dinsdag 8 oktober 2019

Roadtrip goud, meren en wijn - september


We rijden na de Tioga pas uit de bergen een totaal ander landschap binnen, alsof we op de maan stappen. Het is kurkdroog, heet, er groeit bijna geen enkele boom en de stoffige gele vlaktes zijn spaarzaam begroeid met kleine struikjes. Als eerste valt onze blik op het Mono meer, onwerkelijk blauw in de bruingele tinten van de omgeving. Het is een meer zonder uitgang met een hoog zout en mineraal gehalte en ondergrondse bronnen. Die bronnen vormen tufagesteente waar het water uitborrrelt en weer nieuwe laagjes afzet. Sinds 1950 is het waterpeil bijna met de helft gedaald door het aftappen van rivieren voor drinkwater en irrigatie en verschillende versteende fonteinen steken nu boven het wateroppervlak uit. Een beetje surrealistisch! Het meer heeft een eigen microklimaat met dieren en planten die aangepast zijn aan het zoutgehalte. Er is een overvloed aan kleine alkali vliegjes – de lokale indianen maakten een eiwitrijk meel van de larven - en zoutgarnalen. Nu zijn het vooral vogels die zich tegoed doen aan de vliegjes en garnalen. Het lage waterpeil is wel een bedreiging voor het meer, de concentratie zouten loopt ieder jaar op en er zijn maatregelen in de maak om de instroom van de rivieren veilig te stellen. Lastig al die tegengestelde belangen! Er is een wandeling uitgezet naar de Tufa bronnen, wat een bizar landschap.

We hebben een tip gekregen om toch vooral Bodie niet over te slaan. Het is een van de weinige goudzoekersstadjes in deze wildwest-achtige omgeving waar een deel van de oude houten gebouwen bewaard is gebleven. In 1859 vond ene meneer Bodey goud aan de oppervlakte en ontstond er een klein stadje waar goud en zilver gedolven werd. Eind jaren 70 werd een rijke ader aangeboord en de gelukszoekers snelden toe. Tussen 1877 en 1879 groeide het stadje uit tot een boomtown met 2000 houten gebouwen en rond de 8500 mensen. Onder die gebouwen waren 60 saloons en dance halls, want waar goud gevonden wordt, rolt het geld. Er was een China Town voor de Chinese werkers, winkels, banken en een school. In 1881 was de boom al weer over en een paar jaar later was het bewonersaantal gedecimeerd. 
Met nieuwe technieken ging het delven nog wel door tot twee grote branden in 1896 en 1932 90% van het stadje verwoesten. Het delven werd gestaakt. Wat er nog staat geeft niettemin een indruk van het stadje en de enorme inspanning die getroost is om alles op te bouwen en te bevoorraden. In de verre omtrek is geen boom te bekennen en al het hout voor de mijn en de huizen moest uit de Sierra Nevada komen. Ook voedsel moest van ver aangevoerd worden. In de school liggen de boeken nog op de banken en de kaart van Amerika hangt aan de muur. Sommige huizen zijn nog ingericht met meubilair en huisraad wat is achtergelaten door berooide families. Transport naar elders was erg duur en loonde de moeite niet! Ook in de winkel staan de schappen vol en de advertenties uit die tijd hangen nog. Wat een desolate omgeving, maar de inrichting van de huisjes is dan weer opvallend verzorgd en herkenbaar “Europees”. Behang, mooie houten ledikanten, schilderijtjes. In het museumpje vinden we een doe het zelf cursus voor danslessen, veel foto's, gebruiksvoorwerpen en twee lijkkoetsen opgepoetst en wel. We lopen door de tijd van 140 jaar geleden alsof het niets is. In de verte komt een stofwolk richting het stadje rijden, de sfeer is compleet.

In Bridgeport kamperen we aan de Twin Lakes. Er wordt veel gevist en ik heb duidelijk minder met vissers dan met wandelaars. Veel bier en BBQ, de buiken meer dan gevuld. De lokale microbrouwerij moet natuurlijk wel bezocht worden, toch bier en we treffen er een stel aardige vissers, zie je wel, ik moet niet zo snel oordelen! Ze komen vanuit San Diego een paar keer per jaar hier een weekend vliegvissen. Dat is wel 10 uur rijden enkele reis! De visser vertelt dat als hij in het water staat, alles van hem afvalt en hij helemaal gelukkig is, de vis gooit hij terug. Die ervaring verschilt weer niet zoveel van wandelen. We lopen de Horsetail waterval route tot ver boven het meer, het laatste stukje is in de Hoover Wilderness, alweer zo'n prachtige omgeving. 
Het is weekend en we komen mensen tegen die naar de Matterhorn in de verte lopen. Nachtje slapen in de wildernis, morgen de beklimming van het topje en dan weer terug. Ze vertellen dat het geweldig is om zo te kamperen en proberen zoveel mogelijk van dit soort tripjes te doen. Daarom woon je graag in Californië, buiten is overal vlakbij. Wij kennen dit niet uit Nederland, maar kunnen ons goed voorstellen dat je er hier veel meer ruimte voor hebt. De wandelroutes in Yosemite alleen al waren meer dan 1200km , eromheen in de hele Sierra Nevada en de voetheuvels moeten dat duizenden km zijn. Wij zijn weer helemaal tevreden met onze dagtocht en daarna gaan we poedelen in de Bridgeport Hotspring, want douches zijn er niet op de Park Campings.

De ritten tussen de bestemmingen door zijn ook interessant en prachtig. We rijden door een dunbevolkt gedeelte van het land en de natuur verandert als we weer de bergen in rijden. We passeren Topaz, een dorpje van niets, maar voor mij toch interessant omdat in de boeken over Californië meerdere keren deze naam is gevallen. Na de aanval van de Japanse luchtmacht op Pearl Harbor en de oorlog die volgde, werden alle Japanse immigranten in de US tot gevaarlijk verklaard. Aan de Westkust van de US woonden veel – van oorsprong - Japanners. Ze moesten alles achterlaten en werden bijeengedreven. Vaak eerst in plekken als een renbaan of stadion en vervolgens naar hun concentratiekamp gebracht zoals in Topaz. Aan de oostkant van de Sierra Nevada, in de woestijn, ontsnappen was niet mogelijk. De omstandigheden waren er zeer zwaar en na afloop van de oorlog waren hun bezittingen in de stad verbeurd verklaard. Niets herinnert in het dorpje meer aan deze bladzijde in de geschiedenis, maar voor veel oudere US Japanners zal dat ongetwijfeld anders zijn. In totaal hebben ongeveer 120.000 mensen vastgezeten, van wie ruim 60 % Amerikaans staatsburger was.
We rijden door een groot Indianen reservaat, nu met casino's, ook veilig ver weg van de sappige valleien aan de andere kant van de bergen.
Een klein stukje door Nevada, de benzine prijzen kelderen ineens met 2$ ten opzichte van onze pomp onderweg en dan door de bergen naar Lake Tahoe. Het grootste bergmeer van de US op 1900 meter hoogte. Onze eerste stop is South Tahoe City, wat een desillusie, tenminste als je niet van casino's, veel auto's, overdadig eten en winkelen houdt. Het meer valt er helemaal bij in het niet. Er is een interessante kabelbaan, maar het weer is aan het omslaan en bewolking en windstoten maken dat geen aantrekkelijke optie. We hebben het snel bekeken en gaan naar de camping bij het Fallen Leaf Lake, waar we een beschutte plek vinden tussen hoge bomen. Die nacht stormt het al behoorlijk tussen de bomen, maar de echte storm komt de volgende dag pas. 
Voor het losbarst maken we een hele mooie wandeling naar Eagle Lake, niet erg lang maar wel lekker klimmen. Het wordt snel donker en voor we in North Tahoe City zijn giet het van de regen en stormt het echt. Dit stadje is veel kleinschaliger en ligt erg mooi aan het meer. We zoeken een leuke lunchplek met uitzicht op het meer, de regen verandert in sneeuw en de vooruitzichten voor de nacht zijn niet best. Dat wordt een hotelletje ;-) Het meer ziet er mooi uit, overal witte kopjes op het water, maar het weer werkt niet mee voor een strandwandeling. Lekker lezen en niets doen.
In 1960 waren in de Squaw Valley, net buiten Lake Tahoe, de Olympische spelen, wat was het toen nog kleinschalig! We rijden door het Olympisch dorp op weg naar onze volgende wandeling: de Granite Chief. We klimmen gestaag naar boven en daar ligt verse sneeuw! 
De temperatuur is vandaag overigens heel aangenaam en de sneeuw zal nog geen blijvertje zijn. We zien wel de bordjes “Einde Ski Piste” dus ze verwachten meer voor de winter.
Het weer is van slag, dus we gaan richting wijn & zon in de Napa en Sonoma vallei. Onderweg passeren we Folsom, en luisteren naar Johnny Cash' beroemde concert in de Folsom gevangenis uit 1968, 'jeugdsentiment', nou ja, uit onze kindertijd dan.

Wijnproeven in de vallei is een prijzige aangelegenheid, de flessen zelf niet minder. We herkennen vrijwel geen namen, dus kiezen op goed geluk iets uit. De opslagcapaciteit in de tent en aan boord is minimaal, dus we genieten vooral van de wijngaarden en het mooie heuvelachtige landschap. Onze camping (zeer schaars goed hier) ligt tegen de Sugarloaf Ridge aan. De eerste avond zien we voor de tent: wilde kalkoenen, een havik, herten, eekhoorns, talloze vogels, vleermuizen, een uil en de maan. 
We kijken uit op de Red Mountain, die in de ondergaande zon zijn naam eer aan doet. De Sugarloaf Ridge lag in de vuurzee die twee jaar geleden het gebied teisterde en waarbij heel veel bewoners hun huizen verloren hebben. Op de camping ziet het er tamelijk groen uit, maar als we de volgende dag het Bald Mountain pad lopen zien we zwartgeblakerde bomen, gelukkig leven sommigen nog. De kale berg heeft weinig schaduw en het is erg warm in vergelijking met de voorgaande wandelingen, dus het stijgen gaat nog steeds langzaam. De klapper van de wandeling is een ratelslang, Roel ziet hem uit zijn oude huid kruipen. Hij is halverwege en het lijkt erop dat de huid eerst losraakt bij zijn kop en dan langzaam binnenstebuiten van zijn lijf afrolt terwijl de slang eruit glijdt. 
De slang is duidelijk niet erg blij met onze belangstelling dus we houden afstand om hem niet op te jagen, maar we kunnen het niet laten om toch te blijven kijken, het is fascinerend. Als uiteindelijk de klus geklaard is schuifelt de slang weg tussen de stenen en de struikjes. We nemen de huid mee voor het bezoekerscentrum van de camping, maar eerst even zelf goed kijken! Ieder schubje is nog te zien in de huid en ook de buitenste laag van het oog lijkt te vervellen, in de huid is het aaneengesloten. Wat een prachtig mechanisme, en om het zo in de natuur mee te maken een buitenkans. We horen dat er erg veel ratelslangen zijn in Californië, dus dat is niet zo bijzonder, maar om het vervellen zelf te zien blijkt heel weinig voor te komen. Een geluksdagje dus.
Lokale wandelaars nodigen ons spontaan uit om te komen eten, en we hebben een erg leuke avond met hen, wat een gastvrijheid. Ze raden ons de North Sonoma Mountain aan voor een laatste wandeling. De weg erheen gaat langs wijngaarden en met mooie vergezichten over de omgeving. In het bos vinden we een groep Coastal Redwoods in een een oud gedeelte, erg mooi. We hadden hier graag nog meer gelopen, maar Tara roept, of eigenlijk de autoverhuurder die de auto terug wil.

Wat een leuke auto trip, zoveel verschillende gebieden en we hebben er zó veel overgeslagen, dat biedt perspectieven...






















1 opmerking:

  1. Wat een prachtige trips hebben jullie al weer gemaakt. We weten dat zeilen ook heel fijn kan zijn, maar wat wij nu lezen op het blog tart ons voorstellingsvermogen. Als jullie weer in NL zijn komt er vast weer een gelegenheid om samen te wandelen. Echter zoiets is in NL niet te vinden. Veel plezier nog daar en tot gauw. Groetjes

    BeantwoordenVerwijderen