zaterdag 10 november 2018

Alaska Day - 18 oktober


In Sitka vallen we met onze neus in de boter, het is Alaska Day. Voor alle Alaskanen is het een vrije dag, maar in Sitka wordt het echt gevierd.
Op 18 oktober 1867 vond hier de overdracht plaats van Alaska, van Russisch 'eigendom' naar Amerikaans eigendom. Ik zet eigendom tussen haakjes omdat lokale Tlingit en andere natives toentertijd al protesteerden tegen de verkoop, wat je niet 'hebt' kan je ook niet verkopen vonden ze. Rusland en Amerika hadden er geen boodschap aan.

In 1741 kwam Vitus Bering als eerste Europeaan in Alaska aan. In opdracht van Tsaar Peter onderzocht hij of Rusland en Amerika aan elkaar vastzaten en wat er te beleven viel aan die kant. Een goede zeevaarder, maar zijn schepen hadden vele mankementen en de zeeën rondom Alaska zijn geen lieverdjes, kortom het waren zware tochten. De eerste verkenningsreis was in 1728. In 1729 was de tweede, al laat in het seizoen, land vonden ze niet en de winter dwong hen

terug te gaan. In 1741 met twee schepen, kwam kapitein Bering verder. Maar erg hoopvol waren de eerste berichten niet. Onherbergzaam, verraderlijke stromingen, stormen, veel slecht weer en de sloepen die op verkenning uitgingen kwamen geen van beiden terug. Bering overleed aan scheurbuik, evenals veel van zijn bemanningsleden op Bering eiland, waar ze de winter probeerden te overleven na schipbreuk. Toch kwam er op die tocht een ottervel mee terug naar Rusland. Zulk prachtig bont trok gelijk de aandacht en handelsmogelijkheden te over. Het was een mix van ruwe stropers en gedreven handelaren in dienst van de Tsaar die de jaren erna de gevaarlijke zee overstaken op zoek naar bont en rijkdom. Eerst werden de Aleoeten leeggeroofd, ten koste van de lokale bevolking, die onder dwang de otters moest vangen. De eerste echte nederzetting die gevestigd werd heb ik al eerder beschreven, dat was Kodiak in 1784. Ook daar waren de otters eindig, zelfs als ze het Kenai Schiereiland en de Prince William Sound erbij betrokken.

Er kwamen berichten dat er verder naar het oosten een archipel was waar nog volop otters leefden, maar de bewoners waren weerbaarder dan op de eilanden tot nu toe. De Tlingit verdreven de eerste Russen uit Sitka. Twee jaar later, in 1804 kwamen de Russen terug met zwaarder geschut. Na gevechten verlieten de Tlingit-families die nog in leven waren midden in de nacht in alle stilte hun houten fort en vluchtten naar andere eilanden. De Russische hoofdstad, New Archangel, was een feit. Alexander Baranov was hoofd van de Russisch Amerikaanse Company aldaar en onder zijn leiding verrezen gebouwen en de orthodoxe kathedraal van St Michael. Het was een mooi stadje en werd “het Amerikaanse Parijs in Alaska” genoemd.
De haven floreerde en werd aangedaan door schepen van verschillende nationaliteiten die ook op zoek waren naar bont en andere waardevolle zaken. De otterstand nam echter zienderogen af en de opbrengsten uit bont eveneens.
Door allerlei kronkels in de geschiedenis had Rusland geld nodig, en was het aan Amerika nog iets verschuldigd voor hun politieke steun tijdens de Krimoorlog. Rusland had Noord Amerika gesteund tijdens de burgeroorlog, dus Amerika was Rusland ook iets verschuldigd. Na jaren van onderhandeling en een half jaar getouwtrek in de Amerikaanse senaat werd in 1867 Alaska gekocht door de US voor $ 7,2 miljoen. Veel Amerikanen vonden het belachelijk, weggegooid geld. “Seward's ijsdoos” werd het genoemd, naar de staatssecretaris die de handtekening gezet had.
En zo komen we weer terug in New Archangel/Sitka, waar op 18 oktober 1876 de overdracht plaatsvond. Veel Russen gingen terug met pijn in het hart en Amerika had eigenlijk geen plan met Alaska. De bonthandel was op zijn retour, er was een enkele kolenmijn en verder veel wildernis. Orde was er evenmin, er werd niet gehandhaafd en het recht van de sterkste gold tientallen jaren.

In 2018 is Alaska Day een feest van de hele gemeenschap. 's Morgens is er koffie met taart verkoop in de Lutherse Kerk, het wordt druk bezocht. De sfeer is geanimeerd, aan de kleding en verzorging van haar en make-up te zien is het hier duidelijk meer stads dan we op andere plekken gezien hebben. Het lijkt erop of het hele stadje in het centrum samen komt. Er zijn Rendier hotdogs, chili con carne in de brandweerkazerne en zo voort. Rond half twee verzamelt iedereen zich langs de hoofdstraat voor de Parade. De mevrouw naast mij geeft uitleg bij alles wat langs komt. Achter de kapel van het leger en hun onderdelen komen de state troopers, de politie, de kustwacht en de ambulance. 
De brandweer uit Seattle (?!) komt met hun populaire doedelzak band en naast het lokale moderne materieel een prachtige oude gerestaureerde brandweerwagen uit begin 1900. Openbare werken komt met de hoogwerkers. Vervolgens de scholen met hun eigen fanfares, het lijkt of bijna alle kinderen een muziekinstrument bespelen. Er zijn twee middelbare scholen in Sitka, een gewone en een internaat waar native kinderen uit heel Alaska naar toe komen. De nadruk ligt er naast gewone vakken op traditionele waarden en ontwikkeling en zo zien we groepjes tieners uit het hoge noorden en midden van Alaska in de parade. Het kinderdagverblijf doen een dansje, dat doet ons weer denken aan de parades in Japan waar iedereen danste. 
Tussen de groepen door lopen mensen in 19e eeuwse Russische en Amerikaanse kostuums. Roel is ook een rol aangeboden als Russische prins, maar dat heeft hij voorbij laten gaan. Er wordt kwistig met snoep gestrooid en de kinderen langs de kant van de weg halen heel wat binnen. Iedereen praat met elkaar en kent elkaar lijkt het. De parade gaat naar het plein met de hoge totempaal. De meeste bezoekers gaan door naar het bierfestival, de optredens worden in klein verband herhaalt in het bejaardentehuis en de gekostumeerde deelnemers gaan naar Castle Hill. De Russische vlag wappert, en er staan “vertegenwoordigers” van het oude Rusland en Amerika klaar voor de ceremonie. 
Leden van de leger kapel spelen de “Star sprangeled banner”. Militairen in kostuum staan naast militairen in modern gevechtsuniform. Tijdens de toespraak worden ook de aanwezigen genoemd, waaronder veel vertegenwoordigers van de legeronderdelen in de buurt. Het hoofd van de Orthodoxe kathedraal spreekt een gebed uit, evenals de dominee van de Lutherse kerk. De Russische vlag gaat naar beneden en de Amerikaanse vlag wordt gehesen. Op de vlag ontbrak in 1876 overigens de ster van Alaska, want het zou nog tot 1959 duren voor Alaska officieel een staat werd. De tussenliggende jaren was het een territorium. De Russische vertegenwoordiger overhandigt de eigendomspapieren en de kapel speelt “Alaska's Flag”. Geweerschoten kinken, voor iedere staat één, en de overdracht is een feit.

Na deze historische mini geschiedenis lopen we terug naar de boot voor een Alaskaans biertje, dat hebben we wel verdiend.

foto's spreken voor zich, de prent van het oude Sitka is uit 1885 en te koop bij Amazon, de laarzen zijn de Xtra tuffs, de lokale klederdracht van Alaska ;-)


















vrijdag 2 november 2018

Chatham Strait en warme bronnen - oktober


We varen richting Chatham Strait, een vrij breed vaarwater tussen Chichakof, Baranof en Admirality Island. Maar eerst doen we Hoonah aan in de Icy Strait. We verwachten een interessante plaats, het is de grootste gemeenschap van de oorspronkelijke Tlingit in Alaska en de brochure ziet er veelbelovend uit. De Tlingit woonden hier al voor de Russische en Amerikaanse handelaren kwamen en de kennismaking ging niet over rozen. In tegenstelling tot de vreedzame Unangan op de Aleoeten, die onder de voet gelopen werden, waren de Tlingit geduchte tegenstanders. Zij lieten zich niet zomaar hun goede nederzettingen, vis- en jacht gronden ontnemen. Tegen kanonnen en geweren konden ze niet op en ze werden verdreven uit Sitka en van andere gunstige plekken. 
Toch hebben ze veel van hun cultuur kunnen behouden. De laatste decennia is er een opleving van traditionele kunstvormen zoals dans, houtsnijwerk, totempalen, kleding en kunstwerken met Tlingit patronen. Hoonah heeft een warm welkom voor de grote cruiseschepen die het dorp aandoen. In het gebouw van de voormalige visconservenfabriek, een eindje buiten het dorp, is een groot complex met allerlei restaurants en winkeltjes met Tlingit kunst en aanverwante zaken. Voor de adrenaline kick is er de langste zipline ter wereld gebouwd. De cruiseschepen zijn al weg en het complex waar zij ontvangen worden met zang en dans is gesloten. Wij liggen in de vissershaven in het oude dorp, maar kunnen onze draai niet goed vinden. De havenmeester is ronduit zwijgzaam, op straat komen we bijna niemand tegen. Het is maandag, misschien dat het daar aan ligt, misschien ligt het aan ons, maar een praatje maken gaat moeizaam en ook hier is veel gesloten. We proberen een auto te huren, maar ze raden ons wandelingen af omdat er zoveel beren zijn en de prijs van $120,- vinden we te hoog voor de paar kilometer asfalt die ons dan nog resten. Na een dag hebben we meer dan genoeg gezien van Hoonah. We lopen even naar de winkel om te kijken of er vers fruit is – nee dus – en op de terugweg komen we de eerste vriendelijke bewoner tegen. Hij heet ons welkom in Hoonah en hoopt dat we een goede reis hebben. Ze zijn er dus wel! Als we uitvaren schijnt de zon prachtig op de herfstbomen van het kerkhof op een apart eilandje, een vredig plekje van het dorp lijkt het.

In de Chatham Strait zien we verschillende walvis pufjes een eindje vooruit. Als we dichterbij komen zien we een hele groep bultrug walvissen in een van de baaien. Het zijn er wel een stuk of 15 en ze maken grote fonteinen. Het is net te ver weg om goed te zien wat er gebeurt. Jagen ze? Spelen ze? Als we langs varen is alles weer bedaard en zien we er nog een aantal rustig weg zwemmen.
Als we de Tenakee baai invaren zien we weer een hele groep verderop. Wat is een zeilboot toch langzaam! De baai is zeker 8 mijl lang en het duurt eindeloos voor we dichterbij zijn. Het springen en plonsen is weer afgelopen, maar aan weerszijden van de boot zien we de walvissen naar buiten zwemmen. Dat is ook al geweldig!
Tenakee is een klein dorpje op de smalle strook grond tussen de zee en de bergen. 's Zomers is het een geliefd vakantie oord, maar ook in de winter wonen er mensen en het maakt een vriendelijke indruk. 
Een van de leukste dingen is het thermale bad midden in het dorp, met natuurlijk aparte uren voor dames en heren en draaiend gehouden door vrijwilligers. Het is heerlijk! We hebben de baden gemist sinds we weg zijn uit Japan en halen hier de schade weer een beetje in. Als we rondlopen in de regen vragen we nog even of er beren zijn, maar nee hoor die zijn hier niet in het dorp. Dat is fijn, alleen als Roel later alleen naar de boot gaat, komt hij toch een grote grizzly tegen. De beer is niet erg onder de indruk van Roel, maar als er nog wat mensen komen die hard roepen en klappen loopt hij weg.
We denken dat de buur-boot zinkt, de generator draait 24 uur per dag en de pompen werken op volle toeren. Bij navraag blijkt het een visser te zijn die zijn krabben levend houdt door ze constant te spoelen. Mmm krab en ja hoor, als de vissers aan boord zijn kan ik er één bemachtigen, een grote Dungeness krab. Zo'n lekkere hebben we in geen tijden gegeten! Later liggen er wel drie vissersboten om ons heen die 24 uur de generator aan hebben, je moet er wat voor over hebben hier!

We hebben de smaak van de thermale baden weer te pakken en varen door naar Baranof falls, een prachtige waterval en een thermaal bad in het bos. Het is puzzelen met het tij in Chatham Strait, de stroom – die kan oplopen tot 5 á 6 knopen - staat steeds anders dan wij verwachten. Er zijn gelukkig voldoende ankerplekken onderweg, dus we komen er wel.
Aan de steiger bij Baranof is het in de zomer een drukte van belang en nu zijn we de enige zeilboot. De boot van de winterbeheerder ligt er ook en af en toe zijn er vissers die hier een storm uitzingen. Het is het seizoen voor Black Codd (zwarte kabeljauw) en regelmatige komt er een tender (vrachtboot) de baai in om de vis over te nemen en naar Sitka te brengen voor verdere verwerking.
We hebben heerlijke dagen hier. We eten met de beheerder en zijn vrouw, die al jaren in dit gedeelte van Alaska zeilen en ons allerlei plekjes wijzen. We ontmoeten een onderzoeker van de Alaska Walvis Vereniging die zich inzet voor de bescherming van de walvissen. Hij laat ons prachtige filmpjes zien van walvissen die met elkaar jagen op haring door een bellen gordijn te maken, iets bijzonders van dit gebied. We kletsen met de vissers op de steiger en zo komt er ook wel eens een vis of wat garnalen onze kant op. De zwarte kabeljauw is verrukkelijk, bijna boterzacht en heerlijk om even te roken. Ik bied aan om brood voor ze te bakken en dat gaat er in als koek. Nou, dan ook nog brownies, er zijn vier jonge deckhands aan boord en die kunnen aardig wat hebben. Er is een mooie wandeling naar het meer boven de waterval en we proberen ons geluk met forellen vangen onder leiding van de vissers, erg goed zijn we er niet in – 7 stuks – maar het is leuk om te doen.
Tussendoor lopen we een paar keer naar de thermale bronnen in het bos. Het water borrelt gewoon tussen de stenen door in een bassin van gladde rotsblokken. Vlak naast het bad stroomt de waterval proestend voorbij, met herfstkleuren in de bomen, soms regen soms zon, het is prachtig! Wegen zijn hier niet, alle huizen zijn met elkaar verbonden door houten steigers die doorlopen tot in het bos. Voor wie te lui is, is er ook een badhuisje op de steiger met drie kamertjes en grote badkuipen waar het thermale water dag en nacht doorheen stroomt. Je kijkt uit op de baai en de waterval, heerlijk voor de avonden.


We laten een storm passeren en gaan dan op pad naar Sitka. De regen is nog niet voorbij en we varen in de stromende regen door Peril Strait. We overnachten onderweg in twee prachtige Cove's: Appleton en Baby Bear. Het zijn kleine baaitjes tussen bergen begroeid met Sitka sparren, overal watervalletjes, riviertjes en rotseilandjes waar we tussendoor laveren. Het weer is zo slecht dat we excursies op land achterwege laten, we hopen hier nog eens te komen in het voorjaar. We varen door Sturgis Narrows, waar de stroming erg heftig kan zijn, maar we hebben een rustig tij mee uitgekozen. Door de smalle Olga en Neva Straits, de Russische invloed wordt al sterker en zo komen we in Sitka aan. Een mooie natuurlijke baai vlakbij de Golf van Alaska en toch beschut door alle eilanden die Sitka afschermen van de oceaan. Door de laaghangende bewolking zien we er niet veel van, maar we zijn veilig in onze winter-bestemming aangekomen en dat geeft toch een goed gevoel.

Foto's boven : Glas in lood raam van plaatselijke kunstenaar in Tenakee badhuis, onder: haven  en kerkhof  van Hoonah, De bergen bij Juneau op de grens met Canada, Gewone Mure's, Walvissen bij Tenakee, Het enige stoplicht in Tenakee en de oudste winkel uit 1899, Baranof Lake, gezellig eten en lekker vissen, een feestje voor ons 40 jarig samenzijn, het badhuis, een oude vissersboot, Chatham Strait, Sturgis narrows, de ingang van Olga Strait.























vrijdag 26 oktober 2018

Glacier Bay voor onszelf - oktober


Glacier Bay is een prachtig natuurgebied in Oost-Alaska. Toen Captain Cook hier in 1778 rond voer was er nog niets van te zien. Een enorme gletsjer had zich in de kleine ijstijd zover naar buiten gewerkt dat een ijstong uitstak in Icy Strait. Eind 1800 kwam Muir, een Amerikaanse onderzoeker, voor het eerst in Glacier Bay. De verschillende gletsjers hadden zich al ettelijke mijlen teruggetrokken, de 100 jaar erna ging het hard. Nu moeten we 65 mijl de baai invaren voor we de restanten van de gletsjers kunnen bewonderen. Glacier Bay is een bekende bestemming van cruiseschepen in Oost-Alaska, er mogen er maximaal twee per dag invaren. Ook voor pleziervaart uit bijvoorbeeld Vancouver en Seattle is het een aantrekkelijke bestemming en aan strenge regels gebonden.
Wij zijn buiten het seizoen en hoeven geen vergunning aan te vragen. We gaan wel langs bij de rangers voor informatie, wifi en een dag regen. We krijgen een instructie, met film en aanvullende aandachtspunten van Mike. Naast de waarschuwingen horen we wat de mooie plekken zijn en waar speciale dieren zitten. Een kolonie Steller zeeleeuwen, een blauwe beer, de berggeiten en misschien nog een walvis of twee zijn te zien.
Er zijn leuke wandelmogelijkheden rondom het (gesloten) bezoekercentrum en daar maken we graag gebruik van. Mike loopt een ochtend met ons mee, een pittige maar prachtige wandeling naar de Bartlett rivier. Hij werkte hier eind 1970 als ranger, heeft daarna een andere carrière gehad, nu is het zijn pensioen baan in de zomermaanden. Hij weet ongelofelijk veel van het gebied en wij luisteren graag, het park komt nu al tot leven voor ons.

Met opkomend tij gaan we met 11 knopen naar binnen door de Sitakaday pas, dat gaat snel! Daarna is het ook snel afgelopen en varen we rustig verder. Bij de South Marble Eilanden zitten honderden Steller zeeleeuwen. De mannetjes, beschermend tussen hun harem, de jongen stoeien in het water. We drijven een poosje om ze goed te kunnen bewonderen. We zien een paar walvis pufjes, maar ze blijven ver weg. We zijn de enigen in Glacier Bay, dus we hebben alle ruimte.
De dagen erna hebben we prachtig weer, zon, geen wind, alles is rustig. We zoeken naar de blauwe beer in een van de baaien, maar hij/zij laat zich niet zien. We wandelen waar we geen beren zien en genieten van de stilte en de herfst kleuren. Bij Reid gletsjer liggen we twee nachten. We lopen naar de voet van de gletsjer, waar een rivier van smeltwater grind en vermalen steenstof afvoert. Door het smelten van de gletsjer komen er steeds meer stenen bloot, op sommige plekken lijkt het eerder op een grindmuur dan op ijs, wat er zeker nog wel onder zit. Bij een beekje uit de bergen zien we beerepoot afdrukken en poep, maar verder niet. Wel veel vogels. De puffins en andere zomer vogels zijn vertrokken. Nu zijn het zee-eenden die zomers broeden in het binnenland en de loons van de meren die hier overwinteren.
Tussendoor varen we naar de John Hopkins Gletsjer. Er ligt veel ijs in het water van de Lampuch gletsjer waar we langs varen. Voorzichtig tussen de brokken door “Tara on the rocks”. Bij John Hopkins is veel klein ijs en we zetten de motor uit en drijven een paar uur voor de gletsjer. Het is erg stil, af en toe een knal hoger in de gletsjer, maar geen vallend ijs. Het is prachtig en we voelen ons bevoorrecht dat we hier zo ongestoord kunnen liggen. Dan weer behoedzaam terug naar Reid Gletsjer.

Op de kaartjes kunnen we de terugtrekking van de gletsjer volgen. De John Hopkins is de afgelopen jaren iets gegroeid, de anderen zijn alleen maar verder terug getrokken. Het gebeurt wereldwijd. Vanuit John Hopkins reizen we terug door de tijd. Waar de gletsjer net vertrokken is zijn de rotsen kaal en hard. Verder naar buiten beginnen de korstmossen de rotsen te kleuren. Na zo'n 140 jaar zijn er struikjes en daarna beginnen de eerste boompjes te verschijnen, wilg en els. Vooral de laatste is belangrijk als stikstof binder, hij maakt de weg vrij voor de Sitka sparren die het bos gaande weg invullen.
Dichterbij de uitgang is het een en al Sitka sparrenbos. In 1974 woedde er een enorme windstorm in het gebied. Het bos rondom het bezoekerscentrum – het oudste uit het gebied- kreeg de volle laag. Veel bomen gingen om in het jonge bos, en nu bijna 50 jaar later, is het een gevarieerd bos met veel kenmerken van een volwassen bos. Op de open plekken is nieuwe aangroei, de oude bomen hangen vol met sliertmossen en op de grond is een warboel van vermolmde bomen en zachte kussens van mossoorten. Overal hoor je water. Hier en daar liggen enorme stenen, achtergelaten door de gletsjer. Tussen de omgevallen bomen is een rijkdom aan paddenstoelen, waar we graag gebruik van maken. Oesterzwammen, cantharellen en “hedgehogs”, ze gaan lekker in de quiche.
De laatste ochtend in Reid wordt ik wakker van ijs tegen de romp, het is nog donker. Mmm, de watertemperatuur was gisteren nog 6ºC. Het gekras wordt erger, Roel gaat even kijken. Er liggen wat plaatjes ijs in de baai die eruit drijven, geen zorgen dus. Een uur later ligt de baai bijna dicht met een dunne laag ijs, de plaatjes groeien snel aan elkaar. We gaan er toch maar uit. De ankerketting trekt door een 3mm laagje ijs en wij spelen zo zachtjes mogelijk voor ijsbreker. We denken dat het een combinatie is van zoet smeltwater wat op het zoute water blijft drijven, een prachtige heldere nacht en een lucht beweging van het Brady ijsveld boven de gletsjer naar de baai. Zo varen we iets na 7 uur alweer rond en drijven uren bij Gloomy Knob (Naargeestige bult). Zo ziet hij er wel uit, zwart graniet, gegroefd door de gletsjers van eeuwen geleden, maar zo steil en hard dat er niet veel groeit. Daar houden berggeiten van.
Op de heenweg heb ik na uren eindelijk de eerste dieren gezien, dus nu weten we waar we moeten kijken. We zijn zo vroeg dat ze nog in hun weitje liggen. Maar met zon op de rots komt alles tot leven. We kunnen tot vlak onder de rots komen, nog honderden meters bij de geiten vandaan, maar ze zijn goed te zien. Ik volg ze met de verrekijker en camera, dat worden weer 500 foto's ;-) Twee moeders met kleintjes scharrelen van bosje naar bosje. Ze lopen over onwaarschijnlijk kleine richeltjes van de ene plek naar de andere. De bokken doen het rustig aan en liggen veel om zich heen te kijken. Ik zie er steeds meer en heb er uiteindelijk 11. Ik hoor een adem puf en kijk om ons heen waar het vandaan komt. Drie orka's zwemmen een paar honderd meter voor de boot, twee volwassen dieren en een kleine. Ze zwemmen van ons weg, maar we kunnen ze nog een hele tijd volgen met de verrekijker. “Nu nog een beer”, zeg ik tegen Roel.
We gaan naar Blue Mouse Cove voor de nacht en om even te wandelen. Voor het anker erin gaat zien we een grizzly moeder beer met 3 grote jongen op het strand scharrelen! Het is niet te geloven.
Ze gaan het bos in voor we vast liggen, het wandelen laten we maar even schieten. We hebben otters om de boot en tegen de avond komt een groepje zeeleeuwen spelen in het baaitje waar we liggen, een arend vliegt over, zijn partner schreeuwt in het bosje. De zonsondergang is prachtig het is doodstil en we kijken uit op een gletsjer hoog in de bergen. Wat een prachtig gebied, wat zijn we een geluksvogels.
De volgende morgen wachten we in de hoop dat de beren terug komen. Intussen hebben we harbor porpoises in de baai, kleine schuwe dolfijntjes, we blijven doodstil en ze komen steeds weer boven. We geven de beren om half elf op, Roel loopt met de dinghy naar voren en... ziet moeder beer uit het bos komen. Ander plan. We kijken hoe ze met z'n vieren langs het strand scharrelen en stappen heel stil in dinghy en roeien door de baai om ze vanaf het water te volgen. We roeien pas terug naar de boot als ze aan de andere kant het bos in verdwijnen. Deze dag kan niet meer stuk.
We varen weer langs de zeeleeuwen op hun rots, het is hoog water, dus ze zitten hutje mutje op elkaar. We zoeken de walvissen, maar vinden ze niet. Zo scharrelen we terug naar Bartlett Cove. Er komen dagen met veel regen en daar is dan meer te beleven dan in de baai.
Als ik het blog bijwerk aan de kampeertafel buiten met wifi van de rangers, waarschuwt iemand dat er een zwarte beer achter me op het houten dek loopt. Er wordt geroepen en gezwaaid en de beer voelt aan dat hij niet welkom is en verdwijnt snel in het bos. Mijn eerste wilde zwarte beer, maar wel iets te dichtbij en geen foto's. We verplaatsen de tafel zodat ik met mijn rug tegen het wc huisje zit, dan zie ik ze in ieder geval komen. We maken mooie wandelingen in de droge uren, het lijkt 's nachts veel meer te regenen dan overdag. We zien een porcupine, een stekeldier zo groot als een middelmaat hond. Ze hummen zangerig terwijl ze knabbelend door gras en struikjes scharrelen. Behalve neus en ogen zitten ze helemaal vol met lange stekels, die laat iedereen wel met rust. Hij is ook niet erg onder de indruk van ons, en poseert op zijn achterpootjes voor de camera.

Mike en Karen nodigen ons uit voor een dagje in Gustavus. Gustavus ligt op de grindvlakte die de gletsjers achter gelaten hebben, het eerste vlakke stuk wat we zien in Alaska. Het is een piepklein dorpje en dat willen ze ook graag zo houden. Geen wegen, geen cruiseschepen, alleen wat mensen met een cabin in het bos. Mike en Karen wonen ook in het bos op een groot stuk land. Ze hebben het al meer dan 40 jaar, eerst als cabin en nu – na de pensionering- als huis. Karen is Japanse literatuur prof en Mike heeft voor haar twee bibliotheekjes gebouwd in het bos om. Een is er Japans ingericht, erg mooi en een prachtige werkplek. We wandelen samen en eten 's avonds bij hun vriend Jim. Hij woont ook al jaren in het gebied en heeft veel onderzoek gedaan naar visserij en zelf een een topkwaliteit visverwerking gehad. Interessante gesprekken aan tafel, tot we onderbroken worden door een zwarte beer die opspringt tegen het raam, een halve meter achter ons. De hond jaagt hem weg en het gesprek gaat nu even over lastige beren zo eind van de herfst. Niemand, behalve wij, is erg onder de indruk, business as usual.

We ontmoeten ook Ingrid en Kevin in Bartlett Cove. Ingrid is werkzaam op het park en Kevin organiseert bijzondere outdoor reizen. Ingrid gaat vaak mee als naturalist om de gasten van alles te vertellen over wat ze tegen komen. We eten samen op de boot en wisselen reisverhalen uit, een gezellige avond over bijzondere bestemmingen. Wat is er toch veel te zien op de wereld!

foto's: Steller Gaai, "Levende" route markering van de Huna Tlingit native bewoners, zonsopkomst over de Fairweather range, Gemeenschapshuis van de Huna Tlingit in Glacier Bay, Zwarte Cantharel, laatste foto een Blauw Korhoen, de rest spreekt voor zich.