dinsdag 22 augustus 2017

Esperitu Santo Vanuatu - 8 tot 19 augustus

In drie etappes varen we van Efate via Emae en Epi naar Malekula, 118 mijl alles bij elkaar. Vooral de tocht van Emae naar Epi is heerlijk, we zeilen 30 mijl met genaker en grootzeil. De genaker komt bijna nooit uit zijn zak, te veel wind, te veel golven, de verkeerde windhoek, Saar kan niet sturen met de genaker en met z'n tweeën is 120 m² een lap van een zeil. Nu zijn we met z'n drieën en genieten we des te meer. De catamaran die voor ons uit motorzeilt geeft ons een dik compliment dat we alles onder zeil gevaren hebben, altijd leuk.

Jeroen wordt een beetje onrustig. Zijn plan om een trekking te doen op Malekula komt maar niet van de grond. Het reisbureautje wat het organiseert laat het afweten, hij krijgt geen reactie op telefoon of mails. Een boot is dan een ongelofelijk langzaam en onhandig vervoersmiddel en daarbij hebben we maar zelden telefoon verbinding en een data verbinding zelfs nog minder. Voor ons maakt een dag meer of minder of zelfs dagen meer of minder niet zoveel uit, maar als je een terugvlucht hebt wel! Op Malekula lopen we van Sandwich Bay naar Lamap, in de Lonely Planet ziet het er goed uit met gidsen, guesthouses en dergelijke, misschien lukt het daar? Maar nee, het guesthouse is gesloten en de gids komen we niet tegen. Gelukkig wel genoeg telefoon bereik om een ticket te boeken van Luganville terug naar Port Vila. Jammer van de Big Ambas (Grote Peniskoker) en Small Ambas tribes op Malekula, we varen een nacht door naar Luganville op het eiland Esperitu Santo voor dagen met meer activiteit.

We liggen bij het Beachfront Resort en zijn daar welkom voor praktische zaken als was, vuilnis en dergelijke. Taxietjes rijden op de grote weg af en aan en we zijn zo in het centrum. Binnen de stad is het standaardtarief € 1,60. Port Vila is een wereldstad vergeleken bij Luganville, maar er is gelukkig wel wat te beleven. De Millennium Cave tour staat hoog op de lijst. Een lokaal bedrijfje (de zoon van de Chief) vanuit het dorp vlakbij de Cave organiseert een dagtour. Naast de werkgelegenheid voor de 35 chaufeurs/gidsen gaat een deel van de opbrengst weer naar de dorpen voor een school en goede watervoorziening.
De tocht is geweldig leuk. Twee uur lopen we door het oerwoud, klimmend over steile bamboe ladders, waden door de rivier de grot in, waar we zeker een half uur doorheen lopen. Om ons heen zwaluwtjes, vleermuizen en soms druipsteen formaties. Aan de andere kant klimmen we door een kloof over stenen en rotsblokken tot de rivier weer stroomt en we op ons rug 45 minuten lang genieten van de smalle kloof waar we doorheen dobberen. Weer steil omhoog en terug naar het dorp voor fruit en thee. We lopen langs de tuinen waar de bewoners hun groenten verbouwen, voor eigen gebruik, maar ook om te verkopen op de markt. Al zijn we minder dan een uur van Luganville vandaan, de tijd lijkt hier stil te staan.

Jeroen en ik duiken bij het wrak van de SS President Coolidge. Het 200 meter lange cruiseschip is in 1942 ingezet voor troepen vervoer en kwam aan bij Santo met ruim 5400 militairen aan boord. Omdat het geen marine schip was kreeg het niet de volledige haven informatie en de communicatie ging nog met vlaggen, bang als ze waren voor de Japanners. Er ontstond verwarring en het schip kwam door de verkeerde ingang tussen de eilanden naar binnen en liep op een eigen mijn. De kapitein voer het schip naar het strand, maar liep daarbij op het voorliggende koraalrif. Binnen 1,5 uur zonk het schip. Wonder boven wonder viel er maar 1 dode, maar al het materieel en meegebrachte voorraden gingen verloren, waaronder de gehele voorraad malaria en dengue medicijnen voor de Pacific troepen.
Het schip is nog in een goede staat, gegeven dat het al 75 op de zeebodem ligt. We kunnen met duikuitrusting zo van het strand in het water lopen en zo'n 50 meter zwemmen verder begint het wrak. Het schip ligt op zijn bakboords zijkant, dus alles wat we zien moeten we een kwart slag draaien in ons hoofd. Het is onze eerste wrakduik en ik ben blij dat we samen 1 instructeur hebben die het wrak van binnen en buiten kent. Ik vind het spannend, maar het blijkt bijzonder interessant te zijn. De ankerlieren zijn gigantisch, de geschutstukken en torpedo's aan dek duidelijk herkenbaar. We zwemmen door laadruim 1 en 2, waar de trucs en rupsvoertuigen liggen te vergaan, langs de kapper waar zijn stoel nog steeds in een hoek van 90 º aan de vloer/wand hangt, door de medicijnpost waar de potjes met medicamenten nu in een stalen balk staan, maar het poeder is nog poeder en de jodium is goed herkenbaar. Langs kisten vol ammunitie waar de duikgids ons laat zien dat de kogel nog in het patroon zit. Geweren, gasmasker en helm zijn nog gedeeltelijk te zien. Het is echt een belevenis om door zo'n groot schip te zwemmen,en wij zien nog maar een fractie in twee duiken. Ons diepste punt is 33 meter en Jeroen gaat de volgende dag weer duiken naar 45 meter, om de eersteklas lounge te bezoeken. Er hangen nog kroon luchters en het beeld wat de lounge versiert zit nog aan de wand. Op verschillende plekken groeit natuurlijk koraal, scholen vissen gebruiken het wrak als schuilplaats en in een donker stuk van het ruim zien we flitslicht vissen, althans de lichtsignalen die ze uitzenden, langzaam aan zal de natuur het overnemen. Een wrak heeft ook iets dramatisch, al ging het hier alleen om materieel, in die tijd moet het een groot verlies geweest zijn.

Groot is dan ook de tegenstelling als we in de middag gaan snorkelen bij Million Dollar point. Na afloop van de Pacific Oorlog was er een enorme hoeveelheid materieel op het eiland wat niet teruggebracht werd naar de US. Op het aanbod om het te doneren aan de Frans/Engelse regering van Vanuatu werd niet gereageerd. Wat gedaan? Op de punt van het eiland is voor miljoenen dollars in zee gedumpt, vrachtwagens, hangars, vliegtuig motoren, kratten Coca Cola, noem het maar op. Met een baksteen op het gaspedaal werd het de zee ingereden. Vanaf het strand snorkel je er zo naar toe en er is veel te zien. We blijven 1,5 uur in het water om van de schroothoop, het koraal wat er op groeit en de talloze vissen die er zwemmen te genieten. Bizar wat je allemaal tegenkomt.

De laatste dag dat Jeroen er is huren we een auto en rijden naar Port Orly in het noorden. In het contract staat dat we alleen op de asfaltweg mogen rijden en die is 60 km lang. Aan benzine hebben we die dag dan ook niet veel uitgegeven. Het is de tweede asfaltweg van Vanuatu, de eerste is de 122 km lange rondweg op Efate bij Port Vila. In de Lonely Planet staat Port Orly als tweede belangrijke 'attractie' van het eiland Santo. Het heeft een mooi wit strand met azuurblauwe zee en het waait flink. Er zijn wat strand barretjes en voor de rest helemaal niets. Het geeft toeristen – zoals wij die dag – in ieder geval het gevoel dat je ergens bent geweest. Op de terugweg gaan we van de weg af (foei!) naar het Loru Conservation Area met het laatste stukje laaglandbos aan de oostkust, de rest is allemaal gekapt voor plantages. Het duurt een poosje voor we in het dorp een 'gids' gevonden hebben die ons door het bos kan loodsen. Hij spreekt vrijwel geen Engels en mijn Bislama gaat niet verder dan "Me save toktok smalsmal Bislama" en "Nem blong me Jacomine, nem blong you?", dus dat helpt ook niet veel. We komen er zo wel achter dat zijn naam Lazarius is. Met de heen- en terugtocht wordt het een leuke 2,5 uur lange wandeling. We lopen door een stuk kokos plantage, langs graslandjes met koeien naar het jungle gedeelte. We zijn blij dat Lazarius er bij is om de weg terug te vinden en met zijn vlijmscherpe machete af en toe een tak weg te maaien, maar veel vertellen over zijn bos kan hij niet. Lazarius is duidelijk erg in verlegenheid gebracht als we moeten afrekenen, maar hij vraagt de prijs die in de gids genoemd wordt. Ik heb nog nooit iemand zo blij het pad naar het dorp in zien slaan.

In de Lonely Planet staat dat de wandeling een half uur duurt, dus onze planning, voor zover die bestond, is danig in de war. Het Nanda Blue hole om lekker te zwemmen is al dicht evenals de andere blue holes. We besluiten de dag met een drankje in een mooi restaurant met uitzicht op het Segun Kanaal, waar ook Tara ergens ligt. Ernaast zitten tal van kava barretjes met hetzelfde uitzicht, dat was misschien minder lekker maar wel interessanter geweest.

Jeroen gaat met de nodige tussenstops naar huis, we brengen hem naar het vliegveld en drinken een oploskoffie. We hebben genoten van de weken samen, we zien elkaar over een paar maanden en toch is het een beetje sip. Het is vreemd kaal aan boord. Alsof we met Jeroen ook afscheid nemen van iedereen die de afgelopen maanden bij ons was.
Nu de "vakantie" voorbij is gaat onze blik ook gelijk naar de volgende etappe, hoe komen we in Japan? Wat willen we nog doen, welke eilanden? Onze sailing permit voor Micronesia is na maanden eindelijk binnen, dus we kunnen plannen maken. We zijn weer met z'n tweeën en de boot voelt opeens ook enorm ruim.

Mochten jullie trouwens denken dat we aan het andere eind van de wereld in de rimboe zijn, dan is dat maar gedeeltelijk waar. In Luganville hebben we in de 8 dagen dat we er liggen 4 enorme cruiseboten gezien, er is een internationaal vliegveld en tal van binnenlandse vluchten die je naar ieder eiland brengen waar je maar heen wilt. Via je hotel of lokale tour organisatie is er van alles te regelen. Iedereen heeft goed door dat toeristen iets willen zien/doen en daar kan voor gezorgd worden. De prijzen zijn navenant hoog, zeker gerelateerd aan het lokale minimale uurloon van 80 eurocent. Op de markt kosten dingen niets, de standaard prijs voor een bos bananen, papaja, gember etc. is ook 80 eurocent. Vlees is relatief goedkoop (heel goede sirloin biefstuk kost € 8 per kilo), kip is duur en vissen doet iedereen zelf. In de afgelegen dorpen op de eilanden is er meer van het rimboe gevoel, maar het idee dat de mensen daar nog dagelijks met grasrokjes en peniskokers rondlopen klopt niet. Tijdens ceremonies en speciale gebeurtenissen lijkt het nog wel traditioneel te zijn, zeker in de zogenaamde kastom dorpen.

De laatste avond in Luganville gaan Roel en ik naar de Tamtam Garden Tour, waar mensen van Malekula een dorp van hun eiland nabootsen met dans en eten. Tóch nog iets van de cultuur van de Smal Ambas Clan. Het ziet er best leuk uit zo'n graspeniskoker ;-) en de tamtam drum en de enkelratels maken een goed dansritme. Interessant is het maken van zandtekeningen. Een manier om te laten weten waar je bent als je niet bij je hut bent, maar ook een ritueel. Tijdens de tekening mag je niet een keer je vinger optillen en de mannen maken prachtige schildpad, vleermuis en vissen tekeningen voor ons. We zijn daar met nog een ander stel en voor ons dansen zeker 10 mannen, 8 maken muziek en kava, er is geweldig lekker en mooi voor ons gekookt en iedereen is zó aardig. Ik hoop dat er in de toekomst meer gasten komen!

Roel heeft de weerberichten bekeken, zondag komt wind uit zuid tot zuid west, zeer ongebruikelijk, maar ideaal voor ons om naar het eiland Ambrym te zeilen. Lekker om weer uit te varen!

Foto's volgen als we weer internet hebben.....

----------
radio email processed by SailMail
for information see: http://www.sailmail.com

zaterdag 19 augustus 2017

Efate Vanuatu 5 - 8 augustus


In de nacht varen we van Tanna langs het eiland Erromango naar Efate. Op Erromango zijn verschillende dorpen, maar iedere verlichting ontbreekt hier net zoals op Tanna. Het invaren van de Mele baai op Efate voelt dan ook als een cultuurshock. Is dit hetzelfde land? We zien flatgebouwen, een hypermodern conferentie centrum, grote resorts en zelfs een jachthaven waar we aan de kant kunnen afmeren met elektriciteit en water. Het is vrijdagmiddag en immigration lukt nog net, maar bio security is al gesloten, dat wordt wachten tot maandag.

Voor we hierheen voeren had ik nog maar weinig van Vanuatu gehoord, dus hier even in een notendop wat geschiedenis.
De eerste bewoners van Vanuatu waren de Lapita mensen, genoemd naar het Lapita aardewerk wat ze maakten, zij kwamen hier rond 1400 voor Christus. Tussen de 11e en 15e eeuw na Christus werden de eilanden aangedaan door Polynesische volken uit het oosten, die zich ook vestigden op de eilanden. Ze leefden in kleine clans en regelmatig waren er over en weer schermutselingen die meestal eindigden in het oppeuzelen van enkele vijanden. In 1605 ziet Pedro de Quiros uit Portugal als eerste Europeaan de eilanden. Commander Cook brengt de eilanden in kaart in 1774 en noemt ze de Nieuw Hebriden, maar het duurt nog tot na 1825 (de ontdekking van de sandelhout bomen) voor er sprake is van de vestiging van Europeanen. Later in de 19e eeuw wordt Vanuatu zowel door Engelse als door Franse immigranten bevolkt. Het Franse New Caledonië was dichtbij, evenals Australië. Op Vanuatu was er eerst de handel in sandalwood, toen dat op was werden er duizenden ni-Van mensen onder valse voorwendsels overgebracht naar plantages en mijnen op naburige eilanden en Australië, het zogenaamde 'blackbirding'. Later werd land aangekocht voor kokosplantages en vee bedrijven. De Fransen en de Engelsen wilden geen van beiden wijken en de vijandigheden namen toe tot in 1906 het Frans Engelse condominium werd uitgeroepen waarin de onderlinge verhoudingen werden vastgelegd. Immigranten waren Frans of Engels, ni-Van (de oorspronkelijke bewoners) waren statenloos. In de praktijk reden de Engelsen links en de Fransen rechts, hadden ze hun eigen administratie, rechtssysteem, politie, scholen en kerken. Ook nu nog krijgen kinderen les op Franse scholen (40%) of Engelse scholen (60%). Daarnaast zijn er tientallen lokale dialecten en is Bislama de derde officiele taal die iedereen in Vanuatu min of meer spreekt. Bislama is ontstaan tijdens het blackbirding en lijkt op een plat phonetisch Engels met Franse invloeden. Ik las “Supa Value Stoa” op een grote pand in Port Vila. Spreek het uit en je weet wat het betekent. Verwarrend en ingewikkeld voor een bevolking van minder dan 300.000 mensen.

In de tweede wereldoorlog woedde in alle hevigheid de Pacfic oorlog tussen Japan en Amerika. In 1942 – na de verovering van de nabijgelegen Solomoneilanden door Japen- werd een Amerikaanse basis ingericht op Vanuatu en binnen drie maanden waren hier 50.000 soldaten gelegerd. In toaal hebben een half miljoen militairen tijd doorgebracht in Vanuatu. Drie jaar later werd alles gesloten, miljoenen aan materieel werd in zee gedumpt omdat niemand het wilde hebben en de rust keerde weer in Vanuatu, maar het evenwicht was veranderd. Rond 1970 groeit de roep om zelfstandigheid, ook hier zorgen Frans en Engels georiënteerde groepen voor een moeizaam proces. Na de nodige hobbels wordt op 30 juli 1980 de New Hebriden onafhankelijk en verandert de naam in Vanuatu. Ze doen het goed en ontwikkelen zich volgens de Asian Development Bank in 30 jaar tot een van de snelst groeiende economieën in de Pacific. In 2006 worden ze door de de New Economist Society uitgeroepen tot de gelukkigste mensen ter wereld. In 2015 brengt cycloon Pam (categorie 5) zware schade toe aan de eilanden, maar wij zien daar (met onze beperkte blik) niet zoveel meer van terug.

Het voordeel voor ons van de geschiedenis van Vanuatu is dat er in Port Vila Franse Bon Marché supermarkten zijn. We smullen van de Franse Brie uit Nieuw Zeeland, hahaha, Jeroen vindt met maar niets als Fransman. Maar voor onze begrippen is het een weelde. De Vanuatu biefstuk schijnt een van de beste ter wereld te zijn en we eten serieuze Cote a l'os (rundvlees karbonade).
De meeste boodschappen doen we overigens op de kleurrijke groente en fruit markt en ook daar: heerlijke tomaatjes, verse basilicum en andere kruiden, konden alle eilanden maar een beetje Franse invloed hebben. Om deze stad te vieren gaan we uit eten bij L' Houstalet, al 40 jaar een begrip in Port Vila en de Franse eigenaar is nog steeds enthousiast als hij bij ons aan tafel komt. Franse slakken, kreeft en voor Jeroen een Flying Fox (lokale grote vleermuis) op z'n Frans.

Genoeg gegeten en we regelen een uitstapje voor zondag naar Tranquility Island aan de noordwest kant van Efate. Het is een klein resort en de ontvangst door de lokale staf is geweldig. We maken twee prachtige duiken en zien een hawksbill schildpad van zeker 60cm, een lion fish en talloze andere vissen in de grootste en meest gevarieerde harde koraaltuin die ik tot nu toe gezien heb.
Bij het resort zit ook een schildpad nursery (kwekerij) waar ze kleine hawksbill schildpadjes die op het eiland uitkomen in ruim een jaar opkweken en dan vrijlaten, zodat ze meer kans hebben om te overleven. Aan het eind van de middag mogen er twee naar zee en het is aandoenlijk om ze over het strand te zien krabbelen. Ik kan me zo voorstellen dat ze na een jaar in een zeewater tank niet weten wat hen overkomt en ik hoop van harte dat ze het overleven.

Port Vila is duidelijk internationaal gericht en we komen verschillende buitenlanders tegen die hier enige jaren werken en/of wonen. Er wordt veel gebouwd, er is een goed telefoon netwerk en we krijgen bij immigration folders mee of we willen investeren in Vanuatu, wat overigens op grote schaal gebeurt door een groeiende groep Chinese ondernemers. De taxi busjes rijden af en aan, op zaterdag is er zelfs een verkeersopstopping, want er is een cruiseschip en iedereen wil naar een van de vele tax free winkels. Ook op maandagmorgen is er file. Ik ga naar de kapster (een leuke Kiwi vrouw) en geniet van een cappuccino met uitzicht op Mele Bay. Ondertussen handelt Roel Bio Security af: een formuliertje met 5 vragen en natuurlijk de nodige leges die betaald moeten worden voor het begeerde stempel. Ze hebben de boot niet één keer bekeken. Jeroen leeft zich uit in de (super)markt voor de laatste boodschappen, dat is hem wel toevertrouwd.
Voor we laat in de middag van Efate vertrekken
maken we een tussenstop in Havannah harbour, bij Tranquility Island voor nog een prachtig snorkelrondje boven het koraal rif. Vanuatu bevalt ons goed. 

foto's
nudibrach (zee naaktslak) een van mijn favorieten en 
een gespikkelde filefish
er komt nog een filmpje van Tranquility Island









vrijdag 18 augustus 2017

Tanna Vanuatu 28 juli - 3 augustus

Uitklaren, wassen, boodschappen doen, de laatste dag vliegt voorbij en vlak voor laag water verlaten we Nadi. Als de avond valt zijn we net door de Navula pas en hebben we minstens drie etmalen open water tot Vanuatu. Het waait flink en we hebben moeite om de windvaan goed ingesteld te krijgen tot we uiteindelijk alleen op een gereefd grootzeil varen, dan gaat het goed. Zeker met de bakstagwinden is het verleidelijk om teveel zeil op te zetten, maar voor de stuurvrouw is dat hard werken en als er dan een golf de boot omzet krijgt ze Tara niet meer terug op koers. Daarna hebben we een fantastische oversteek. Als de wind wat minder wordt komt de kotter erbij en het laatste etmaal ongereefd en met de genua uit lopen we alle dagen gemiddeld 6,7 mijl per uur. Dat is onze rompsnelheid en we zijn dan ook voor ons doen in een recordtijd over: 480 mijl in 72 uur! Jeroen vangt de tweede dag een mooi tonijntje, maar op zee valt dat een beetje zwaar dus die bewaren we schoon en wel voor na de aankomst.

In Vanuatu varen we naar het eiland Tanna, het eerste eiland waar we in kunnen klaren. Er is een ondiepe baai, Port Resolution, waar we kunnen liggen als de wind in het zuidoosten blijft. Captain Cook was in 1774 de eerste Europeaan hier en heeft de baai naar zijn schip genoemd. Het was lange tijd ook een natuurlijke “haven” tot 1928 toen een grondstijging de diepte terug bracht naar 4 á 5 meter. Niet genoeg voor de grotere schepen, maar een zeilboot past prima. Aan de andere kant van het eiland is Lenakel, het hoofddorp, maar de haven daar lijkt vaak meer op een wasmachine dan een veilige ankerplaats.

We komen er eind van de middag aan en worden welkom geheten door Johnston die in een kleine uitgeholde kano met drijver naar ons toe komt. Hij belooft de douane te laten weten dat we er zijn. Hij is erg bescheiden en zegt dat we gerust naar het dorp kunnen komen ook al zijn we nog niet ingeklaard, “Het is hier niet zoals in Fiji” volgens hem. Jeroen gaat even verkennen en de volgende dag gaan we alle drie. Vlak bij de baai zit de Port Resolution Yacht Club, met uitzicht over de baai. Er hangen vlaggen uit allerlei windstreken, maar verder is het tamelijk uitgestorven. Het dorp bestaat uit enkele tientallen hutten op pootjes en gemaakt van palmboom palen en gevlochten blad als dak. De wanden zijn gemaakt van gevlochten riet en op de vloer liggen kunstig gevlochten matten. Elektriciteit is er niet, stromend water ook niet, wel een pomp en of er toiletten zijn betwijfel ik. Naast het gebouwtje wat dienst doet als markt (van steen en gedoneerd) staan twee zonnepanelen en voor 50 vatu (40 Eurocent) kunnen dorpelingen op de markt hun lamp en/of telefoontoestel opladen. Om de hutten heen staan haagjes van bloeiende planten en struiken, het gras is gemaaid en sommige stukjes zijn afgezet als groente tuin. Overal lopen kinderen en kippen. We lopen langs zeker drie Nakamals, open plekken waar de mannen eind van de middag bijeen komen om kava te maken en te drinken rond een houtvuur. Tabu voor vrouwen op Tanna, maar die harken wel iedere dag alle blaadjes en andere ongerechtigheden weg van de plaats. We zien drie restaurants, maar geen lijkt open. De mensen, veelal vrouwen met kinderen, die we tegenkomen zijn erg vriendelijk en hartelijk.

Begin van de middag komt de douane in zijn auto uit Lenakel en klaart heel gemoedelijk de boot in. Immigration is op een ander eiland, dus de paspoorten en biosecurity moeten we maar doen als we in Port Vila zijn. De dagen voor aankomst hebben we al ons verse fruit, groente, eieren en vlees opgegeten of verwerkt omdat het er op papier erg streng uitzag. Dat is dus voor niets geweest en in het dorp is niets te krijgen. Gelukkig hebben we Jeroen's tonijn nog.

Jonhston heeft voor ons vervoer geregeld om naar de Vulkaan Mount Yasur te gaan, die in de gids te boek staat als de meest toegankelijke vulkaan ter wereld. Als je even vergeet wat je allemaal moet doen om op Tanna te komen tenminste. Toch komen er redelijk wat toeristen op af, al vinden we de sinds vorig jaar verdrievoudigde toegangsprijs van 80 euro pp stevig aan de prijs gezien het gebrek aan faciliteiten.


video

Dat vergeten we allemaal als we op de rand van de vulkaan krater staan aan het eind van de middag en in een uur tijd zien we het donker worden. Eigenlijk zijn het vier uitgangen die naast elkaar liggen in de enorme krater. We kunnen niet in de lavapoelen kijken, maar het geluid van ontsnappende stoom (wit) en as (grijs) afgewisseld met fel oranje rood van opspattende lava is indrukwekkend.
Soms is het net of je naast een straalmotor van een vliegtuig staat. De rechter poel maakt enorme knetterende geluiden als er een eruptie van lava is, de 3 linker poelen meer een diep gerommel. Als het donker geworden is zien we de wolken stoom en as niet meer, maar de lava des te beter. Ongelofelijk wat een kracht en als er een grote regen van lava opspuit doet iedereen toch een stapje terug want her en der hebben we recent gestolde lava zien liggen op het pad. Op de wand zien we de lava langzaam uitdoven tot er weer een nieuwe uitbarsting is. De camera's zoemen en klikken onophoudelijk, maar of we het gevoel van ontzag vast kunnen leggen betwijfel ik. In het stikdonker hotse klotsen we terug over de onverharde weg en op de boot genieten we na met het bekijken van de foto's en video's

In onze 'eigen' baai hebben we ook stoomgaten en een warm waterbron, de vulkaan is met 8 kilometer vlakbij maar niet zichtbaar vanaf hier. We gaan naar de waterbron en ontmoeten Sheila. Zij is de vrouw van Willy de dorpsonderwijzer in Port Resolution die Jeroen gisteren een dinghylift heeft gegeven en zo kent iedereen iedereen hier, ook ons. Sheila loopt met ons naar de stoom opening in het oerwoud. Daarnaast zit een rots waar ze met haar stok onder port en roodbruine, blauwe en witte klei naar boven haalt. In de tijd van haar grootouders werd dit gebruikt voor de lichaamsschildering, nu komen de verven uit de winkel in Lenakel het hoofddorp van Tanna. Ze maakt strepen op mijn gezicht. We plukken onderweg fruit van de bomen, passievruchten, pompelmoezen, ugly citroenen en limoenen. Een hele tros bananen slaan we af. In haar dorp zien we haar schoonmoeder, ze is erg verlegen en loopt weg..
Haar dochtertje van drie speelt er met de andere kinderen en na een paar minuten en een handenspelletje komen ze een beetje los, maar zonder taal is het moeilijk echt contact te maken. Daarna gaan we naar de heet waterbron. Met laag water kookt het water eruit en wordt het gebruikt om te wassen en eten in te koken. Je legt een trosje bakbananen onder een steen in de bron en een half uur later zijn ze gaar. We krijgen er een paar en omgespoeld met zeewater zijn het net gekookte aardappels en best lekker. Met hoger water vermengt de bron zich met de zee en wordt de temperatuur geschikt om te baden. Het badhuis van het dorp en ook voor ons lekker. Als bedankje brengen we een stuk touw (schoot) om een kalf mee vast te zetten waar ze erg blij mee zijn en wat kleding, een paar sandalen en een leesbril.

Terug op de boot komt er een outrigger kano langs met een jonge knul en zijn vader of we misschien een dvd hebben met een film. We zoeken wat op en Jeroen en Roel worden uitgenodigd in de Nakamal om een kop kava mee te drinken vanmiddag. Jeroen kauwt met een van de jongens uit het dorp de kava wortels voordat ze er kava drank van maken, volgens oud gebruik zullen we maar zeggen. Volgens de reisgids ziet kava eruit als afwaswater en sommigen zeggen dat het ook zo smaakt, maar je wordt er wel high van. Jeroen wordt er lekker relaxed van, op Roel heeft het minder effect, maar ze vinden het leuk om mee te maken. Dames zijn op Tanna niet welkom bij kava ceremonies, dus ik heb een paar heerlijke uren alleen op de boot, dat was lang geleden!

We nemen de volgende dag afscheid van Johnston en zijn vrouw en lopen een laatste rondje door het drop voordat we na drie fijne dagen weer vertrekken uit Tanna en op weg gaan naar het eiland Efate en de hoofdstad Port Vila.

foto´s: de kokosnootbakjes waar de kava uit gedronken wordt, Yasur, Sheila schildert Jacomine, de warmwaterbron, het restaurant Chez  Leah in Port Resolution





donderdag 17 augustus 2017

Rondom Nadi & Mamanuca's 15- 28 juli

De laatste weken in Fiji zeilen we in de buurt van Nadi. Het dichtstbijzijnde eiland is Malolo Island van de Mamanuca's, waar Musket Cove een begrip is in de zeilerswereld. Het is goed bereikbaar, beschutte ankerplekken en mooie snorkelstekjes. Op het eiland zijn twee resorts waar zeilers ook welkom zijn. Met oorspronkelijk Fiji heeft het niet veel te maken, met vakantie vieren alles. We krijgen Sharron en haar dochter uit Whangarei een paar dagen op bezoek. Dit gebeurt spontaan en is daarom des te leuker, we hadden niet gedacht Sharron zo snel weer te zien. We snorkelen bij Mociu eiland, een piepklein eilandje waar je alleen met heel rustig weer kunt ankeren. Het rif is er prachtig en we kunnen er net overheen zwemmen, maar ook de rand is geweldig mooi en er zitten veel grotere vissen. Ik vind het heerlijk om er heen en weer te snorkelen, steeds zie ik weer nieuwe vissen. Op een moment wordt ik omringd door allemaal inktvissen die in een cirkel om me heen zwemmen. Grote ogen vlak achter de tentakels en ze zwemmen achteruit wat een grappig effect geeft. 's Avonds gaan we naar een goede ankerplek in Musket Cove en hebben we een prachtige maan en sterren.
Voor de grap gaan we de volgende dag naar het restaurant Cloud Nine, op de rand van het grote rif. Ik had er over gelezen en de dochter van Sharron vindt het helemaal cool dat we erheen gaan. Het is een drijvend restaurant bij een surf spot (Cloud Break) wat in ieder geval de marketing goed op orde heeft. Rieten dak, lounge bedden, ligstoelen en een veranda van waar je in het water kunt springen. Het is er druk met jonge mensen en ze zijn vrijwel allemaal aangeschoten, dat schijnt de lol te zijn van de plek. Verder kan je er pizza eten uit een houtgestookte oven. Als wij aankomen gaat de eerste lichting al weer naar huis en hossend staan ze in de boot. Wij drinken ook wat, maar het is niet helemaal onze plek, of we hebben niet voldoende alcoholische consumpties genuttigd, waarschijnlijk alle twee.

Weer in Nadi komen Anouk en Ron aan boord en ook zoon Jeroen. Jeroen noemt ons verblijf op de boot met z'n vijven een hogere vorm van teteris. Slaapplaatsen, reistassen, snorkelspullen, alles past maar net en wordt regelmatig omgebouwd.
We zeilen naar Waya het zuidelijkste Yasawa eiand. Eigenlijk drie eilanden die bijna aan elkaar zitten. De eerste nacht hebben we veel (val)winden en liggen we behoorlijk te rollen. Gelukkig ligt het anker wel goed vast want vlak achter ons beginnen de rotsen. We hebben afgesproken met Trek Dive om te gaan duiken. Het is een lokaal bedrijfje en ze kennen de omgeving vast goed, maar de organisatie is chaotisch. We kunnen maar met twee duikers tegelijk in de boot en doen maar één duik omdat het hard waait, de volgende komt morgenochtend. Wij verleggen wel de boot naar een veel rustiger plek tussen Waya en Wayasewa eiland in. Naast de boot is een strandje met rif langs het eiland waar we kunnen snorkelen. De wandeling naar de top van het eiland valt een beetje tegen, het heeft al tijden niet geregend en alles is dor en droog. De volgende ochtend om 9.00 duiktijd. Nee toch niet, de duikmaster komt langs, om 11.00 worden we opgehaald. Als ze er om 12.30 nog niet zijn ga ik weer bellen, “Ze zijn nu de boot aan het inladen, maar jullie hebben toch ook een BBQ op het strand?” Mmm, nee daar weten we niets van. Uiteindelijk komen ze ons halen en maken we met z'n vieren een mooie duik bij een grote pinacle (rotspunt dieper in zee). Twee bemanningsleden gaan ook in het water met speergeweren om de lunch te vangen. We zien ze niet vissen, maar als we weer bij de boot komen ligt en een aardige lunch. Nog even langs bij een ander dorpje waar voor een vis citroenen, fruit en pepertjes geruild worden.


Dan naar het strand, bbq vuur bouwen, stukje golfplaat erop, stammetjes erop en daarop de vis. De dame van de duikschool zit er salade te maken. Oma komt langs en de mensen die er wonen en nog een gezin eet mee. Wij hebben biertjes meegenomen en die gaan grif van hand tot hand. Pronkstuk van de maaltijd is een salade van grote oester, op zijn Fiji's klaargemaakt. Wij denken dat ze beschermd zijn, maar volgens hen kan het als ze zo groot zijn. Hij ligt al klaargemaakt in de schelp dus het is ook niet terug te draaien. Anouk heeft cheesecake gemaakt en dat is het prachtige dessert. Voor de meesten is dit de eerste keer dat ze zoiets eten, en het is zo romig, zoet en lekker dat ze tot en met de kruimeltjes alles opeten.
We gaan terug naar de boot en de duikmaster zegt dat hij ons komt halen om de sevusevu naar de chief te brengen. Het is al dik donker voor hij weer verschijnt en in het dorp kost het moeite om de chief weer uit bed te krijgen. Dank voor de sevusevu maar jullie zijn te laat voor een kava feest is de boodschap, dus een half uur later zitten we weer op Tara. De volgende ochtend horen we van chief dat ze de kava toch nog lekker opgesoupeerd hebben en dat het goed spul was! Geen touw aan vast te knopen voor ons. Dit was wel de meest uitgesproken ervaring met “Fiji tijd” die we in Fiji gehad hebben.
We varen terug op de motor en komen net voor donker aan in Vuda Marina bij Nadi. We zien nog een keer met z'n allen de zon ondergaan vanaf het terras van de Boat Shed met een afscheidsetentje.
Ook gemengde gevoelens, het was een heerlijke vakantie maar tegelijk afscheid nemen tot we elkaar half december weer zien. Anouk en Ron gaan weer naar Nederland en wij klaren de volgende dag uit om met Jeroen naar Vanuatu te zeilen.

Nog een leuk filmpje van de kleuterschool op Wayasewa Island. Ze waren bezig met de fijne motoriek oefenen en collages maken. Het zag er erg goed uit en de juf was geweldig. De kinderen waren apetrots op hun liedjes en ons applaus.

video


Foto's: Roel wacht 1,5 uur op customs om uit te klaren in Nadi, Fiji in een notendop, Mociu eiland, ook wel honeymoon eiland genoemd, de landingsbaan op Malolo eiland.


dinsdag 15 augustus 2017

Fiji vakantie blog van Anouk 7-29 juli

Tja als je ouders om de wereld zeilen dan zit er niet veel anders op dan ze af en toe op te zoeken ;-).
Fiji, witte zand stranden en oneindig veel vissen en koraal. Dat is een kans die wij,  Anouk en mijn vriend Ron,  niet kunnen laten schieten. Na wat gepuzzel en plannen vliegen we voor 3 weken naar dit verre oord. Als eerste vliegen we in Fiji door naar Kadavu met een piepklein vliegtuigje (zie ook het laatste blog van mijn moeder). We worden door een lokaal resort opgehaald met een klein bootje en na ruim 40 uur reizen is het heerlijk om de frisse wind te voelen en bijna op bestemming te zijn aangekomen.

De Kaptein van het bootje crost tussen de riffen en koraal door alsof hij liever Formule 1 coureur had willen worden. Daar hebben meer Fijian last van… Taxi chauffeurs en bus chauffeurs hebben er ook wat van weg. Regelmatig vaart hij een stuk met zijn kop uit het raam om uit te kijken. Het is laag water dus we moeten om de riffen heen zigzaggen.
Kadavu is een van de plekken waar je met manta roggen kan duiken en snorkelen. We kunnen in de buurt ankeren en gaan vol goede moed op zoek naar deze goedaardige reuzen tapijten… maar waar is het nu precies.. en hoe zie je uit een klotsend rubber bootje of ze er nou zitten of niet. Maar we hebben geluk, een duikboot van een resort komt ook snorkelers af zetten en helpen ons mee om de goede plek te vinden. Precies waar we de eerste keer ook hadden gekeken en een ruime tijd kunnen we rondom deze prachtige dieren snorkelen. Iedere ochtend weer is het een verademing als de mantas komen eten rondom het puntje van het eiland waarbij we voor anker liggen, ze zijn er weer!

video



Toen het besluit voor Fiji was genomen hebben we ons ook meteen maar ingeschreven bij de duikschool in de buurt en onze certificering voor open water duiken gehaald. Het voelt toch wel veilig om onze eerste duik te doen met Jacomine er ook bij. Bij Ono Island neemt Dee van Mai dive ons mee op twee prachtige duiken waar we goed kunnen oefenen met alles wat we geleerd hebben en ons uitgebreid kunnen verwonderen over alle visjes, de prachtige schildpad en het koraal. Zelf de haaien die langs zwemmen kunnen uitgebreid bewonderd worden!
Maar in Fiji gaan dingen op de Fiji manier en dat is inclusief de route van de Ferry. Gemist dus! Omdat er maar 2 ferries per week gaan, zijn Roel en Jacomine zo lief om hun planning om te gooien en ons naar Suva te varen. Op de motor jammer genoeg want er is geen wind. Daar nemen we afscheid van ze voor iets meer dan een week en gaan wij op pad naar Taveuni waar zij al zijn geweest.

In Nadi zien wij ze weer, samen met Jeroen mijn broer aan boord gaan we nog een laatste week de eilanden boven Nadi onveilig maken. We duiken nog een keer met zijn vieren rond een rif en een Pinnacle (een groot rif hoofd dat in dieper water omhoog steekt). De locale bevolking organiseert een BBQ voor ons met vers gevangen vis. Wel triest om van die mooie vissen die we net bewonderden met snorkelen nu op de barbecue te zien verdwijnen maar dat is wel de natuurlijke manier van leven hier.

Na drie prachtige weken nemen we weer afscheid van elkaar. Ron en ik maken ons klaar voor de 34 uur durende terugreis naar Nederland en Roel, Jacomine en Jeroen gaan de oversteek naar Vanuatu aan.
Anouk




vrijdag 28 juli 2017

Kadavu 5 - 14 juli

Het is meestal even omschakelen na een gezellige week met mee zeilers, maar in Savusavu gaan we naadloos over in de volgende fase. De Nederlandse Let's Go met Rixta en Eddy is net aangekomen uit Tonga en 's avonds zitten we alweer gezellig te eten met verhalen van hun reis door Tonga. Ze vertellen over twee boten die in Fiji de afgelopen maanden op een rif gelopen zijn, waaronder een Oyster 56, de Rolls Royce onder de zeilboten. Het verhaal is dat ze niet genoeg ingezoomd hadden op de elektronische kaart om het rif te kunnen zien. Dat verhaal kennen we van de laatste Volvo Ocean Race. De boot kon niet gered worden, ik moet er echt niet aan denken! Een ander schip is vastgelopen voor Suva, we vragen ons allemaal af hoe dat nu toch kan als je zoveel kaartmateriaal tot je beschikking hebt?

De volgende morgen gaan we al vroeg op pad, we hebben een goede wind om naar het zuiden te zeilen en willen voor donker bij het eiland Makongai aankomen. Het is helemaal bezeild en we hebben er zoveel plezier in dat we besluiten nog een stuk door te varen. Overnachten bij Levuka op Ovalau? Nee, laten we maar in één keer naar de Kadavu eilanden zeilen, onze tijdelijke eindbestemming. We kunnen voor donker door het rif bij Makongai en dan met ochtendlicht door het rif om de Kadavu lagune in te varen. Ertussen is vrij water. Wel is het hoog aan de wind zeilen als we de Makongai pas voorbij zijn. Ik maak vast avondeten klaar voor we opsturen en Roel verwisselt één van de blokken van de genua. Als ik opgeruimd heb loop ik de keuken uit om even een blik op de kaart te werpen, ik schrik me rot. Ik zie nog net dat de dieptemeter terug springt van 120 meter naar 40 meter en vlak daarna naar 17 meter en zowel op de elektronische kaart als op Google Earth zitten we vlak op het rif! Ik gil naar buiten en Roel maakt snel een draai van 90 graden de andere kant op. Roel denkt eerst dat het nog wel meevalt, maar als hij op de kaart kijkt waar we gevaren hebben is ook hij geschrokken. Onze baan is de laatste paar 100 meter van een koers richting de pas afgebogen naar het rif om het eiland. We varen met de windvaan, was het een wind shift of een forse verandering in de stroming? In ieder geval was niet helemaal duidelijk wie er aan het navigeren was en met rustig weer, misschien juist met rustig weer, is de verleiding groot om iets anders te doen terwijl je vaart. De wind stond van het rif af, dus er was ook geen branding aan onze kant van het rif, iets waar we meestal een ondiepte aan herkennen. Een combinatie van omstandigheden en onduidelijkheden die we niet goed ingeschat hebben. We weten nu in ieder geval hoe het kan dat je “zomaar” op een rif kan lopen, al is dat laatste stapje ons gelukkig net bespaard gebleven. Het houdt me de hele nacht bezig, hoe dicht we waren bij een TARA op het rif en misschien ook het verlies van de boot. Een gewaarschuwd mens telt voor 2, dus bij ons voor 4, ieder rif waar we maar in de buurt komen heeft nu een verhoogde paraatheid met dubbele bezetting tot gevolg.

Vlak voor de Kadavu eilanden worden we voor het eerst in Fiji verwelkomd door een groep dolfijnen die komen spelen om de boot. De dag is al weer goed! De Kadavu lagune doet met erg denken aan het invaren van de Gambier eilanden op Frans Polynesie en ik ben gelijk helemaal blij om hier te varen. In de beschutting van het grote rif liggen verschillende eilanden, sommigen hoger en bebost, anderen laag met witte zandstranden. Het is een beetje een uithoek van Fiji en daarom erg rustig. We ankeren bij Nagara op het eiland Ono, eerst een nachtje lekker slapen. De volgende dag varen we nog een stukje verder, door een pas aan de zuidoost kant van de lagune en later weer naar binnen door de volgende pas om bij het dorpje Kadavu voor anker te gaan. Hier zit het Matava resort waar ze duiken met manta roggen. Onze kennismaking met het resort verloopt stroef en ook het gesprek over eventuele duiken loopt vast. “Wij zijn niet ingesteld op jachten” zegt de onvriendelijke hostess. Nee, dat was ons al duidelijk, maar dan hebben wij er ook geen zin in. We liggen nog een dag bij Kadavu tot dochter Anouk en haar vriend Ron aangekomen zijn. Het is heerlijk om hen hier te zien en aan boord te hebben. We snorkelen dat het een lieve lust is en dan vertrekken we naar een andere plek in de lagune waar ze het wel leuk vinden om iets met ons te doen.

We komen uit bij MAI Dive op Ono eiland, met een leuk team van lokale duikgids Dee. We ankeren om de hoek, maar dat is geen succes als de wind draait. Midden in de nacht varen we een paar mijl verder op de Google Earth kaarten naar het eilandje Vorulevu waar we wel beschut liggen. Zonder Google Earth zou het onmogelijk zijn, want op de digitale kaarten liggen we op het eiland.
Groot voordeel van deze ankerplaats is dat er 's morgens mantaroggen zijn, of met hoog water, maar dat is nu ook s'morgens. We blijven er drie nachten liggen. Ron is de meest fanatieke snorkelaar van ons alle vier en iedere morgen ligt hij voor dag en dauw in het water. Hij wordt beloond met het gezelschap van manta roggen, rifhaaien en allerlei andere rif bewoners. Ook wij genieten van het snorkelen met de manta's.

Het is zo bijzonder om daar te liggen met je boot en “gewoon”, zo lang je wilt en zij bereid zijn met ons te snorkelen, met ze op te zwemmen. De manta's zwemmen met open bek en die is reusachtig, tegen de stroom in langs de buitenkant van het ondiepe rif. Aan weerszijden van de bek hebben ze lange flappen die een beetje op pollepels lijken waarmee ze het plankton in de richting van hun mond wapperen. De elegantie waarmee ze zwemmen, draaien en soms ook weg sprinten als er iets is waarvan ze schrikken is echt prachtig om te zien.
Anouk en Ron maken een lange wandeling op Ono terwijl Roel en en ik een Sevusevu van Kava wortels als welkomscadeautje gaan brengen aan de chief op het eiland Bulia. Vurolevu eiland hoort onder deze chief en het is prettiger als we toestemming hebben om te ankeren en te snorkelen. Het is een korte ceremonie maar wordt zeer op prijs gesteld en we worden uitgenodigd om vrijdag terug te komen, dan organiseren ze een kinderkamp op het strandje waar we even geankerd hebben.

De volgende dag gaan we met Dee van MAI duiken in de Herald Passage. Het zijn de meest ontspannen duiken die ik ooit gemaakt heb. We zwemmen door prachtige kloven met aan beide zijden koraalwanden en talloze vissen. We zien een groene zeeschildpad die lekker blijft zitten voor de fotosessie en enkele haaien. Dee raakt een stuk koraal aan wat direct van donkergrijs in wit verandert. Prachtig. De veiligheid stop is boven het rif dus ook daar kunnen we minutenlang genieten van de kleine visjes die in en uit schieten. Het zijn de eerste echte duiken van Anouk en Ron na het behalen van hun duikcertificaat, wat een geluksvogels!

Nog één keer naar de manta's en dan brengen we Anouk en Ron naar de ferry voor hun rondreis door Fiji, maar waar is de ferry? Die blijkt al vertrokken naar de volgende stop in Kadavu want het schema is toch anders dan ze uitgezocht hadden. Dikke pech want de ferry komt maar 2 keer per week! We besluiten ze zelf naar Suva te varen, op de motor want er is geen wind. Zij zijn er erg blij mee en dat verzacht het overhaaste vertrek uit dit prachtige gebied.

Er zijn mooie foto's en filmbeelden van de roggen en vissen, maar afgelopen weken zijn te gezellig geweest om veel achter de pc te zitten. Zoon Jeroen is inmiddels aangekomen, Anouk en Ron wachten op hun vliegtuig terug naar Nederland, en Tara vertrekt voor de oversteek naar de Vanuatu eilanden. Er komt nog een laatste Fiji blog, en natuurlijk de foto's!





vrijdag 14 juli 2017

Taveuni & Viani Bay gastblog Tjerk en Jeanette 28 juni - 4 juli

Op woensdag 28 juli 2017 worden we na anderhalf uur over de onverharde “highway” afgezet bij Buca Bay (spreek uit: Budha Bay) op Vanua Levu, één van de meer dan 300 eilanden van Fiji. Fiji is veel groter dan wij (en ook Roel en Jacomine) dachten. De hoofdeilanden Vitu Levu en Vanua Levu liggen een uur vliegen van elkaar. Dus zijn we vanmorgen met een klein vliegtuigje van Nadi op Vitu Levu naar Savusavu op Vanua Levu gevlogen om Jacomine en Roel te ontmoeten.
 
Wij zijn Jeanette en Tjerk, studievrienden van Roel en Jacomine. Vorig jaar hebben we met ze afgesproken om ze een week op te zoeken in Fiji, als ze daar een aantal weken zouden verblijven op weg van Nieuw Zeeland naar Japan.
 
Dan komt Tara Buca Bay ingevaren en helpen we Roel en Jacomine met het aanpakken van een lijntje om aan te leggen. Een zotte mengeling van gevoelens. Gek elkaar ineens aan de andere kant van de wereld in Buca Bay te zien en toch neemt ons contact ook meteen weer zijn vertrouwde vorm aan.
 
We besluiten meteen weer te vertrekken en varen naar Viani Bay. Wij zijn zelf ook zeilers en beschouwen Jacomine en Roel als absolute profs en zijn dus heel nieuwsgierig hoe zij alles aanpakken om met z’n tweeën op de boot te leven en veilig te varen. Eén van de onderwerpen op ons lijstje: vissen. Dus er gaat meteen een lijn overboord met een heerlijke roze/zilveren plastic inktvis. Na tien minuten is het al raak, maar het is kennelijk zo’n grote vis dat het hele aas met alles eraan wordt afgehapt. Jammer natuurlijk, maar een lesje vis schoonmaken op een zeemonster is misschien ook niet helemaal ideaal.
 
In Viani Bay gaan we voor anker en maakt Jacomine een heerlijke lunch. We zijn echt onder de indruk van de hoeveelheid verschillende ingrediënten die ze aan boord hebben om van alles klaar te maken. En Jacomine tovert zo steeds weer iets verrassends uit de kombuis: vers brood, bananenbrood en andere cakes komen uit de oven en ’s avonds komt er steeds weer iets verrassends uit de kombuis. Ook wij laten ons niet onbetuigd en met wat aanwijzingen maken wij ook een paar keer het eten klaar. Leuk om te doen en hun voorraadkast doet niet onder voor heel wat huishoudens op de wal.
 
s Middags gaan we met de dinghy op pad om de baai verder te verkennen. We maken meteen kennis met die hele varende familie van de “yachties”: al die luitjes (inderdaad meestal stellen in hun 60-er jaren) die op de één of ander manier met hun boot over de wereld zwerven en elkaar steeds weer op allerlei plekken tegenkomen. We gaan dus even langs bij een grote catamaran en horen direct waar het goed snorkelen is. Ook horen we waar je uit moet kijken. De vrouw van het stel was een paar dagen eerder goed weggekomen toen ze was gaan zwemmen op een plek waar door de dorpelingen nogal wat afval in het water wordt gegooid. Dat is inmiddels een favoriete plek voor de tijgerhaaien om even tussendoor te komen snacken. Ze wist dat niet en had ook het geroep van de dorpelingen niet gehoord om haar te waarschuwen dat tijdens haar zwemmetje een grote vin achter haar aan was gekomen. Ze vertelde er ook bij dat op die plek een man was aangevallen en een been was afgehapt waarna hij was verdronken. We kregen er bij te horen dat de tijgerhaaien zich niet op de riffen vertonen. Goed nieuws want daar zouden wij gaan snorkelen (bij het snorkelen keken we af en toe toch wel even om…).
Aan de baai ontmoeten we Marina Walser, een Duitse die hier met haar partner een duikshop is begonnen (Dive Academy Fiji). Ze zijn van plan er zelfs een mini resort van te maken. We spreken met haar af dat we de volgende dag met haar op het Rainbow Reef  gaan snorkelen. We maken verder een mooie wandeling langs de kust van de baai en ontmoeten Jack. Jack’s familie woont al generaties rond Viani Bay en Jack kent de baai en omgeving als geen ander.
 
De volgende dagen gaan we op pad met Marina en later Jack. Het Rainbow Reef ligt een kilometer uit de kust en is hierdoor één van de best geconserveerde riffen in Fiji. Op plekken waar de riffen meteen voor de kust liggen en de mensen er direct heen kunnen lopen zie je vaak dat het enorm is aangetast. Vroeger (jaren ’70) was het aantal inwoners in landen als Fiji zo klein en de hoeveelheid vis zo overvloedig dat de regel bij het koken was dat je een vis ging halen als de cassave kookte. Dan was alles tegelijk klaar om op te dienen. Je liep gewoon het rif op met je speer en haalde de vis van je keuze op. Door deze overvloed is er geen traditie van het beschermen van de voedselvoorziening. Met het toenemen van de bevolking, het toerisme en de start van export naar landen als China en Japan is hierdoor in relatief korte tijd ongelofelijke schade aan de riffen toegebracht. Er wordt hard aan gewerkt om de riffen weer te laten groeien en op een duurzame manier te gaan vissen. In Fiji heeft dit zeker resultaat, maar het is een proces dat jaren duurt.

We doen schitterende snorkels en zien ook het Cabage Reef: een rif dat bestaat uit hard groen koraal dat heel veel lijkt op grote koolbladeren. Fascinerend en ook heel zeldzaam.
 
Dan is het tijd om onze basis te verleggen. We zeilen/motoren van Viani Bay naar Paradise Bay, inmiddels bekend bij Roel en Jacomine. Bij de navigatie tussen alle riffen door maken we gebruik van stukken Google Earth die alle yachties downloaden en aan elkaar doorgeven. Dat werkt echt schitterend. Iedereen heeft tegenwoordig wel een chartplotter aan boord die net als met de GPS in de auto aangeeft waar je zit. Maar de kaarten in die plotters zijn niet heel erg accuraat. Vandaar dat naast de reguliere plotter een laptop staat met een GPS aangekoppeld die precies aangeeft waar je zit op Google Earth. En daar staan de riffen heel precies op.
 
Ook in Paradise Bay zien Jacomine en Roel weer een aantal boten die ze kennen van eerdere ankerplaatsen. Dus er wordt druk uitgewisseld waar iedereen geweest is en waar iedereen naartoe gaat. We vinden het heel interessant om deze gemeenschap zo in actie te zien. Er wordt ook wekelijks met een groepje via de SSB radio bijgekletst. Dat kun je over hele lange afstanden doen.
 
Eén van de auto’s van het resort neemt ons mee voor een toer over het eiland naar de Tavoro watervallen. Taveuni is begroeid met een regenwoud, dus we zien de meest indrukwekkende varens en bomengroei. Er zijn drie watervallen boven elkaar in het regenwoud en de wandeling naar alledrie is een mooie work-out na het op de boot zitten de laatste dagen. Als we terugkeren gaan we zwemmen in het koele water onder de onderste waterval.
 
Op zondag gaan we naar een lokale kerkdienst van de Pentacost Church (Pinkstergemeente) die wordt gehouden onder een uit golfplaten opgetrokken tijdelijk afdak. De kerk is door de orkaan Winston volledig verwoest en wordt momenteel veel hoger op het land weer herbouwd om minder kwetsbaar te zijn voor vloedgolven. De dienst was een warm samenzijn van de lokale gemeenschap en werd opgeluisterd door heerlijke swingende muziek en zang.
 
Maandag 3 juli was een zeildag. Er was een warmtefront passage, dus het was wat grijs en af en toe wat regenachtig, maar we hebben de 45,5 Nm van Paradise Bay naar Savusavu op Vanua Levu op ons gemakje ruim onder zeil tussen zonsopkomst en zonsondergang kunnen doen. Saar, de windvaanstuurinrichting deed haar werk zonder morren en zonder er iets voor terug te vragen. Wij waren wel benieuwd naar het zeilen met Tara. Zou ze wel vooruit komen met alle huisraad en een halve boot aan reserve onderdelen aan boord? Dat was geen enkel probleem! Ze is natuurlijk geen racer, maar beweegt zich snel genoeg en heel comfortabel en rustig. En samen met Saar heb je er eigenlijk weinig omkijken naar onderweg en is er alle tijd voor kletsen, eten maken, lunchen en vissen. Dit keer kwamen we een stapje verder. We hebben een mooie Mahi Mahi aan de lijn gehad die wild boven het water uitsprong. Gelukkig voor hem/haar liet de haak los en was het de vrijheid in plaats van de koekenpan. Dus onze visles kon ook deze keer niet afgemaakt worden…
 
Wat hebben we een fantastische week aan boord van Tara gehad! We hebben een inkijkje gekregen in hoe Jacomine en Roel hun leven aan boord hebben ingericht, hoe ze samen de boot varen en onderhouden, hun plannen maken en leven in die gemeenschap van yachties. Eén ding is duidelijk: ze genieten er ontzettend van! Maar dat was de lezers van dit blog allang duidelijk. Wij beschouwen het als een schitterend cadeau dat we dit een week van zo dichtbij met ze hebben mogen meebeleven. 

Jeanette en Tjerk

foto's: zeilen, koken, Koningsvaren bij Tavoro watervallen, de mensen geven de omvang aan, snorkel foto's Rainbow reef, de tijdelijke Pentacost kerk in afwachting van financiën voor de herbouw, bloemetje in de winter ;-)