zaterdag 31 maart 2018

Kyoto - maart

 Van de winter gaan we naar het voorjaar als we de stad Kyoto bezoeken. 1000 boeddhistische tempels, 400 Shinto shrines, paleizen, parken en musea. Kortom teveel om hoe dan ook te bekijken. Kyoto was honderden jaren de hoofdstad van Japan en ligt in het dal van twee grotere rivieren. Erom heen liggen de heuvels en verder weg de bergen, erg mooi om te zien. We huren fietsen – niemand vraagt om een identiteitsbewijs of zelfs maar om je adres – en hebben een heerlijk voorjaarsdag om rond te toeren. Van de rivier naar tempels, door bamboebos, langs de andere rivier weer teug. We fietsen door allerlei woonwijken van de stad, de huizen staan dicht op elkaar maar vrijwel ieder huis heeft een boompje of potten met planten. We genieten van het Nederlandse gevoel om dit op de fiets te doen. De tempels die we bezoeken zijn prachtig onderhouden en liggen zonder uitzondering in mooi aangelegde parken. Enorme complexen zijn het, met meerdere kleine tempels om de hoofdtempel.



De Kinkaku-ji tempel heeft twee verdiepingen die bekleed zijn met bladgoud, prachtig! Ryoanji heeft een beroemde rotstuin, maar het is er super druk en wij 'snappen' de rotstuin niet. Misschien moet je hier opgegroeid zijn om de betekenis te doorgronden. Wij zien enige oude stenen in een “tuin” met heel precies aangeharkt grind. Ik weet dat de stenen staan voor bijvoorbeeld eiland of water maar de schoonheid blijft verborgen. s' Avonds is de grote Todaiji tempel in het centrum verlicht evenals de tuinen erom heen. Sprookjesachtig en indrukwekkend, wat een kunst hier is verzameld!
Kyoto is ook de stad van de Geisha's. Een jarenlange opleiding in verfijnde vormen van oude Japanse kunst, dans en muziek is nodig om je Geisha te mogen noemen. Wij zien een dans van twee Maiko's, leerling Geisha's. De dans met waaiers is kunstig en ingetogen, kleine bewegingen, waarbij de prachtige kimono's meebewegen met de dans. Mooi om te zien, zeker. Hoe het instituut in deze moderne dagen kan blijven bestaan is een grote vraag voor ons. Privé optredens zijn peperduur en het hoe en wat blijft voor ons onduidelijk.
Zo verbazen we ons ook elke dag over de groepen universiteitsstudentes, soms met hun partners, die in traditionele kimono's de tempels van Kyoto bezoeken. Ik kan me geen Nederlandse jongeren voorstellen die in Volendams of Zeeuws kostuum hele dagen kerken gaat bezoeken. De Japanse jongeren zijn over het algemeen hip gekleed, maar daarnaast zijn er ook de tradities die een belangrijke rol lijken te spelen. Het straatbeeld fleurt enorm op van al die kleurige gewaden dus ik stel voor dat we dat onmiddellijk overnemen. Mijn wens om zelf in een kimono rond te lopen door Kyoto wordt me ontraden door zeilvriendin Yoshiko, dat is iets voor meisjes en jonge vrouwen en helaas daar val ik niet meer onder. Ik vraag me ook af hoe bevallig mijn wandeling zou zijn op van die houten teenslippertjes over de oneven stenen van de stad, dus het is maar beter zo.

We wandelen een mooie dag in de heuvels ten noorden van de stad. Hier geen hordes toeristen, wel wat Japanse bezoekers. We lopen bij Kibune de heuvel op door een prachtig voorjaarsbos met vogels langs ingetogen shrines. De Shinto shrines hebben vaak een natuurlijk “iets” wat vereerd wordt. Zo komen we langs een shrine met een prachtige rots achter de tempel waar de godheid woont, dan één met een oeroude boom die heilig is, het kan van alles zijn. In het volgende dal ligt de Kurama-dera tempel . De bosrijke omgeving en het prachtige uitzicht op de berg Hiei maakt dat je vanzelf dieper ademhaalt en stilstaat bij de tempel. Dan weer naar beneden over zigzag paden tussen kleine heiligdommetjes door. Na alle inspanning genieten we in Kurama van een shojin ryori, een vegetarische maaltijd in de oude Japanse traditie, veel verschillende gerechtjes, smaken en mooi opgemaakt. Als laatste een Onsen bad in de buitenlucht bij de rivier. Het leven kan zo maar goed zijn!

De kersenbloesembomen staan bijna in bloei en iedere dag wordt de stand bijgehouden op tv en radio waar de bloesems het eerst zullen gaan bloeien. Ook in ons hotel hangt een grote kaart van Kyoto met plakkertjes waar al bloesem te zien is. We zijn een week te vroeg, maar raken wel aangestoken door de bloesem verwachtingen. Ook wij speuren rond naar bomen die al net in bloei staan en hoe mooi het er straks uit zal zien. Kyoto trekt in de bloesemdagen 2 miljoen bezoekers, dus we zijn er niet echt rouwig om dat we die voor zijn.

We trekken twee dagen op met Haruo san en Junko san, een echtpaar wat we hebben leren kennen in Tannowa Jachtclub. Ze zijn van onze leeftijd en er zijn veel overeenkomsten in onze gezinnen en levens. Gaandeweg vlot het gesprek ook beter in het Engels. Als we vragen hoe lang ze al in hun huis wonen tellen ze terug tot de laatste grote aardbeving in het gebied, in 1995. Ze woonden toen in Osaka in een flat en het was een angstige ervaring. Grote schade aan het gebouw maakte dat ze naar een andere woning verhuisden, zonder verdiepingen. Ook in andere tijdsaanduidingen wordt de aardbeving gebruikt als markering. Een soort ervoor en erna die grote indruk in hun leven heeft gemaakt.

Haruo san en Junko san, nemen ons mee voor een wandeling door een gedeelte van Kyoto wat we nog niet kennen. Natuurlijk staat er ook een tempel op het programma, de Ginkaku-ji uit 1482, het Zilveren Paviljoen. Het zilver is er nooit van gekomen, maar het blijft een elegant gebouw. De tuin erom heen is werkelijk prachtig, tegen een schaduwrijke hoog oplopende heuvel met tientallen soorten mos tussen alle bomen en struiken in. Ieder hoekje van het perceel is benut, een waterval, vijvers, paden met steeds weer een ander uitzicht, een kunststuk op zich. We hebben heerlijk voorjaarsweer en lopen langs het Filosofen pad met een riviertje en aan weerszijden tientallen bijna bloeiende kersenbomen. Het is vlakbij bij de stad maar een oase van rust. We sluiten af met een thee ceremonie in een mooie tuin. Het ceremoniële gedeelte valt een beetje tegen, maar de thee wordt met alle egards aan ons gepresenteerd inclusief een speciaal zoet mochi(rijst)bolletje in felgroen zeewierpoeder gerold. In het theehuis zitten we op de grond op tatamimatten en hebben we een uitzicht op de tuin. De wanden aan de tuinkant zijn schuivende panelen die helemaal opengeschoven zijn. Het ziet er sereen uit en je hebt het gevoel in de tuin te zitten. Waar je ook kijkt, iedere keer zie je weer iets anders, erg mooi vormgegeven en de tuinier heeft hier vast een dagtaak aan. Het is zo'n verschil om ergens heen te gaan met mensen die er bekend zijn, we kunnen gewoon genieten van het onderweg zijn.

De volgende dag gaan we naar de tempel die op nummer 1 staat van bezienswaardigheden in Kyoto, de Fushimi Inari Taisha. Deze tempel is in de 8e eeuw opgericht om de goden gunstig te stemmen voor een goede rijst oogst en sake productie. Inari (de vos) zou hiervoor goede contacten hebben en in Japan zijn er rond de 40.000 Inari tempels. Inmiddels wordt hier niet meer om een goede oogst gevraagd maar om goede business door bedrijven en privé personen. De tempel past het model zelf ook toe en de prijslijsten voor de aanschaf van een oranje tori hangen overal. Het is een bijzonder complex, dat is zeker. Vanuit de hoofdtempel gaan er verschillende paden de heuvel op. De paden zijn omgeven door eindeloze rijen torii, de oranje poorten die aan iets of iemand opgedragen zijn.
Weer eindigen we met iets luchtigs, een bezoek aan de Sake brouwer Gekkeikan en bijbehorend restaurant in een oude Sake brouwerij. We proeven vooral en dat is natuurlijk érg leerzaam

Door de contacten met de mensen in de haven beginnen we een beetje te aarden in Japan. De namen zijn makkelijker aan het worden en mijn woordenschat groeit nog steeds. Roel vindt dat ik al aardige Jip en Janneke gesprekjes kan voeren met de mensen om ons heen. In ieder geval worden mijn pogingen zeer op prijs gesteld en dat maakt het hen makkelijker om het ook in het Engels te proberen. Ik zou hier best een tijdje kunnen wonen. Het duurt gewoon even voor je van vakantie sightseeing over kan schakelen op een beetje “er wonen” en mensen leert kennen. Ik kijk uit naar het varen, maar afscheid nemen van Tannowa, daar zie ik nu al tegen op!


Foto's: Fietsen in Kyoto, Een heilige boom bij Kurama, vegetarische heerlijkheden, Verse Wasabi op Nishiki markt, Met Yoshiko op de markt, Izumidera tempel, kersenbloemetjes en Kimono, Filosofenpad, thee ceremonie en tuin, Osaka Kasteel ( zat ook nog ergens in het bezoek) Inari tempel prijslijst en eindelijk een bord wat wij ook snappen!

















vrijdag 16 maart 2018

Lente in Tannowa, winter in Sapporo - februari/maart


Het wordt voorjaar, de bomen beginnen voorzichtig uit te lopen, narcissen bloeien en in Tannowa komt de jachthaven weer tot leven. In het weekend komen de bootmannen naar de haven (bootvrouwen zijn er vrijwel niet) en ze maken graag een praatje met de buitenlandse boten. Een paar leden hebben een 'extra' taak voor de Gaijin (buitenlanders). Kakihari san (Je noemt mensen hier meestal bij de achternaam en san, de beleefde vorm van meneer of mevrouw) zoekt met ons de goede havens uit waar we een vergunning voor moeten aanvragen, inclusief de toeristische aspecten van iedere plaats. Yoshida san is een super aardige oudere meneer die ons bijna iedere week narcissen komt brengen en groenten uit zijn eigen moestuin. Hij verzorgt ook de vermelding van TARA op de website van Tannowa Jachtclub, zie: …..Kondo san, een actieve zendamateur, helpt met de reparatie van de SSB radio. Hiro, een coole gast van in de veertig, neemt ons mee naar de supermarkt met de auto. Kortom we voelen ons hier meer dan welkom. De jachtclub nodigt ons ook uit voor een “officiële” welkomst lunch en de “overhandiging van de vlag” ceremonie. Gelukkig hebben we hiervoor extra Den Osse vlaggetjes meegekregen en trots gaat die in de rij van buitenlandse vlaggen aan de wand. De lunch is voor ons een nieuw gerecht: Shabu Shabu, dunne pakjes vlees die ter plekke in de bouillon gaan met groente. Ondanks hun beperkte Engels en ons minimale Japans is het een gezellig gebeuren. 
Onze Nederlandse Korenwijn en klompjes vallen gelukkig erg in de smaak. Natuurlijk nodigen wij de leden ook uit aan boord van Tara voor thee, een borrel of eten. Als ze nog gaan rijden drinken ze geen druppel, is dat niet het geval dat vloeit de alcohol meestal rijkelijk, gezellige avonden en lunches al met al.

Om even weg te zijn gaan we het Wakayama kasteel bezichtigen, het kasteel haalt het niet bij Himeiji, maar de tentoonstelling is interessant. In vind vooral de brief van de moeder  van de 8e feodale heerser uit 1782 leuk, ik heb zomaar een idee van wat daarin staat. 

Het schema voor het uit het water halen van de boten zit zo vol dat wij een datum eind februari toegewezen krijgen. We hopen op goed weer want het is nog erg koud hier en om de paar dagen komt er een flinke storm over uit het noorden. Het water van de binnenzee sproeit dan over de havendam en de temperatuur daalt nog een graad of wat tot rond het vriespunt.

Uit het water gaan is hier weer anders dan ooit. 6 man overleggen zonder dat wij er een woord van verstaan. Een van de jongere knullen spreekt redelijk Engels, maar zal zijn baas die wat staat te stoethaspelen niet afvallen en dus niet helpen. Met hoog water zakt een metalen platform met een forse bok erop in het water over rails op de slipway. We varen Tara erin en het platform wordt omhoog gelierd en de bok eraf gereden. Door onze kiel kunnen we alleen met extra hoog water erin of eruit. We werken dan ook flink door anders staan we veertien dagen op de kant. We hebben geluk met drie stralende dagen vrijwel zonder wind. Het onderwaterschip ziet er goed uit, op een buts na aan de onderkant van kiel. We kunnen alles lekker bijwerken, nieuwe antifouling erop en ze ziet er weer uit als nieuw. Kakihari san en Glen & Sue van Dione koken 's avonds voor ons, wat een heerlijke luxe.

Tijd om nog wat van Japan te zien voor we weer gaan varen. Roel droomt al een jaar van skiën in Japan dus we gaan begin maart voor een midweek naar Sapporo. Ons hotel zit in Susukino, het hart van de stad Sapporo. Met de trein zijn we s'morgens in 1 uur op de piste van Teine, het gebied waar ooit de winterspelen zijn gehouden. We hebben bijna 10 jaar niet geskied maar het gaat heerlijk. De pistes zijn vrijwel leeg, 0 wachttijd bij de liften bijna lege restaurants en een vers laagje sneeuw op de meters van afgelopen winter. We genieten! 's Avonds verkennen we de stad en de restaurantjes met lokaal eten. Bijzonder zijn de Kanisuki, een soort bouillon fondue met Konings krab en Jingisukan of te wel een BBQ grill voor je op tafel in de vorm van een helm met daarop dunne plakjes lamsvlees en groente. 
Het weer is een beetje van slag en de laatste ski dag komt er een zuiderstorm over met 10 °C en regen. Lekker de stad in dus! In het Museum of Modern Art is een tentoonstelling van de houtsnede kunstenaar Munakata met onder meer de 10 discipelen van Boeddha. Ze zijn manshoog en afgedrukt op een kamerscherm met 10 panelen, heel mooi! Munakata zag op jong leeftijd een reproductie van de zonnebloemen van van Gogh en dat deed hem beseffen dat hij kunstenaar wilde worden. Geen voor de hand liggende keuze voor een zoon van een arme handwerksman met veel broertjes en zusjes. Maar hij werkt zich langzaam op en bereikt zijn doel. De toelichting op de werken is in het Japans, ik denk dat we de achtergronden missen maar genieten desondanks van wat we zien. Om af te sluiten met een lichtere noot naar het Biermuseum van het merk Sapporo. Hier is begin 1900 de biergeschiedenis van Japan begonnen en de proeverij is – zoals bijna alles hier – prima geregeld.

Met een bruin hoofd en relaxed gevoel gaan we weer naar ons drijvende huis, een leuke vakantie!

Foto's uit Tannowa: de haven, werklunch op het voordek, de boot weer vaarklaar, de havenlijst, vishapjes, weer nieuwe accu's, eten aan boord, de ssb testen, nog een feestje op de club: afscheid van Dione










Foto's van Wakayama kasteel in de vroege lente, het Tokugawa embleem, wapenuitrusting (wat een kleine mannetjes!) de brief van moeder Sheishinin, het kasteel.





Foto's uit Sapporo: Susukino, een hip centrum, de stad vanaf de piste, Roel in een droom, Krab restaurant, lekker op de piste.





zondag 31 december 2017

Rondreis Kyushu - december

Met de trein gaan we naar Kagoshima, maar daar blijven we kort. Het doel is Yakushima eiland. Yakushima hoort al bij de Okinawa eilanden, maar de veerboot vertrekt hier. Het eiland is tamelijk geïsoleerd geweest met een lokaal bestuur tot het in rond 1600 onder de strenge heerschappij van heren van Kagoshima kwam. Het eiland was rijk aan oeroude cedar bomen, de zogenaamde yakusugi, en dat was een geliefde houtsoort om bijvoorbeeld houten shingles voor daken van te maken. Er werd op grote schaal hout gekapt om de zogenaamde belasting te betalen, eigenlijk werd het eiland leeggehaald. Nu zijn er nog een paar van die eeuwenoude bomen over en vormen ze een toeristische trekpleister. De overblijvers zijn krom en vreemd gevormd, dat was hun redding want daardoor waren ze niet geschikt voor de kap. Streng beschermd worden ze nu. In het yakusugi museum ligt een afgewaaide tak van zo'n oude boom, 400 jaarringen en een gewicht van ruin 1,5 ton! Het eiland is onherbergzaam met dorpjes langs de kust en veel wild en bergachtig binnenland. We slapen in een lodge in het bos en maken een rondrit met gids over het eiland. Er leven veel herten en makake's (apen) op het eiland. Bijzonder, maar zonder foto: een Onsen op de grens van de oceaan. Met laag water kan je gebruik maken van de onsen, het hete vulkaan water borrelt uit de grond in de granieten bekkens uitgesleten door het water. Met hoog water loopt het vol met zeewater. Nog nooit heb ik in zo'n prachtig buitenbad gezeten met uitzicht op de oceaangolven! Er zijn citrusboomgaarden en een nieuwe cultuur is thee. Het bos is grillig en mossig. We lopen over een pad wat al honderden jaren geleden gebruikt werd door de houthakkers. Wat voel je als je bij een boom staat van zo'n 3000 jaar oud? Ontzag, besef van hoe klein we zijn en hoeveel we toch van onze omgeving vragen.






















In Kagoshima is het prachtig weer en gaan we met de veerboot een halve dag naar Sakurajima om in de buurt van de stomende vulkaan Naka Dake op het eilandje te lopen.



We reizen door naar Kumamoto, waar het beroemde kasteel van de Kato familie staat. Het standbeeld is van Kato Kiyomasa die leefde rond 1600. Het kasteel is in 2016 helaas getroffen door een zware aardbeving, maar dat maakt het des te indrukwekkender. We zijn al veel tempels en andere gebouwen tegen gekomen die getroffen zijn door een vulkaan uitbarsting, aardbeving of brand en steeds weer opgebouwd worden. Het zegt iets over de veerkracht van de mensen in Japan, zij leven met deze  bijzondere natuur, het hoort bij hun leven. Zoals de zee en de dijken bij Nederland horen. Het kasteel staat al in de steigers maar het herstel gaat nog wel een paar jaar duren. Een paar torens van de buitenmuur staan nog overeind. Bij de Shinto Shrine staan vaten sake buiten en wordt een nieuwe taxi gezegend voor probleemloze kilometers.








Om lekker bij te komen reizen we door naar het Onsen dorp Kurokawa. Er zijn 24 onsen in dit dorpje en je loopt van het ene bad naar het andere als je hier verblijft. De meeste baden horen bij een Ryokan, een  Japanse herberg, en het gaat hier traditioneel aan toe. Kamers met tatami (rijststro) matten, slippertjes bij de deur en 's avonds is je futon om op te slapen al uitgerold. Hoe attent Japanse gasthuizen zijn merken we bij aankomst. In onze Ryokan spreekt niemand Engels, maar onze naam staat keurig op het bord bij de ingang en ze hebben een jonge vrouw geregeld die ons in het Engels uitlegt waar de baden zijn, onze kamers en het ontbijt. De vrouw zien we daarna niet meer, maar we weten de weg. Als je meerdere nachten blijft kan je in je kamerjas en slippertjes van bad naar bad door het dorp, wij gebruiken ze binnenshuis. De kamers hebben een privé buitenplaatsje in de tuin met een vijver en vissen. Een beetje fris in deze maand maar het geeft toch een luxueus gevoel. We bezoeken verschillende onsen, een ligt aan de rivier en we kijken uit over het bos en de rivier vanuit het buiten bad. Een andere heeft de onsen in een grot. Geen foto's in de onsen en het was bewolkt toen we daar waren, maar de sfeer was bijzonder. Zo was er een klein afdakje waar je een vulkaan gekookte eitje kon eten voor een kwartje en de rivier die door het dorp stroomt stoomde van het warme water. Het was zeker ook toeristisch, maar geef al die andere mensen eens ongelijk!





Op de terugweg van Kurokawa Onsen stoppen we in Aso, in de gelijknamige Aso krater van een oude vulkaan, De krater is 128 kilometer in omtrek, het duurt even voor je doorhebt waar je eigenlijk bent als je er doorheen rijdt. Vanuit Kurokawa rijden we door een bergachtig gebied, dalen af en daarna opent zich een vruchtbare vlakte, de vloer van de oude vulkaan. In het midden is de nog actieve vulkaan Aso San waar in 2016 een grote uitbarsting was en  de bijbehorende aardbevingen voor grote schade zorgden in de omtrek. De treinverbinding is nog niet hersteld en tijdelijk vervangen door een buslijn. We bezoeken het Aso volcano museum in de dichte mist, maar het kan verkeren. Na het museum trekt de mist ineens op en maken we een winterse wandeling naar Eboshi Dake, een van de kleinere bergen in de grote krater van waaruit we zicht hebben op de rokende Aso San. Het is een bijzondere wandeling, het weer verandert zo snel en de uitzichten zijn zo ongewoon, het maakt echt indruk op ons. In de bus op te terugweg naar Kumamoto klimmen we aan de andere kant weer over de kraterwand uit de oude vulkaan. De omvang van de krater is surrealistisch groot en wij zijn stipjes in de vlakte.




Robbert en Chantal gaan door naar Kyoto en Tokyo, bedankt voor een heerlijke tijd samen! Wij keren terug naar Tara, onze winterslaap kan beginnen ;-)