langs de bomen. Iedereen probeert iets te verdienen: er staat een kleine mogote in de vallei, maar die is privé bezit, 300 pesos entree (2,50 euro). We tijgeren achter een jonge man aan door de spleten van de mogote. “Veel mooier dan de grote grotten” zegt hij, “dit is echt natuur”. We staan zo weer buiten aan de andere kant en komen er later achter dat het ook duurder was dan de commerciële grotten, maar het geld is vast goed terecht gekomen.

In de hoofdstraat van Viñales zijn restaurantjes, een straatje met souvenirs en redelijk veel mensen op straat, veelal toeristen zoals wij. We eten bij 3J, een tapasbar en verbazen ons over het heerlijke eten wat geserveerd wordt en de uitgebreide kaart. Er lijken hier geen tekorten te zijn? In onze Casa Particular horen we dat het anders is, voor hen is het heel moeilijk om aan eten te komen, ook voor het ontbijt van de gasten. Maar voor de toeristen restaurants gelden andere mogelijkheden, als je goed kunt organiseren en betalen in dollars is er van alles te krijgen. Het voelt erg dubbel dat wij op 1 avond eten voor wat voor mensen hier een maansalaris is en de Cubanen zelf op een basis menu leven.

De twee dagen daarna huren we mountainbikes zodat we onafhankelijk zijn. De vallei is redelijk vlak dus we kunnen goed uit de voeten. We fietsen door de kleine dorpjes om Vinãles heen. Als we van de hoofdweg af zijn komen we geen auto’s meer tegen, hooguit een ruiter te paard of een brommer. We nemen de Cubaanse gewoonte aan om langs de kuilen te rijden zijn en fietsen nu links en dan weer rechts of midden van de weg. De huizen zijn compact, meestal geverfd en zachte kleuren en redelijk goed onderhouden. Omdat we er toch zijn fietsen we ook naar de Grot del Indo, met een ondergrondse rivier waar we met een bootje door de grot varen terwijl de gids rotsformaties aanwijst.
Langs de weg liggen nog meer grotten, onder andere één waar ontsnapte slaven een onderkomen hadden gevonden. De tourbussen uit Havana rijden regelmatig langs. Wij gaan weer de kleine weggetjes op en fietsen door naar het Ermita hotel op een heuvel net buiten Viñales. Het is flink warm en naast het geweldige uitzicht over de vallei mogen we ook gebruikmaken van het zwembad en ligstoelen, geen betere manier om de dag af te sluiten en de weg terug is en makkie. ‘s Avonds is er een band in het Centro Cultural Polo Montañes (ja, díe) ze spelen leuke muziek en als ik wat mee beweeg komt er een man op en af om salsa te dansen, na toestemming van Roel ;-) hij probeert mij de basis te leren, dat valt niet mee maar we hebben wel plezier. We drinken wat met hem en zijn vriend. Ze vertellen dat het zó stil is in Viñales, veel minder toeristen dan een paar jaar geleden, ze hopen maar dat het weer beter zal gaan.
 

De volgende morgen fietsen we naar los Acuáticos, een plateau omringt door mogotes. Nergens bordjes of aanwijzingen. Als we de weg vragen zegt de boer dat hij wel even meegaat, hij moet toch naar zijn dieren kijken. Hij rijdt te paard voor ons uit en dan begint de klim te voet. Het is pittig warm en we zijn eigenlijk al te laat op de dag. Het uitzicht is spectaculair en de vriendelijke ontvangst door de lokale bewoners is hartverwarmend. Ze serveren koffie en fruitsappen en vertellen over hun leven. Naast hun huis staat een kleine orkaanshelter, waar ze Ian uitgezeten hebben, 8 uur lang noodweer. Hun stenen huis staat nog, maar het dak was eraf gewaaid.
Het ziet er nu weer goed uit, maar ook hun oogst heeft zwaar te lijden gehad. Het huis wat we daarna zien wordt bewoond door een ouder echtpaar, daar liggen alleen dakplaten boven de slaapkamer en keuken, de rest moet nog als er weer geld is. We hebben bewondering voor de veerkracht van de mensen. Als het té warm wordt dalen we weer af en fietsen door het gehucht Dos Hermanos. We worden staande gehouden door Juan, een straatarme boer met tot op de draad versleten kleding en schoenen, maar vriendelijk en extravert. Hij vraagt of we een foto willen maken met hem erop zodat we thuis kunnen laten zien wie hij is, bij dezen. Daarna vraagt hij of we hem alsjeblieft willen helpen met wat geld voor schoenen en om zijn huis weer op te bouwen. Ook dat doen we.

De volgende stop is de Wandschildering van de prehistorie, volgens de een kunstwerk voor de ander een gedrocht, maar alle bussen stoppen er en er is een restaurant. Roel heeft onderweg erg veel last van de warmte en moet afstappen. We worden opgevangen door een jonge man bij eco-boerderij Finca El Renacimiento die wacht op betere tijden met meer toeristen, tot die tijd is het restaurant gesloten. We zitten in de schaduw, Roel stopt zijn hoofd onder de kraan, we krijgen water en praten tot we bijgekomen zijn. Geld wil hij er niet voor hebben, stuur maar mensen naar ons toe die op vakantie komen. Een aanrader!

De wandschildering is enorm, begin jaren 1960 ontworpen door Leovigildo Gonzalez met steun van de regering. 80 meter hoog en 120 meter breed, het heeft 18 kunstenaars 4 jaar gekost om hem te maken. Het resultaat is… nou ja niet om over naar huis te schrijven, maar ik doe het toch. Het ene moment voel ik bewondering voor het werk en hoe ze het rots reliëf gebruikt hebben, het andere moment vind ik het gewoon grof en lelijk. Kijk naar de foto’s en vorm je eigen mening.

Kaartjes kopen voor de terugweg op de bus is weer een verhaal apart: kan niet, het systeem ligt eruit, de bus is vol, kom morgen maar terug enzovoort, steevast gevolgd door “maar je kunt ook een taxi nemen”. Het eindigt ermee dat we met een wrak van een jaren 50 taxi, chauffeur en 6 passagiers zonder autogordels op hoge snelheid teruggaan naar Havana. Nog nooit zó blij geweest om uit te stappen bij de boot.

Foto's Vallei del Silencio, o.a. eggen met ossenstel, verregende oogst, de nieuwe droogschuurvoor de tabak,  Roel en Jesus, fietstocht naar grotten en Hotel Ermita, Interieur huisje Los Aquaticos, foto's van de Botanische tuin waar Ian ook een ravage veroorzaakte en bijna alle hoge bomen ontwortelde en schaduw wegnam. Het is tekenend voor de veerkracht dat de tuinman vertelde dat een orkaan ook nieuwe mogelijkheden schept, nu kweekt hij groente voor het restaurant! Toeristen lunch ;-) foto's uit het stadje: uienverkoper, de vrachtwagen is het openbaar vervoer, misschien mogen we dan toch niet klagen met de oude taxi.... Een Cubaan is niets zonder een schommelstoel, ze staan bij ieder huis!































donderdag 29 december 2022

Las Terrazas, over koffie en bomen - November 2022

Met Deb en Eric, onze leuke buren in de haven, en Jorge de taxichauffeur maken we een uitstapje naar Las Terrazas, zo’n 60 kilometer ten westen van Havana. Het is een ecologisch succesverhaal. Enige decennia geleden ontfermden een aantal betrokken Cubanen zich over een een verlaten landbouwgebied in de Rosario Bergen om bomen te herplanten op de terrassen. Het gebied was lange tijd koffieplantage geweest, de grond was uitgeput en de meeste koffieplantages al lang vergaan tot ruïnes. De regeneratie van de natuur werkte zo goed dat ze meer grond konden aankopen en het dorpje Las Terrazas gesticht werd voor de werknemers van het project. Witte huisjes, rode daken en een meer in oneindig groen en goed onderhouden. Inmiddels is het een Unesco Biosfeer Reservaat, een walhalla voor rust, natuur en vogelliefhebbers.

De weg er naar toe is al een belevenis! Die is gedeeltelijk 6 en later 4 baans, maar er zijn vrijwel geen auto’s! In principe rijd je rechts, maar er zijn regelmatig fikse kuilen, Jorge kent ze allemaal, en ontwijkt ze behendig. Verkeersborden ontbreken, ook langs de weg en bij de afslagen, dus als je zelf zou rijden is het goed opletten. Verder zien we wandelaars, mensen die langs de weg staan met uien, borden met kaas of te wachten op een gedeelde taxi of busje. Fietsen, brommertjes, paard-, os- en ezel al dan niet met wagen, loslopende koeien, er komt van alles langs.

Bij de ingang betalen we 1,50 dollar entree bij de Puerta de las Delicias en rijden we naar de Buenavista koffieplantage.
Het plantershuis is in 1801 gebouwd door Franse immigranten uit Haïti en ligt prachtig op een heuvel. Het huis is gerestaureerd en wordt nu gebruikt als koffie bar/ restaurant voor de spaarzame toeristen. Het uitzicht is werkelijk prachtig: bergen, regenwoud en de vallei in de verte. De plantersfamilie had 126 tot slaaf gemaakten om de koffieplantages te bewerken. Een aantal van de slavenverblijven zijn nog als ruïnes zichtbaar aan de zijkant van de droogvelden. Boven de droogvelden is het plateau met de molensteen waar de koffiebonen van hun schil werden ontdaan. Een zwaar en arbeidsintensief proces hebben we in Guatemala gezien. De gedroogde en gedopte koffiebonen werden op de zolder van het huis opgeslagen tot er muilezel vervoer was naar de dichtstbijzijnde haven, een rijkdom aan handelswaar.
Om Buenavista nu geen koffievelden meer maar een rijkdom aan bomen en planten. We rijden door naar het dorpje Las Tarrazas. Het ziet er lieflijk uit. Jammer genoeg zijn de baden van San Juan gesloten wegens renovatie van de voorzieningen, maar het huisje van de Cubaanse zanger en legende Polo Montañes is wel open. Polo is een Guajiro (man van het land) uit deze regio, zijn ouders waren arme houtskool verkopers. Hij was zeer muzikaal en bouwde een bloeiende zangcarrière op. Naar verluid heeft hij zijn huisje in het modeldorp las Terrazas persoonlijk van Fidel Castro gekregen. In 2002 kwam hij bij een auto ongeluk om het leven, maar zijn broer houdt de herinnering levend met foto’s, platenhoezen en muziek. Wij nemen het voor lief maar als we later onderweg vertellen dat we hier geweest zijn krijgen we enthousiaste reacties, “Wat geweldig dat jullie dat hebben kunnen doen!” en onmiddellijk volgen dan een paar strofen van Polo’s liedjes.

Het is stil in het dorpje. Volgens de reisgids zou er een bloeiend artistiek leven zijn maar Jorge vertelt dat sinds Trump de grenzen met Cuba weer gesloten heeft en Covid de toeristenstroom helemaal liet opdrogen veel artiesten het niet bol konden werken en weg zijn gegaan. We gaan even kijken in het Moka Hotel, een ecohotel wat zijn naam eer aan doet, de bomen groeien er door het dak van de lobby en alles ziet er verzorgd uit. Jorge zegt dat hij ervan droomt om zijn vrouw hier nog eens mee naar toe te nemen. Toeristenhotels waren decennia lang verboden voor Cubanen, nu mogen zij ook naar de hotels maar een nacht kost al gauw 2 maandsalarissen….

We gaan lunchen in het Casa del Campesino, middenin het bos. Ze verbouwen hun eigen groenten en hun varkens lopen vrij rond. De menukaart ziet er goed uit, maar de ober vertelt dat ze alleen maar varkenslapjes met rijst hebben en dat is ook precies wat te krijgen, aangevuld met een schaaltje gekookte yam wortel. De orkaan Ian heeft de oogst beschadigd en verder moet je het doen met wat er is. Er is wel een swingende salsa band en het restaurant zit gelukkig vol met toeristen die met een tour  hierheen komen. We maken nog een wandeling om het meer, het is heerlijk om buiten te zijn en de omgeving is zó mooi.

Op stap met Jorge maken we ook kennis met een ander fenomeen: het is lastig om brandstof te krijgen. Zijn 50 jaar oude Lada loopt alleen goed op super benzine. Bij de benzinestations waar ze benzine hebben staan auto’s regelmatig uren in de rij. Als hij een pomp ziet zonder rij gaat hij snel even kijken of ze zijn brandstof hebben, helaas, meestal niet. Maar we komen een pomp tegen met de goede brandstof, gelijk volgooien. De benzine kost 17 cent per liter..... Ernaast zit een dollar winkeltje, je kunt er alleen maar met creditcard in harde valuta betalen (euro’s mag ook, maar Amerikaanse creditcards worden geweigerd) en hier staan de schappen vol! Onze zeilvrienden slaan ettelijke flessen rum in, zij hebben naast zoet en zout water een derde kraan in de keuken waar rum uitkomt en die tank is bijna leeg ;-) Dat proberen we die avond gelijk uit bij hen aan boord met huisgemaakte mojito’s, het werkt fantastisch!

Met Deb en Eric gaan we de volgende dag naar Jamainitas om Fusterlandia te bezoeken. Het huis/museum van kunstenaar José Fuster wat is omgetoverd in een wonderland met een explosie van kleur en vormen die de hele wijk aangestoken heeft. De foto’s zeggen meer dan ik kan schrijven. Het lijkt op Gaudi en Parque Güell in Barcelona is er niets bij…...

We zijn geïntrigeerd door Cuba, er is zoveel wat we niet begrijpen aan de ene kant en aan de andere kant zijn de steden en natuur prachtig, de mensen vriendelijk, muzikaal en extravert. Eric en Deb gaan verder maar wij besluiten nog een paar weken rond te trekken op het eiland.

Foto's van Buenavista, Las Terrazas, de motor is een voorbeeld van Cubaanse vindingrijkheid en gemaakt met allerlei onderdelen die niets met motoren te maken hebben, maar hij reed wel! als laatste Fusterlandia, het bankje "de vreugde om te leven" als afsluiting.


.


























woensdag 7 december 2022

De stad in - november 2022

We dwalen een dag door het oude centrum van Havana, geen plan, gewoon de sfeer proeven. Wat een gebouwen, pleinen en forten langs de haven van de binnenstad. Alles ademt geschiedenis en levendigheid. Veel grote gebouwen aan de pleinen zijn al gerestaureerd, op veel plekken zijn bouwvakkers aan het werk en in sommige straten moet het opknappen nog beginnen. De restaurants hebben een menu, veelal kip op verschillende manieren klaargemaakt. Ik noem dat omdat in de winkels vrijwel niets te koop is, we zien vooral lege schappen. Er zijn straatkarretjes met wat groenten en een paar ananasjes. 
We eten in een restaurant in een oud gebouw, het stuk aan de straatkant is gerestaureerd en ziet er leuk uit, rondom de binnenplaats erachter staat alleen de oude structuur van pilaren en bogen overeind. De keuken aan de zijkant heeft een dak van zeildoek. Mensen op straat zijn vriendelijk, behulpzaam en bieden van alles aan om voor of met je te doen. Een vriendelijk praatje eindigt vaak in een vraag om geld, het zegt iets over hoe weinig zij hebben en/of hoe zij ons zien. Het museum van de Revolutie is jammer genoeg gesloten voor renovatie, we kunnen alleen de voertuigen die buiten staan bekijken. Op verschillende plaatsen is er muziek op straat en aan het eind van de middag in de cafe’s. We genieten van de sfeer en komen zeker terug voor meer! 

De foto’s van onze wandeling staan hier onder. 


Voor wie het leuk vindt wat meer achtergrond: Cuba werd bewoond door een inheemse bevolking toen Columbus hier als eerste Europeaan in 1492 voet aan land zet. In 1511 komt Diego Velazques met 400 kolonisten, in 1522 worden de eerste slaven gedwongen hierheen gevoerd, rond 1550 zijn er vrijwel geen inheemse bewoners meer over. Havana is al sinds 1607 de hoofdstad van Cuba, toentertijd onder de Spaanse kroon de belangrijkste stop voor de schepen met goud uit Mexico en zilver uit Peru naar het thuisland.

Steeds grotere en betere forten, de laatsten gebouwd eind 1700 moesten aanvallers op afstand houden. Goud en zilver was er weinig op het eiland, maar vruchtbare grond in overvloed. Fransen, gevlucht uit Haïti na de slavenopstand in 1791, legden de eerste koffieplantages aan in de nieuwe wereld. Daarna kwamen tabaksplantages in het oosten en suikerplantages waren er al door het hele land. De slavernij werd pas in 1886 afgeschaft, als één van de laatste landen ter wereld. Twee onafhankelijkheids oorlogen waren nodig om ook als één van de laatste landen de banden met Spanje door te snijden, van 1868-1878 en de tweede van 1895-1898. Door een vreemde kronkel in de geschiedenis (het Amerikaanse oorlogsschip de Maine vliegt de lucht in de haven van Havana) verklaart de USA Spanje de oorlog, wint de slag bij Santiago op Cuba en nu begint een 4 jaar durende bezetting van Cuba door de Verenigde Staten. Bij de onderhandelingen over de onafhankelijkheid in 1898 in Parijs zijn geen Cubanen uitgenodigd. In 1902 wordt Cuba officieel onafhankelijk maar met de aantekening dat de US militair mag ingrijpen als het dat nodig vindt, inclusief de stationering van een legerbasis in Guantanomo Baai. Er volgen verkiezingen, de president wordt, ook militair, gesteund door de USA. Suiker werd de grote winnaar van de export na de eerste wereldoorlog, toen er enorm veel geld verdiend werd. Rond 1920 was Havana een stad van miljonairs en werden er nieuwe en luxe huizen gebouwd in de wijken aangrenzend aan de oude stad. Het bewind wordt steeds despotischer en in 1933 is er een poging tot een coup van een groep legerofficieren die mislukt, maar de onrust is er. 
Wordt vervolgd (deze informatie haal ik uit reisgids de Lonely Planet en boeken die we lezen terwijl we hier zijn)