woensdag 19 september 2012

2-18 september Noord Portugal


Is Nederland anders dan België? Of dan Duitsland? En merk je dat gelijk als je de grens overgaat? Ik herinner me nog de teleurstelling van mijn eerste keer naar het “buitenland”. Mijn vader reed de grens over met België en er gebeurde niets, alles was hetzelfde.
De overgang van Spanje naar Portugal aan de Atlantische kust is anders. De hoge rotsachtige kust van Spanje gaat bij de grensrivier de Guardia over in duinlandschap met eindeloze stranden en pas in het achterland hogere gedeeltes.
zonsondergang over de Douro in Porto
Zo afwisselend als het zeilen in Galicië was, zo saai is de Noord Portugese kust. Alsmaar Zuid, vrijwel geen ondieptes of rotsen en ook geen bevaarbare rivieren. We liggen dus in jachthavens, vaak gecombineerd met aanvoerhavens waar de grote schepen binnenlopen. Het strand steeds vlakbij dat wel, maar met een water temperatuur van net 16 graden niet echt lekker om te zwemmen. De warme golfstroom komt hier kennelijk niet meer langs.

Zouden de bewoners dan wel op de Spanjaarden lijken? Ook niet. De Spanjaarden waren zeker niet onvriendelijk, maar wel gereserveerd. De Portugezen zijn uitgesproken vriendelijk en nieuwsgierig. Ze spreken ons aan, bieden hulp, zoeken dingen voor ons op etc. Bijna iedereen spreekt wel wat Engels, Duits, Frans of Spaans, en sommigen zelfs heel goed. Sommige oudere Portugezen die we spreken hebben in Nederland of Duitsland gewerkt. Gelukkig maar, want ik versta van het Portugees geen klap. Zij verstaan mijn Spaans wel en als ik Portugees lees gaat het ook redelijk goed. Samen komen we steeds een heel eind.
Heerlijk eten, afgekeken van de buren

Het eten is ook heel anders. In Galicië had je rustig 10 restaurants op rij met exact dezelfde kaart, en op dezelfde manier klaargemaakt. Hier hebben we weer een kaart waar we op kunnen puzzelen en uitproberen. Vaak kijken we wat de buren eten en wat er goed uitziet. Soms gaat ook dat mis: in een restaurant aanbevolen door de Lonely Planet reisgids zitten alleen mede-toeristen te stuntelen net als wij. Niets af te kijken dus. We krijgen een bordje vleeshompjes vol met botjes ipv de entrecote die we voor ons zagen. Aan het eind van de avond komen er Portugezen en ik vraag de buren wat ze eten, zodat we de volgende keer zelf kunnen bestellen. Daar willen ze niets van weten, er wordt een bord aangerukt en opgeschept zodat we kunnen proeven: heerlijk! Als ze vragen of we ook hun wijn willen delen gaat dat wat ver. Voor ons dan, misschien voor hen weer niet, maar we slaan het toch af.
Van harte gefeliciteerd!
In de haven worden we uitgenodigd op een verjaardagsfeestje van een van de vissersbootjes. Er zitten wel 10 man op met taart, “champagne” en koffie met zelfgebrouwen grappa toe. 
Ik mag dat laatste overslaan maar Roel, als man, natuurlijk niet. Het is leuk om met ze te praten (Engels) over werk, leven, opgroeiende kinderen enz. Het valt me op dat veel van de kinderen in het buitenland wonen en werken, of geëmigreerd zijn. Ook hier sommigen die na hun studie geen werk hebben. Portugezen zijn erg internationaal georiënteerd. Daarnaast zijn ze heel geïnteresseerd in hoe wij reizen en wat we gaan doen. Als we de haven uitgaan de volgende dag, liggen ze buiten te vissen en worden we uitgezwaaid alsof we vrienden zijn.
De Portugezen zijn vol of over Nederland: vriendelijk, zo goed als wij dingen regelen, hard kunnen werken en sparen. Wat is het verschil? In Portugal zijn we te flexibel zeggen ze, we nemen het niet zo nauw. Net zoals in Ierland ook hier weinig vertrouwen in de politiek.
miljarden liters in de opslag van de port huizen

De kust mag saai zijn, het binnenland biedt genoeg om te compenseren. 2 dagen brengen we door in Porto met, dat spreekt voor zich, Port proeven. Roel doorziet de marketing strategieën onmiddellijk, dus we houden ons in wat kopen betreft. Maar wel toeristje spelen met een boottochtje op de Douro, een 'port met fado' avond en een lunch in een van de nauwe straatjes in de Ribeira wijk aan de rivier. 

Voor mij is het hoogtepunt van Porto de rondleiding door het Casa da Musica, ontworpen door onze landgenoot Rem Koolhaas. Het gebouw moest de stad inspireren als het Gugenheim in Bilbao of de Erasmusbrug in Rotterdam en geopend worden in het jaar dat Porto culturele hoofdstad van Europa was. Het werd maar 4 jaar te laat opgeleverd. Er was helaas geen concert deze week, dat was een mooie aanvulling geweest. 

Casa da Musica, centrale hal

Het ziet er van buiten uit uit als een groot, hoekig wit rotsblok wat uit de lucht is komen vallen. Dat wordt versterkt door een golvende stenen vlakte van geel travertin om het gebouw heen. De verrassing zit van binnen: prachtige ruimtes, waarbij de muren heel strak zijn gecombineerd met golvende glazen wanden en decoraties. De grote zaal is het mooiste is, zoals dat hoort. De wanden zijn van gelakt hout met golvende banen goud en prachtig meubilair. Spectaculair zijn de golvende glazen wanden aan de voor en achterzijde van zaal, waardoor je vanuit de zaal over het orkest heen de stad inkijkt. Een grappig detail vind ik de twee orgels die er hangen. Een Barok orgel en één uit de Romantische tijd: ze zien er prachtig uit, maar ze zijn leeg. Het geld was op aan het eind van de bouwperiode (lees: het budget was ver overschreden, dat komt dus ook in Portugal voor) maar de orgels waren essentieel voor Koolhaas en de akoestiek. Wie niet sterk is moet slim zijn, de orgels wachten nu alleen nog op een gulle gever voor de echte orgelpijpen.
Nog zo'n detail: in het oude Casa da Musica was een oppaskamer zodat ouders met kinderen toch naar het concert konden. In dit ontwerp grenst de kinderkamer aan de grote zaal. Weer met zo'n golvende glaswand, een paarse snoezel-inrichting met sterrenhemel, veel kussens en de kleintjes kunnen via boxen vast meegenieten van de muziek.

Universiteitsplein, met uitzicht op de rivier. Rrechts de bibliotheek

Vanuit Figuiera da Foz gaan we twee dagen naar Coimbra. Gesticht door de Romeinen, lange tijd in handen van de Moren, hoofdstad van Portugal in de 12e en 13e eeuw. Met één van de oudste Europese universiteiten opgericht in 1290. We bezoeken de oude universiteitsgebouwen met als hoogtepunt de Bibliotheca Joanina. Wat een prachtige zaal, met metersdikke muren voor een gelijkmatige temperatuur en een ongelofelijk mooie inrichting. Houtsnijwerk, bladgoud, prachtige tafels en boekenkasten vól tot het plafond. De studenten aan de oude universiteit houden hun Mores (regels) in ere. Ze wonen in republica's (studentenhuizen) en we zien ze rondlopen in hun zwarte pakken (of rokjes) met lange zwarte capes. Van deze tijd is dat je op de capes allerlei insignes naait van waar je mee bezig bent, welke richting je studeert etc. En dat met deze temperaturen......

's Avonds gaan we naar een Fado voorstelling in een kleine oude Capella. Het is een sfeervol concert, met 3 muzikanten en een mannelijke zanger. Fado hoort bij Lissabon en Zuid Portugal. Coimbra is het meest Noordelijk waar Fado gezongen wordt, hier bijna altijd door mannen. Als de zanger een lied zingt over vrienden (dat was géén Fado, maar wat het verschil is?), zingen de Portugezen om ons heen zachtjes het refrein mee. Ik krijg er kippenvel van zo mooi is het. Ik zoek het op bij You Tube zodat jullie kunnen meegenieten. Trás outro amigo tambem (Neemt ook andere vriend mee). Zeca Afonso schreef allerlei protestliederen aan het eind van het Salazar regime, dus wellicht heeft dit lied ook een diepere betekenis, dan ik in eerste instantie uit de tekst haal.

Afgelopen weekend in Frankrijk een reünie van ons bestuur uit 77/78 van de studentenvereniging SSR-Rotterdam. Echt gezellig om even met oude vrienden in het “Nederlandse” te zijn.
En nu zijn we in Lissabon tot eind september. Genoeg te zien en te doen, maar daarover later.

Hartelijke groeten ook van Roel, Jacomine











zondag 2 september 2012

28 augustus-1 september Combarro,Baiona: laatste stukje Spanje

Op de Ria Pontevedra ankeren we net buiten Combarro, een oud vissersplaatsje achterin de riviermonding. Het weer is prachtig en we genieten erg van het buitenleven. Omdat we zover westelijk zijn en Spanje zich aan de Europese tijd houdt, is de zon pas op haar hoogste punt om half drie 's middag. Ook ons leven past zich daaraan aan. Wij staan wat later op, vanaf 2 uur houden we ons rustig en om 5 uur begint het leven weer. En 's Avonds eten we rond 9 uur zonder dat we daar moeite voor hoeven doen.
schelpenvisser bij Combarro, Ria Pontevedra

Omdat we in ondiep water liggen, zoals bij Muros, zijn er 's morgens weer veel vissers in de weer. Het dringt nu pas tot mij door dat wat wij aanzien voor vissers eigenlijk schelpenzoekers zijn. Er lopen er wel 150 op de net ondergelopen slikken achter de boot. Ik ben erg benieuwd wat ze vangen en we varen er met de bijboot naar toe. De visservrouw vindt het leuk dat we even langskomen. Ze gaat met een grote hark met een mandje eraan vast door de bodem, haalt dat op en sorteert de goede schelpen: veel kokkels (berberechos) en half zoveel platschelpen (almeida's) en de mossels gaan terug de zee in. Ik vraag of het zwaar werk is? "Dat is het zeker" zegt ze, "vooral voor je onderrug om de hark met mand omhoog uit het water te tillen" en toont haar respectabele spierballen. Er wordt alleen op schelpen gevist bij laag water en als het licht is, dus zo'n drie uur per dag en ze vissen het hele jaar door. Of we de schelpen kunnen kopen? Nee, zij vist voor een handelaar aan de overkant van de baai. Jammer! 's Avonds eten we toch spagetti met Almeida's en voor ons zijn het de schelpen van de vissersvrouw.
Lekker lezen op het droge

Het is net feest geweest in Combarro. Eigenlijk is het overal feest waar we maar komen: wijnfeest, heiligenfeest, vissersfeest en in Combarro vieren ze dat ze 40 jaar geleden aangewezen zijn als historische binnenstad??? Het gaat dus minder om wat je viert, als je maar iets viert. Als er feest is wordt er de hele dag vuurwerk afgeschoten met grote knallen. Zo ook vorige week in Combado, waar een kleiner feest was, het wijnfeest was het hoogtepunt eerder deze zomer. Ze maken hier de Albarino wijn. Onze voorraad is aardig geslonken dus wij vullen aan. Van het toeristenbureau hebben we een lijstje van prijswinnaars van de wijnfeesten van de afgelopen jaren gekregen. Aan verkopers geen gebrek. Eentje lijkt een aardige bodega, dus we laten ons verleiden. Roel merkt al gauw op dat het een gladde verkoper is en we gaan dan ook met een paar mooie (en te dure?) doosjes naar huis. Onderweg zeggen we tegen elkaar dat wij, als wijnstadje, ook een wijnfeest zouden organiseren. Iedereen in de bodega kocht de prijswinnaars. Ik kijk nog eens naar mijn lijstje en zie dat er ieder jaar andere wijnhuizen prijswinnaars zijn. Dat is ook eerlijk verdeeld. Ach, wij hebben de Spaanse economie weer een beetje gespekt.
Binnenmeertje op het eiland Cies

Mijn Spaans begint weer een beetje bij te trekken en eenvoudige gesprekjes lukken aardig. Maar ik wil zo graag weten hoe de Spanjaarden nu de crisis beleven en daar is mijn Spaans bij lange na niet voldoende voor. Om ons heen zien we veel mensen buiten de deur eten en drinken. In de plaatsjes zien de huizen er goed uit, maar de krant schrijft toch wel sombere stukken.
Ik raak in gesprek met de jonge vrouw van toeristen bureau in Combarro. Ik schat haar dezelfde leeftijd als Jeroen en Anouk, zo rond de 25. Het is vroeg en nog erg stil dus beste even tijd om te praten. Zij vertelt dat 54% van de jongeren in Galicia werkloos is. Veel van haar vrienden zijn naar de grote steden of het buitenland vertrokken om daar werk te zoeken. In Galicia zelf is het bijna onmogelijk om werk te vinden en zij heeft erg geluk gehad met haar baantje. Ze heeft een universitaire studie achter de rug, evenals veel van haar vrienden zonder werk. Jonge mensen stagneren in hun leven, trouwen niet, kunnen geen huis betalen. Maar het ergste vindt ze dat de jongere kinderen ontmoedigt raken en niet eens aan een opleiding of studie willen beginnen. En zo beïnvloedt het ook de generatie na ons, zegt ze. Spanje kent geen bijstand. Volhouden en hopen op betere tijden, dat lijkt het devies te zijn.
Aan het eind van het gesprek geef ik haar een welgemeend compliment voor haar Engels, ze krijgt er een kleur van en daarna gaan we over naar haar werkterrein: de informatie.
Prachtig strand bij het eiland Cies

Na Combarro varen we door een luilekker land voor boten. Het is zo mooi: prachtige ankerplekjes, lekker weer, heerlijk zwemwater, alles op een uurtje varen. Het toppunt is het eiland Cies  voorin de Ria de Vigo. Strand, heuvels, bomen, een zout binnenmeertje waar je bij hoog water allerlei vissen kunt zien en aan de buitenkant de rotsen en de woeste branding van de Altantisch oceaan. Echt geweldig. Ook voor mij, want er is een verhard pad over een mooi stuk eiland wat ik goed kan lopen: het eerste wandelingetje is een feit. Ook even zwemmen gaat goed. 's Avonds gooit een noordoost 5-6 pal op de ankerplek roet in het eten en we vertrekken alsnog naar Baiona.
Tegeltableau van de route van de Pinta en de Nina

In Baiona is in 1493 de Pinta aangelandt terug van de ontdekking van Amerika. Drie dagen eerder dan Columbus zelf, die in Lisabon aankwam, want de schepen hadden door storm verschillende routes. Ook dat wordt natuurlijk ieder jaar feestelijk gevierd. Wij zijn er met het "eind van de zomer feest". Ik haal een briefje onder een ruitenwisser vandaan: feest met paella, spare ribs en de Los de Barro band. Het toeristen bureau kan niet instaan voor de kwaliteit maar wil wel aanstrepen waar het is. Een kroegje aan een pleintje net buiten het centrum. Ik druf te wedden dat wij de enigen zijn die geen Spaans spreken. De sfeer op het plein is geweldig leuk, de paella wordt ter plekke klaargemaakt (ook erg leerzaam) en de wijn is vast Albarino. Het smaakt allemaal prima.
Paella maken in het groot op plein van Los Condos

De band heeft het erg naar de zin - met hulp van bier en wiet- en het publiek idem. Het gitaarspel is fantastisch, het klappen ook, de zanger bakt er niet veel van, maar weet het publiek heel goed te bespelen. Hij krijgt veel hulp, zelfs van zijn eigen moeder. We horen bekende en onbekende nummers, maar met alle teksten in het Spaans. Aan het eind van de avond komen de Spaanse "Marco Borsato" nummers en "Como yo te amo" (zoals ik van je houd) heeft een voorspelbaar refrein, wat zelfs voor ons te doen is. Het gaat door tot de Guardia Civil een eind komt maken aan het feest, nou ja ze willen nog wel een rondje lopen voor het laatste nummer. Iedereen gaat uit z'n dak. We hebben een super leuke avond.
De band "los del Barro"

Op de terugweg zien we waar alle toeristen gebleven zijn: op het gemeente plein is een podium met folklore dans en zit iedereen keurig op rijtjes stoelen netjes te klappen. Vast een activiteit met het gegarandeerde kwaliteitsniveau van het toeristen bureau.

De andere kant:
Tijdens de feest avond heb ik ook rondgekeken en gezien dat er veel flats te koop of te huur staan, dat er mensen naar het feest komen die niets eten of drinken de hele avond maar wel genieten van de sfeer en muziek......

De volgende ochtend gaan we nog even neuzen op de Pinta. Wat een klein schip! En die arme 26 bemanningsleden die buiten op het dek moesten leven en slapen, want onder het afdakje was voor de kapitein, de navigator en de matroos aan het roer. Slecht weer? Dan geen eten van het houtgestookte fornuis. Wat een enorme prestatie om met zo weinig hulpmiddelen zo'n reis te maken en niet te weten waar je heen zeilt. De mannen die terugkwamen waren helemaal door het dolle heen toen ze weer aan land kwamen en de bevolking net zo. De aankomst was dus grandioos.
"Land Ahoy" eindelijk!

We gooien los en varen bij gebrek aan wind op de motor richting Portugal. Het gebied van de Spaanse Ria's is een geweldig vaargebied, we hebben er van genoten. Het weer is allengs ook warmer geworden, het thermo-ondergoed ligt al ver achter in de kast. Wat zal Portugal ons brengen?
Jacomine