zaterdag 28 juli 2012

15-28 juli Scilly's Falmouth Bath


Twee weken in één blog! Voorbij gevlogen.
Een pittige dag en nacht zeilen brengt ons in 21 uur op de Scilly's. Halve wind (de wind op de zijkant van het schip, boot niet schuin dus) met windkracht 4 tot 5. Het gaat lekker hard, maar ook voor het eerst de oceaandeining. Lange golven, 1,5 meter hoog ongeveer ook dwars op het schip, dus die rollen onder ons door. Ik blijf het bijzonder vinden dat 's nachts de wind altijd harder lijkt en de golven hoger, ik denk omdat je het niet ziet. Veel vissers onderweg, dus opletten geblazen. 
We leggen aan bij een van de vele vrije ankerboeien op St Mary's, het “grootste” eiland van de 48. Tussen haakjes want ze zijn namelijk allemaal (erg) klein, niet meer dan rotsklompen die boven de zeespiegel uitsteken. Er wonen 2.000 mensen op de 5 bewoonde eilandjes. Een prachtige gebied, maar vooral om met mooi, rustig weer te verblijven aldus de pilot. Veel ankerplekken, maar niet één die bij alle windrichtingen beschut is. De eilanden hebben een subtropisch klimaat en op de dag dat we aankomen, doen ze hun naam eer aan! Zon, buiten zitten, lekker door het dorpje Hugh Town slenteren en op een strandje liggen. Overal bloemen en zelfs palmboompjes. De dag erna is het alweer over: (mot)regen en wind. We stuiteren aardig aan de ankerboei. Toch even fietsen over het eiland: in een uur ben je rond. Maar wel drie grafheuvels van rond de 4.500 jaar oud, dezelfde tijd als Newgrange in Ierland. Veel bescheidener dan daar, waarschijnlijk woonden hier ook veel kleinere gemeenschappen. Het valt ons op dat iedereen iets wil verkopen: bloemen, plantjes, groente etc. Als we de huurfietsen terugbrengen, maak ik een praatje met de eigenaar. Twee jaar woont en werkt hij nu op het eiland, een droom. De verhuur valt wat tegen, dit jaar omdat het weer tot nu toe te wensen overlaat, maar ook door de “crisis”denkt hij. Het is duur om naar de Scilly's te komen. Als hij een goed seizoen heeft kan hij de winter overbruggen, maar een klus op het vasteland is ook welkom om de financiën aan te vullen. Hij kijkt wat mistroostig naar de vele ongebruikte fietsen. “Maar ik kan altijd voor mijn winkel in de zon staan en uitkijken over de haven” zegt hij moedig. 
Porth Hellick grafheuvel, de ingang achter de steen

We praten over het eilandleven in de winter. Er wonen veel ouderen op de eilanden, kinderen kunnen tot hun 16e naar school, maar voor verdere studie gaan ze naar de vaste wal en komen meestal niet meer terug. De jongeren die terug willen komen, vinden vrijwel geen werk en kunnen geen huis kopen. Bijna alles wat leeg komt wordt voor veel geld verkocht als verhuur/ vakantiehuis. We zien dat ook in het dorp. Hoe moet het dan met de ouderen? En met de gemeenschap? Er lijkt geen lange termijn visie te zijn op dit probleem. Als mensen echt zorg nodig hebben moeten ze ook naar de vastewal. Misschien dat over een aantal jaren het dorp alleen nog maar vakantiepark is? Onderweg zien we verschillende bankjes met koperen plaatjes: “als dank voor de 25 heerlijke vakantie jaren op het eiland” en meer in die trant. Zou dat ook een verandering zijn: de generatie van de bankjes is een andere dan de jonge mensen van nu, die gaan naar Spanje of Thailand. Ook de vakantiegasten die we tegen komen in het dorpje zijn voor het merendeel duidelijk 55+ ers die terug keren naar hun geliefde Scilly's. Ik hoop dat het een momentopname is, de schoolvakanties beginnen net en misschien is het volgende week helemaal anders.
We gaan in ieder geval even wat drinken in de “Mermaid” een kroeg waarvan ik denk dat die in de winter ook nog heel gezellig is: klein, met biljart en een leuke bar.
Hortensia's in Trelissick Gardens

Volgende morgen, weerbericht windkracht 5 toenemend tot 7 over 24 uur en verder. Geen Scilly's weer. Jammer. We gooien los en we zeilen heerlijk voor de wind weg naar het vasteland, naar de vissershaven Newlyn, net onder Penzance. Hier ligt de vissersvloot van heel zuid-westelijk Engeland. Ik ben net Trawler van Redmond O'Hanlon aan het lezen over de visserij in de Noordelijke Atlantic. Hilarisch en erg leerzaam tegelijk. Zwaar en gevaarlijk werk en de gevolgen van de regulatie vanuit Brussel gaan ver. We zitten er met ons neus bovenop, maar eten ook verse kreeft (die net in de pan past) en krab tot we twee dagen later naar Falmouth vertrekken.
Er moet namelijk wat gedaan worden om de boot klaar te maken voor de oversteek naar Spanje en Falmouth is een zeilers-reparatie-paradijs. Voorzeil reparatie, ankerketing doorvoer lekt, schilderklusjes, marifoon werkt niet goed etc etc. We vinden alles wat we nodig hebben en crossen op de vouwfietsjes heen en weer. Het weer werkt dit keer erg mee en we hebben heerlijke klusdagen.
het Romeinse Bad met de Abbey op de achtergrond

We huren een auto, verkennen Cornwall en ontmoeten Jeroen en Pauline in Bath. Een stadje wat in de 18e eeuw echt chic was. Prachtige gebouwen in geel zandsteen, brede lanen, parken en pleinen. Lang daarvoor, onder de Romeinen, een beroemde badplaats en tempel vanwege de natuurlijke thermale warmwaterbron. In de Tweede Wereldoorlog helaas zwaar gebombardeerd, maar daarna ook gerestaureerd en wij kunnen het verschil niet zien. We doen toeristen dingen en Pauline en ik dobberen heerlijk een paar uur in de thermale wateren van Bath Spa. Het zwembad op de bovenste verdieping is in de openlucht en kijkt uit over de prachtige “skyline” van het stadje en de groene heuvels die het omringen. Niet slecht!
Op de terugweg bezoeken we de Trelissick Gardens, een landgoed aan de rivier Fal. Erg mooi en rustig, we zoeken een bankje en lezen een paar uur. Ik heb een spannend boek gevonden wat speelt in de omgeving van Falmouth en Trelissick speelt daarin een belangrijke rol. Roel leest over Kindsoldaten in Soedan....

Nu zijn we weer een paar dagen aan het werk. Vanavond krijgen we zeilers uit Falmouth op bezoek, die we eerder deze reis ontmoet hebben in Tobermory. Daarna wachten we op een goed weerbericht om over te steken naar Spanje.

Jacomine



zaterdag 14 juli 2012

5-14 juli Ierland


Zomer in Ierland

Halverwege  donderdag komen we aan in Howth, een jachthaven net buiten Dublin. Op de kade een overvloed aan verse vis en de eerste dag ook zon: geweldig. We genieten van het buiten zitten en lopen Howth Head wandelpad langs de kust, vanwaar we een prachtig uitzicht hebben op de baai waaraan Dublin ligt.

Hal van een van de faculteiten van Trinity

Dublin zelf bekijken we de volgende dag bij regen, maar niet te min is er veel te zien. We doen een historische tour Ierse geschiedenis. De gids is net afgestudeerd en vertelt bevlogen. Ik realiseer mij dat we, door te reizen in Schotland, Engeland en Ierland, de verschilende kanten van de geschiedenis horen, steeds bekeken vanuit een ander perspectief. De Ieren (voor zover ik daar iets over kan zeggen) voelen zich vaak in de steek gelaten door Engeland en ondergewaardeerd. De Katholieke meerderheid had niet zoveel te zeggen en de residuen daarvan vind je nu nog steeds terug in het verhaal over hun geschiedenis. Het prachtige Trinity College is opgericht in 1592 door Koningin Elizabeth I en was natuurlijk protestants. De Bank van Ierland in het centrum was daarvoor het parlement van Ierland, tot het zichzelf in 1801 min of meer gedwongen heeft opgeheven om aan te sluiten bij Engeland. In 1845-51 is er grote honger door de aardappelziekte, waarbij vele Ieren (1 miljoen) sterven, 2 miljoen vertrekken terwijl de graanoogsten om commerciele redenen gewoon naar Engeland verscheept worden. De laatste 100 jaar de onafhankelijkheid, de onrust in Noord Ierland en jaren van ongekende armoede en welvaart lijken elkaar af te wisselen. 
De Ierse bank/ voormalig palement
Dublin is een levendige stad, met mooie parken, veel geschiedenis en de winkels zijn veelal gevestigd in oude panden waardoor het een authentieke sfeer heeft. Het Trinity college staat bol van de oude gebruiken en de bibliotheek huisvest het boek van Kells, een boek met de 4 grote evangelien van rond het jaar 800 en prachtig geillustreerd. Schrik niet, per boek waren bijna 200 runderen nodig voor het perkament. De oude bibliotheek is ook bijzonder door het systeeem van ordening. Boeken worden niet op onderwerp of schrijver geordend maar op de de hoogte van het boek. We spreken een student geschiedenis die vertelt dat hij soms 6 uur moest zoeken naar het boek wat hij nodig heeft: eerst zoek je het boek dat je wilt hebben op in de catalogus, dan kijk je hoe hoog het is dan ga je met een meetlatje de bieb in en zoek je tussen alle boeken die even hoog zijn het exemplaar wat je nodig hebt. Rare jongens die Ieren!  Als ik door de bieb loop en zie hoeveel boeken ze hebben en dat alles echt helemaal volgestampt staat, snap ik het ook wel. Het ziet er “netjes” uit. Het is zo leuk in Dublin dat we nog een dag teruggaan om door de stad te lopen. Ik ben James Joyce's Dubliners aan het lezen en het is bijzonder om dan door de straten te lopen waar de verhalen zich afspelen.

We huren een auto en verkennen de omgeving van Dublin. 
kerkje in Glendalouch

Glendalough, een kloosterstadje uit de 5e eeuw - nu grotendeels ruines – in een prachtig dal. Erg mooi, vooral als je de tourbussen kunt omzeilen, wij waren daar 9 uur 's avonds en hadden het rijk alleen.


Wicklow mountains waar we een stukje van het lange afstand wandelpad lopen. 
Wicklow mountains


De prachtig aangelegde tuinen van Powerscourt. Als ik het goed begrepen heb zijn 200 man daar 12 jaar mee bezig geweest, maar dan heb je ook wat. 
Newgrange /Knowth zijn rituele (begraaf?) plaatsen uit de vroege steentijd, nog 500 jaar ouder dan de pyramides. Ongelofelijk groot en ingenieus gebouwd als het binnenste na 6500 jaar nog staat en de kamers droog zijn. De ingangen zijn gebouwd op verschillende zonnewendes van het jaar en versierd met universele, in de rots gekerfde motieven. De bouwmaterialen komen uit de wijde omgeving, tot 100 km weg. Het blijft een raadsel hoe de vroegere bewoners de vele tonnen wegende stenen vervoerd hebben. De buitenkant van de heuvels is gereconstrueerd omdat er in de eeuwen daarna ook weer op gebouwd en geleefd is.


Grafheuvels in Knowth
Zeilers die we in Portpatrick onmoet hebben, wonen net boven Howth en nodigen ons uit om een avond bij hen door te brengen. We hebben veel gemeen en het is een fijn bezoek. Zo horen we ook hoe zij het leven ervaren. Een grappig verhaal is dat van de heilige drie-eenheid van een Ierse moeder: een zoon die ingenieur wordt, een die dokter wordt en een die priester wordt. Een gesprek gaat dan steeds als volgt: “my son, the engeneer (of doctor of priest), etc etc” Zij hebben een zoon die ingenieur wordt en wij ook, dus het begin is er. 
En natuurlijk komen we in veel pubs, want daar speelt het leven zich af in Ierland. Aardige mensen waarmee je makkelijk contact legt, goed eten en goede, veelal live, muziek. Ik ga zelfs over op Guiness en we leren dat je moet wachten tot alle belletjes opgetrokken zijn, voor je gaat drinken. In een pub in Dublin blijkt een lunch-muziekpauze te zijn. Kantoormensen uit de buurt eten daar op vrijdag en maken dan samen een uur of wat muziek, voor ze weer terug gaan. 4 kleine trekharmonica's, een viool, 6 dwarsfluiten en een banjo achtige gitaar. Ze spelen bekende Ierse melodien en een andere pubgast zingt a capella een ballade over zijn oom in Amerika. Dat vind ik het leukste wat er is, als we zo aan kunnen schuiven bij waar mensen gewoon mee bezig zijn.
Mijn "vagabond" in Dublin

We horen verhalen over een gezin met 7 jongens waarvan er 30 jaar geleden 6 naar evenzovele buitenlanden zijn vertrokken, de economische malaise van dit moment (maar lang niet zo erg als de jaren 80 volgens velen). We stappen half tien 's morgens een pub in op zoek naar koffie, " no luv, no cuffee ere". De bar zit wel vol met mannen aan hun eerste Guiness - dat hoop ik tenminste voor hen - en een spelletje domino. Verder hebben wij het twijfelachtige genoegen de natste en koudste maanden mei en juni mee te maken sinds jaren en zoals we het nu bekijken wordt juli hier niet veel beter. In de pub in Kilmorequay, onze laatste Ierse aanlegplaats, is de haard aan én natuurlijk goede live music. Het is druk, vrijdagavond en iedereen komt even bijkletsen. Een goed moment om te vertrekken na zo'n leuke avond. We gaan naar het zuiden (horen jullie hoe hoopvol dat klinkt), richting Scilly Eilanden het meest zuid-westlijke puntje van Engeland.




Jacomine

vrijdag 13 juli 2012

27 juni-4 juli Lancaster Livepool

Na de fietstocht wachten we in Glasson Dock/Lancaster 5 dagen op beter weer om naar het eiland Man te gaan. Roel gaat een avond voetbal kijken in de plaatselijke pub, hij is de enige man. Het blijkt spelletjes-avond te zijn, waarbij tien Engelse dames rondjes bingo spelen met als prijs een rondjes drank. Nederland verliest ook nog! Als we alle eendjes en zwanen gezien hebben, besluiten we te vertrekken en het eiland Man maar te vergeten. De windvoorspellingen blijven hangen op 5 tot 7 en nog steeds veel hemelwater. Niet lekker om daar dagen lang te ankeren bij steeds wisselende windrichtingen. Nog langer Glasson Dock is voor mij ook niet zo goed. Ik krijg het een beetje benauwd van de kleine ruimte in de regen en niets erom heen.
De poort van Strawberryfield
Met afgaand tij gaan we razendsnel de 12 mijl de Lune rivier af. Zeilen een bumpy 35 mijl op zee, gereefd en aan de wind natuurlijk, zoals bijna alle zeilstukken tot nu toe. Liverpool wordt de bestemming. We zeilen met 3 knopen stroom mee de 15 mijl van de Mersey River op. Leuk varen is dat en het maakt de regen weer een beetje goed.

In Liverpool volgen we de voetstappen van de Beatles in hun jonge jaren. Met een tour langs de plekjes van hun jeugd, muziek van een jongere Beatles/Stones uitvoering in de Cavern, waar ze bijna 300 keer optraden etc. Het is een leuk tijdverdrijf en van de muziek worden we vrolijk. Ik realiseer mij dat de Beatles echt "voor" mijn tijd waren, zeker op het eiland waar ik opgroeide, kregen we er niet zoveel van mee. Misschien mijn oudere broer en zus?

Mendips,het huis waar John Lennon opgroeide
De stad kende voor de Beatles al jaren geschiedenis, al zou je dat nu bijna vergeten. De welvaart van Liverpool begint met de haven en de driehoekshandel slaven/ ruwe grondstoffen/ gefabriceerde producten, waar Liverpool rijk van geworden is. Het slavernij museum doet hiervan een indringend verslag. De Titanic en vele andere schepen hadden Liverpool als thuishaven, hoofdmoot van de expositie in het maritiem museum. In de tweede wereldoorlog is Liverpool een belangrijke haven voor de bevoorrading van de strijdmachten uit de US en wachtplaats voor D-Day schepen en manschappen. Die brachten nieuwe muziek mee: Rythm en Blues en zo komen we weer bij het begin van de Beatles.

Skyline Liverpool oud en nieuw
Liverpool is nu echt een stad voor shoppers en toeristen, met talloze musea en winkels.  Een moderne stad ook, met een indrukwekkende skyline van recente hoogbouw tussen de fraai opgeknapte oudere gebouwen. Een markant punt daarin is de koepel van de katholieke kathedraal uit 1967. Vergeet alles wat je weet over kathedralen en ga dan daar kijken. Het is een Tipi-achtige vorm (Paddy' s wigwam is de bijnaam van de locals), veel beton en glas (beetje zoals Woudestein van de Erasmus Universiteit), enorme glas-in-lood ramen in de futuristische koepel. Ook de binnenkant is heel modern, het gebouw is 16 hoekig en heeft geheel in stijl 12 verschillende kapelletjes, ook qua architectuur. Er is veel moderne religieuze kunst en erg mooi vind ik. We hebben geluk want het reusachtige orgel wordt bespeeld en dat maakt het geheel compleet en prettig om enige tijd te blijven.
de koepel van de kathedraal in het midden

Een van de dingen die John Lennon betreurde toen hij beroemd was, was dat hij niet meer ongestoord een biertje in de "Phil"  kon drinken, de bar tegenover het Philharmonic gebouw. Een van de genoegens van niet beroemd zijn is dat het voor ons wel weggelegd is en we genieten er dus dubbel van, want het is een erg fijne plek.
Het weer verbetert eigenlijk nauwelijks en tussen twee depressies door zeilen en motoren we in de nacht van woensdag op donderdag naar Dublin aan de andere kant van de Ierse Zee

vrijdag 29 juni 2012

22-27 juni fietsen Morecambe-Bridlington

Op weg naar de bus begint het licht te regenen. Tegen de tijd dat we aan de andere kant van de baai in Morecambe aankomen giet het en waaien we van de boulevard. We wachten op de rest van onze fietsgroep in een klein cafetje. De eigenaar heeft het druk, vandaag is de dag dat de Olympische Fakkel door Morecambe en Lancaster komt. Iedereen schuilt in het cafe. Jeroen vertelde vorige week dat  de Fakkel in heel de UK maximaal 30 km van 90% van de bevolking komt. Onze hele reis zijn we de fakkel net misgelopen maar nu gaat het gebeuren. Ik heb medelijden met de rijen langs de kant: honderden schoolkinderen staan er (niet geheel vrijwillig?), een groepje zwaar gehandicapten in een rolstoel wordt ruim anderhalf uur van te voren in de kou en regen geparkeerd (mishandeling?), een groep peuters van het kinderdagverblijf in 10 buggy's (letterlijk zoetgehouden) en vele vele anderen wachten vol verwachting.

Als ik koffie bestel maakt de baas een opmerking over het weer, ik vertel hem dat wij vandaag de Way of the Roses kust tot kust fietstocht gaan beginnen. In een flits zie ik verrassing, ongeloof, bewondering en afgrijzen op zijn gezicht verschijnen. Dan komt het finale oordeel: "Mental" (gestoord) zegt hij uit de grond van zijn hart en doet een stap achteruit voor het geval het besmettelijk is. Als ik naar buiten kijk vind ik eigenlijk wel dat dit een kernachtige samenvatting is van het geheel, zowel onze fietstocht als de fakkeloptocht.
ons fietsgroepje deze week
Na wat vertaging door de optocht komt het busje met de fietsen en de rest van de groep. 4 vrienden van ons uit Australie en twee jonge vrouwen uit Nieuw Zeeland die al jaren in Londen werken. Pete is onze gids en verzorger deze week en opgewekt geeft hij ons instructies voor het eerste gedeelte van de tocht.
Het opgewekte gevoel duurt bij mij niet zo heel lang. Het is echt vreselijk slecht weer en "waterdicht"  lijkt een betrekkelijk begrip. In mijn hoofd gaat een stemmetje tekeer: wat een belachelijk idee om nu te fietsen, kunnen we niet in die bus, is er geen plan B, wie heeft dit bedacht en nog wat dingen die niet een blog passen, maar iedereen die Astrix en Obelix gelezen heeft weet hoe zo'n balonnetje eruit ziet. Als de Fakkel voorbij komt zie ik dat die zelfs in een bus zit inplaats van rondgelopen te worden! Dat maakt het er allemaal niet beter op. De lunch is echt het dieptepunt: een picknick, waar we een half uur op moeten wachten in de stromende regen. We staan met z'n achten onder een klein afdakje te kleumen, de thermoskan geeft koud water en er is echt geen plan B.
Dan gaan we de heuvels in van de Yorkshire Dales en is er zelfs geen ruimte meer voor gemopper in mijn hoofd. Alle aandacht gaat naar de volgende meter, de volgende ademhaling en mijn huurfiets komt af en toe een paar versnellingen tekort voor de steile beklimming: lopen naar boven dus.
De Yorkshire Dales

Dan gebeurt er iets wonderlijks, opeens is er rust in mijn hoofd. Acceptatie? Overgave? Mijn aandacht gaat naar buiten en ik geniet van de omgeving, de kleuren en geuren, zelfs de regen. Gelukkig heb ik nog 25 kilometer te gaan met dit gevoel. De weiden op de heuvels zijn omgeven door stenen muurtjes van gestapelde stenen zonder cement (dry stone walls) die eeuwen geleden gemaakt zijn. We hebben ze ook vanuit de auto gezien, maar dan lijken ze gewoon muurtjes en nu ik erlangs fiets zie ik hoe verschillend ze zijn. Sommigen zijn heel harmonisch, ze kloppen helemaal zonder opvulstukjes. Anderen zijn echt beginnersmuurtjes of juist heel precies met keurige rijtjes even grote stenen. Op de bovenkant ligt een randje platte stenen als een afwerkrandje. Ik zie steeds meer verschillen en verbeeld mij dat ik iets lees van de zielen van de mensen die ze gemaakt hebben. Honderden kilometers lang, duizenden kilometers lang. Wat een geduld en vakmanschap en hoeveel generaties hebben hier niet aan gewerkt. Het weer wordt steeds woester en ik ben dankbaar voor de wind in de rug (windkracht 8 en uitschieters naar 10) en ervaar met ontzag het natuurgeweld. De riviertjes om ons heen lopen steeds vaker ook over de weg, in de dalen fietsen we door de overlopende riviertjes heen. De dieren schuilen achter de muurtjes, kont in de wind, lammeren en kalfjes tussen moeders voorpoten.
Net als ik voel dat er haarscheurtjes komen in mijn verlichte staat waardoor wind en regen alsnog naar binnen sijpelen, staan we boven op een heuvel met alleen nog de afdaling naar Settle. Het B&B waar we logeren verandert in een poel druipende kleren als we binnen zijn, maar we zijn er!
Later op het nieuws zien we waar we doorheen gegaaan zijn: 100 ml water in 24 uur, overstromende rivieren, 450 huizen ondergelopen....
De Yorkshire Wolds

De 4 dagen erna fietsen we heerlijk (droog!) via York naar Bridlington aan de Noordzeekust. 275 km in totaal. Door de Yorkshire Dales, heuvelachtig met veel schapen en vee en dus die mooie muurtjes. De prachtige stad York en Fountains Abbey, de laatste is verwoest door Henry de 8e maar de ruines zijn erg indrukwekkend. York is tijdens de Romeinse tijd zo belangrijk dat Constantijn (klopt, die van Constantinopel) er tot 5e Romeinse keizer gekroond wordt. Ook begrijpen we dat in 1066 de slag bij Fulford (Noorman Harold tegen zijn broer), bij Stamford Bridge (Engelsen tegen de Noormannen) en bij Hastings (Engelsen tegen de Fransen) binnen een tijdsbestek van een maand zich afgespeeld hebben. De Engelsen liepen met meer dan 10.000 man de bijna 1.000 km heen en weer in minder dan een maand. Geen wonder dat ze bij Hastings verloren.
Dan door de Yorkshire Wolds, glooiend open landschap met veel landbouw, hier en daar bos en veel welvarender dan de Dales. Als laatste de krijtrotsen van de kust en de Noordzee.
De eindstreep van de Way of the Roses

We hebben heerlijk gefietst, gezellig in de groep en veel gezien. Helemaal bijgetankd gaan we weer naar ons boothuis.

Jacomine

donderdag 21 juni 2012

16-21 juni Whitehaven-Lancaster

Whitehaven was ooit de haven die de wijde omgeving van kolen voorzag, inclusief 80% van de kolen toevoer voor Ierland. De mijnen gingen diep het land in en liepen ook onder de zeespiegel. Zwaar en gevaarlijk werk waar heel Whitehaven zijn boterham aan verdiende. De mijnen zijn gesloten eind jaren '80 van de vorige eeuw en nu probeert het stadje te profiteren van de toeristen en de ligging aan de westkant van het populaire Lakedistrict.
De oude havens zijn omgevormd tot marina en nog een paar vissersboten. Het stadje ligt mooi tussen twee hogere gedeeltes in en komt verzorgd over. We zijn in Engeland: hanging baskets, overal bloemen en bordjes waarop staat wat je wel maar vooral ook niet moet of mag doen en dat de eigenaar nergens voor aansprakelijk is.

Een auto huren op zondag blijkt onmogelijk, maar wandelen niet. We lopen met Jeroen naar St Bee's Head, een puntje rots wat net ten zuiden van Whitehaven ligt. In afwachting van de bus naar huis even in de locale pub: een waar familiegebeuren vindt daar plaats. Twee dames van mijn leeftijd en tweemaal mijn omvang hangen in een hoekje, een klein meisje hangt in een een rolloopwagentje en de moeder ertegenover op de bank. Zoonlief staat achter de bar, de enorme tatouages zijn omgekeerd evenredig met de snelheid waarmee hij reageert op onze bestelling. Pa geeft commentaar vanaf de zijlijn. Later blijkt de "moeder" van het kleintje de oma te zijn, want haar dochter van 17 heeft zich inmiddels over haar dochterje ontfermd. We trekken ons terug in de beergarden om de familie hun zondag-gevoel te laten.
's Avonds eten we in de Waterfront, een pub aan de haven uiteraard. Er komt live music en een half uur later stroomt het vol met dames van alle leeftijden op hoge hakken en in cocktail jurkjes, kleurig, bloot en kort. Terwijl de thermometer rond de 10 graden is blijven steken. De heren zijn ook goed gekleed en wij vallen een beetje uit de toon. Optutten is gebruikelijk op zondag wordt ons verteld, dus er is nog hoop voor al mijn cocktailjurkjes in het vooronder.
De band is erg goed - rock uit de jaren '60 en '70, al halen de bandleden de 18 jaar maar net – en de sfeer is dito. We raken in gesprek met een Engels stel en dat is een grappige ontmoeting. Roel zal daar later nog eens over schrijven. Ik leer Engels drinken: een fles wijn schenk je uit in 2! glazen en als je water vraagt krijg je met moeite een half glaasje. Het is maar goed dat de taxi ons bijtijds ophaalt.
De volgende dag zeilen we naar Lancaster en is het voor ons alledrie prettig dat er niet te veel wind staat..... Dinsdag gaat Jeroen weer naar huis.

We huren een auto en woensdag verkennen we het Lake district. Ook hier heeft de ijstijd 10.000 jaar geleden het landschap gevormd. Hoge heuvels/bergen en daartussen prachtige meren. De heuvels zijn vrijwel kaal op mos en gras na, in de dalen volop bomen en struiken. Het is ongelofelijk mooi! Sommige dorpjes zijn erg toeristisch, maar het kost weinig moeite om daarvan weg te komen. We rijden over de Kirkstonepas en daarna langs meer na meer. De ah en oh's klinken alom. De wegen zijn erg smal en Roel maakt dankbaar gebruik van een nieuw instrument: de samengeknepen billen indicator, voor als we te dicht aan de linkerkant van de weg komen.

We fietsen op de vouwfietsjes door de mooie Newlands Valley (gaat net!) en aan het eind van de dag de grootste verrassing: Castlerigg Stone Cirkel. Een Stonehenge van het Noorden. Op een ronde heuvel staat een ring van enorme stenen, 4.500 jaar geleden gemaakt. Om de heuvel, aan alle zijden dalen en dan een ring van hoge heuvels. Het is alsof de stenen zich herhalen in de heuvels erom heen. Het is een magische plek, zo bijzonder en de ondergaande zon versterkt dat gevoel. Het is 20 juni en zonnewende, de eerste mensen komen om de nacht door te brengen op de heuvel. Dat gaat ons wat ver, maar als ik er nu over schrijf ervaar ik weer dat hele bijzondere gevoel van deze prachtige plek.
Vandaag regen en storm dus we doen het even rustig aan. Morgen ook regen en storm maar dan gaan we fietsen en de komende dagen zijn we onderweg naar de andere kant van Engeland.
foto's volgen later.
Groetjes Jacomine

----------
radio email processed by SailMail
for information see: http://www.sailmail.com

woensdag 20 juni 2012

6-15 juni laatste stukje Schotland

De pilot van de Schotse Westkust is net een schatkist. De laatste ijstijd heeft in haar terugtrekkende beweging alles vermalen wat er op haar pad kwam, alleen wat te hard was bleef liggen. Alsof er met een grove kam doorheen gekamd is. Het water vulde de gaten en het resultaat is – nu nog steeds – een prachtig landschap.
Eilanden, honderden ankerplekjes, baaien en langerekte lochs diep het land in. Ik proef de Celtische namen: Sailean Mor – goede beschutting bij alle winden; Loch Droma na Buidhe – perfect beschutte ankerplek; Kilchoan – aantrekkelijk dorpje aan de zuid kant van Ardnamurchan schiereiland. En dan zijn we nog niet verder dan het eiland Mull. Hier missen we de week, die we later weg gegaan zijn uit Nederland. We kunnen maar een paar van deze juweeltjes zien.

We genieten van de tocht van Loch Linnhe richting het eiland Mull, waar we liggen in Tobermory. Een mooie plaats met gekleurde huizen op de kade aan de baai. We lopen naar de vuurtoren, onze eerste zomerse dag in korte broek en shirtje. Lunchen in het Western Isles hotel, oude Engelse chic hoog op de heuvel met uitzicht over de baai en onze eigen boot.
De nacht liggen we voor anker in Loch Droma na Buidhe. Erg beschut en dat is niet voor niets, want er komt een klap wind over van een lage drukgebied. Ons nieuwe anker houdt zich goed, maar we zetten het ankeralarm en gaan er 's nachts toch een paar keer uit om te kijken of we nog vastliggen.
Op naar het zuiden: Loch Aline, wat loodrecht het land in loopt. Aan het eind staat wel een sprookjeskasteel, maar de locale pub is (te) ver lopen. Het loch is een kraamkamer voor duizenden kwallen en we verwonderen ons over de kleuren, de soorten en de elegante manier van voortbewegen. Ook scharrelen we voor onszelf een maaltje mosselen bij elkaar.
Een heerlijke dag zeilen we naar Crinan, waar we het kanaal ingaan door de hals van het schiereiland Kintyre. De 15 sluizen én sluisdeuren uit de 18e eeuw worden nog met mankracht bediend. Waar het kan, helpen we een handje mee, weer een rondje fitness en het wordt erg op prijs gesteld.
Links Arran, rechts Forth of Clyde
Het verhaal gaat dat de Vikingen rond 1095 van de toenmalige Schotse koning al het land mochten hebben waar zij met hun schip om heen konden. Magnus Barefoot liet zich op zijn schip door de hals van Kintyre trekken en voegde zo het waardevolle eiland toe aan zijn rijk. Dat waren nog eens tijden en ik zie het voor mij als we er varen.
We varen Loch Fyne op en ankeren een nacht in Tarbert, een visserplaatsje op Kintyre. Bij het ophalen zit er een oude krabbenkooi om het anker – lagen we vannacht wel goed vast? Het zit vol zeeleven, net een kunstwerk, maar het gaat direct terug naar de bodem want de rotsen komen wel erg dichtbij.
Top van Holy Island met uitzicht op Arran
We hebben behoefte aan een paar dagen op dezelfde plaats en dat wordt het eiland Arran. We ankeren in de baai naast het kleine Holy Island, eigendom van een Tibetaanse gemeenschap maar wel voor iedereen toegankelijk. Op Holy Island staat maar 1 heuvel, 320 meter hoog met 1 pad, dat is goed te doen. We lopen met het mooie weer mee en als we boven zijn hebben we een prachtig uitzicht over Arran aan de ene kant en de Fyrth of Clyde aan de andere kant.
Flora, een vriendin van Anouk, studeert in Glasgow en komt een dag naar ons toe in Brodick. Erg gezellig en we bezoeken het jachtkasteel van de Dukes of Hamilton. Een kasteel met een doorleefd interieur, waar je je zo thuis zou kunnen voelen. De tuinen zijn prachtig en vol voorjaars- en vroege zomerbloemen.
de eerste orchidee op Holy Island

Echt een weekje vakantie was dit....nu krijgen we ander weer. Een "unseasonable low" is een beleefde Engelse manier om te zeggen dat er een herfststorm aankomt. We zeilen net voor de storm naar Portpatrick, het uiterste zuidwest-puntje van Schotland en belanden in een piepklein haventje zonder voorzieningen en wel een enorm tijverschil. De paar boten die erin passen liggen langs een hoge kade aan lange lijnen. Met eb staan de lijnen strak, met vloed drijven we alle kanten op. Van de buren krijgen we nog wat extra tips, want vanaf een laddertje in de kademuur 2 boten een paar meter naar je toetrekken bij windkracht 8 is niet echt gemakkelijk.
In de pub brandt een haardvuur en is het erg gezellig, niemand heeft haast vandaag.

We hebben ons wel in de nesten gewerkt. Jeroen komt een weekend langs en we worden de zaterdag in Whitehaven verwacht. Maar met deze storm en de waarschuwingen die we van de kustwacht ieder uur binnenkrijgen zit dat er niet in. Totdat we eindelijk weer eens een fatsoenlijke internetverbinding hebben en zien dat het oog van de depressie – met minder wind – juist die nacht onze route over de Ierse zee passeert. We besluiten alsnog te gaan varen, al geeft dat bij alle ''severe gale warnings'' en de verwonderde blikken van de mede-zeilers wel een dubbel gevoel. Het gaat prima, we kunnen diverse malen oefenen in het aanpassen van de hoeveelheid zeil die we voeren (reven) en gelukkig is de golfhoogte beperkt. Want op zich is veel wind niet zo erg, zolang je maar de hoeveelheid zeil op tijd aanpast. Maar al te vaak is de golfhoogte het probleem, want boot (en wijzelf) moeten iedere golf op en weer af en dan lijkt het meer op een hobbelpaard.
Zeer vroeg in de morgen en in de stromende regen varen we het dok in Whitehaven binnen. Slapen!

Jacomine en Roel

----------
radio email processed by SailMail
for information see: http://www.sailmail.com

donderdag 7 juni 2012

5 juni Glen Coe

Ons plan om drie dagen de West Highland Way te lopen wordt om zeep geholpen door een vakantieweek in de UK, het prachtige weer en onze gebrekkige planning ver vooruit: er is geen accomodatie meer te krijgen! Het kost mij even om te hergroeperen (chagerijnig) én we willen toch iets proeven van dit gebied. Vroeg met de bus naar Glen Coe dus, een rivierdal omzoomd door indrukwekkende bergen en in de winter ook een skigebied. Hier en daar ligt nog sneeuw. De bergen worden Munro's genoemd als ze boven de 3.000 voet (900 meter) zijn. Er zijn er 100 in Schotland en 40 daarvan liggen in de omgeving van Glen Coe. Een populair tijdverdrijf is hier Munro bagging, het 'verzamelen' van beklommen munro's. Als ze niet te ver uit elkaar liggen kan je er twee of zelfs drie op één dag lopen. Als je Schot bent tenminste. Er zijn websites waar je publiekelijk bij kunt houden hoever je bent, anderen doen het voor zichzelf. De enthousiastelingen tellen hoe vaak ze alle honderd gelopen hebben.
Glen Coe
Een “moderate hill walk” is met dit referentie kader iets heel anders dan wat wij een gemiddelde heuvel wandeling zouden noemen, in Rotterdam vinden we de Erasmusbrug al steil. De meeste munro's heten toch wel moderate.......

Van het visitorcentre krijgen wij uitleg: er is een makkelijk pukkeltje in het landschap wat goed te doen moet zijn, of willen we liever iets met echte hoogte? Nee, doet u ons dat pukkeltje maar,
de Pap of Glen Coe is nog altijd 743 meter hoog en dat lijkt ons wel wat voor een eerste dag.
Uitzicht over Loch Leven in westelijke richting
We hebben 2 gps'en, een kompas, een zeer getailleerde kaart én een routebeschrijving naar de top. Het weerhoudt ons er niet van om toch het verkeerde pad te kiezen en na dik een uur vragen we ons af waar het steile stuk toch gaat beginnen. De pukkel ligt dan schuin achter ons, we lopen erom heen. Gelukkig lopen we in Schotland en als het niet uitmaakt waar je uitkomt, maakt het ook niet uit waar je loopt. Het is namelijk een prachtige wandeling hoog boven Loch Leven met geweldig uitzicht en heerlijk weer.

Na drie uur zijn we terug bij het begin en de bus gaat nog lang niet terug, dus we lopen ook nog een stuk van de wandeling naar de top. En dat is STEIL! Na 1/3 zijn we al veel hoger dan de wandeling hiervoor en aardig wat zweetdruppeltjes verder. Ik merk aan alles dat mijn wortels op of onder zeeniveau liggen en vind het knap (in)spannend. Een vader en zijn 9 jarige dochter zijn 'even' naar de top geweest en lopen zonder 1 zweetdruppel weer naar beneden. Bemoedigend zegt hij dat het nog heel lang daglicht is (tot 11 uur 's avonds) en dat het wel meevalt. Alleen naar de col toe is het even steil, dan om de top heenlopen, het laatste stuk is wel erg steil en je moet goed uitkijken waar je loopt met losse stenen en zonder duidelijk pad. Hij ziet ons er wel toe in staat.
Rodondendrons in overvloed

Wij laten het allemaal even op ons inwerken en besluiten toch maar naar beneden te lopen. Dat gaat dan weer erg goed en we zijn er zo. We hebben duidelijk meer talent voor varen dan voor bergwandelen. Als we over Loch Leven kijken en we zien de bootjes voor anker liggen, zeggen we tegen elkaar “daar hadden wij ook kunnen liggen...” Ik denk dat we morgen weer varen.

Jacomine