vrijdag 19 oktober 2018

Elfin Cove - september


In Alaska lijkt er een september deadline te zijn voor bezoekers. Tot 15 september is alles in bedrijf, daarna worden restaurants, giftshops, rondvaart boten, informatie centra, lodges en guesthouses ingepakt en afgesloten. Het personeel vertrekt naar andere – meestal warmere – plekken. “Outside” als het buiten Alaska is, naar de “Lower 48” de andere staten van de USA, maar ook veel naar andere landen. Ruim na 15 september, dus in Elfin Cove is bijna alles verlaten als we er gaan verkennen.

Elfin Cove was en is een vissersdorpje, alleen is de focus verschoven van full time vissers naar sportvissers. Er zijn grote vis lodges gebouwd en die business floreert. In de zomermaanden is er een watervliegtuig dienstregeling die drie keer per dag van Juneau naar Elfin Cove vliegt met toeristen, op drukke dagen zijn er extra vluchten.
Wij liggen aan de pier waar ook het ''vliegveld'' is: de baai met een ponton aan de kopse kant van de steiger. In de wintertijd zijn er – als je geluk hebt – 2 vliegtuigen per week. We liggen drie dagen in Elfin Cove en er wordt een vliegtuig verwacht, maar wij zien er niet één. Eerst is het mistig in Juneau, dan is er slecht zicht in Elfin Cove, dan staat er te veel wind. 's Winters gaat alles bij het weer. Wacht even winter? Het is toch nog maar september? Herfst en voorjaar bestaan hier nauwelijks. Zomer temperaturen gaan binnen een paar dagen om in winter en noordelijker in sneeuw. In Oost Alaska in regen of sneeuw, afhankelijk van de windrichting. Wij treffen regen, veel regen!
Het dorpje is gebouwd op een kleine landtong en ligt beschut achter een paar eilandjes en tussen bergen. Met hoog water kan je om het dorpje heen varen en kom je in een veilige binnenhaven. 
Wij liggen in de buitenhaven, met weinig wind een prima plek én uitzicht op de bergen van Glacier Bay. We zijn aangeland in regenwoud en het dorp is daarop ingericht. De straten zijn boardwalks met veel anti slip en de huizen staan op palen. We lopen de boardwalks onder mossige bomen tot we niet verder kunnen door een landslide. Het pad is bedolven onder een grote berg aarde en bomen. Het zou me niet verbazen als ze het in het voorjaar pas opruimen. We zien stoere huizen, rookhuisjes voor de vis, lodges met snelle alu boten, tuinkaboutertjes maar geen mensen.

In de binnenhaven is wat leven en we maken we een praatje met Bill, Cathy en Matt die hun visboot klaarmaken voor de laatste heilbot-tocht van het jaar. Ze hebben nog duizend pound te gaan in hun quota en op 10 oktober sluit het seizoen. 8 grote tonnen met lange lijnen en haken met gezouten vis staan klaar om uitgezet te worden. 
Ze hebben geen haast vandaag want ze moeten wachten op een observer van het Ministerie van Fish en Game voor ze uit kunnen varen. Iedere tocht moet aangemeld worden en steekproef-gewijs worden er observers meegestuurd die de vispraktijk controleren. Matt is echt verbaasd dat we komen kletsen, meestal lopen toeristen met een boog om de vissers heen. Hij haalt als bedankje zelfs twee potten ingemaakte zalm voor ons.
We vragen of ze wat komen drinken aan het eind van de middag, want wij hebben wel plezier in hun verhalen. Ze komen. We eten “Tara” huisgerookte zalm en drinken een glaasje of wat. Mijn bosbessen likeur uit Kitoi Bay is gerijpt en smaakt uitstekend. Met de glaasjes komen ook de verhalen. Over het vissen in Elfin Cove en de prijzen van de visvergunningen. Voor iedere vissoort moet je een aparte vergunning hebben, de bedragen die ze noemen om er nu een aan te schaffen zijn enorm. Bill komt hier vandaan en heeft nog visvergunningen uit de tijd dat ze bijna niets kosten, die zijn nu veel geld waard. In het seizoen vissen ze zalm, krabben en heilbot. Zalm maken ze in om 's winters te eten, aangevuld met zelf geschoten hert.
De ogen beginnen te glimmen als het hert ter sprake komt, het verhaal van de drie herten met 1 kogel wordt met smaak verteld. Bill en Matt gingen jagen op een eilandje in de buurt. Mat kan goed jagen en schiet een hert met één zuiver schot. Als ze gaan kijken blijkt dat er nog een hert achter stond en de kogel is dwars door beide dieren gegaan. Twee herten met één kogel dat is echt geluk hebben. Ze brengen de herten naar de boot en gaan verder. Achter een rots stuiten ze op een “3 point bull” (mannetje van 2 of 3 jaar) die ligt te rusten. Ze zijn alle drie verrast. Voor het hert op kan staan is Matt er bovenop gesprongen er volgt een worsteling, Matt voorkomt met een beenklem dat het hert op kan staan en met zijn mes snijdt hij de hals slagader door. Maar voor zo'n dier opgeeft! Uiteindelijk is Matt de sterkste. De ervaring heeft veel indruk op hem gemaakt, Bill zegt dat hij nog uren daarna stil was. Ook nu in het vertellen voel ik de emotie in het verhaal, de worsteling, het bloed, de kracht die het vraagt, de angst dat de kansen keren, de overwinning. Jagen is hier doodgewoon, je doet het om in de winter je voorraadkast en vriezer vol te hebben. Voor ons, supermarkt AH types die nog nooit een geweer in handen hebben gehad, zijn het stoere verhalen uit een andere wereld.
Cathy is Iñupiat (Eskimo) uit Point Hope, in het Noorden aan de Bering zee. Haar vader was Umialik, kapitein van zijn umiak, een open boot gemaakt van walrushuid voor de walvisvangst. Zij vertelt over de walvisvangst in het late voorjaar en hoe belangrijk die was (en is) voor haar dorp. Hoe gevaarlijk de vangst is in de kleine bootjes van minder dan 6 meter en hoeveel aanzien de kapitein van de boot heeft die als eerste de walvis weet te raken met spies en drijver. Alle boten helpen daarna het dier te vangen en naar het landijs te brengen. Het hele dorp loopt uit, scholen gaan dicht en iedereen helpt mee het spek en vlees naar het dorp te krijgen. Daar wordt het in kelders, uitgehakt in het ijzige perma frost, bewaard tot de komende winter. Zonder walvis geen eten.
In Alaska mogen de oorspronkelijke bewoners nog jagen op de traditionele manier, al zijn de boten van huiden vervangen door alu boten met buitenboordmotor. Ieder dorp krijgt een quota aan walvis en walrus wat gevangen mag worden. Je moet de dieren opeten die je vangt en mag het vlees niet uitvoeren of verkopen, maar wel ruilen. Zo zijn er afspraken over netten voor de zalmvisserij, ottervangst voor kleding en nog veel meer. Ik vertel Cathy dat ik niet uit Alaska weg ga voor ik een keer muktuk gegeten heb (walvis spek). Ze begint te lachen, “dat heb ik in de vriezer, dus morgen krijg je muktuk”. We krijgen een proeverijtje van rauwe muktuk en gekookte stukjes. Ze smaken eerder naar vlees dan vis, vooral de gekookte stukjes zijn erg smakelijk. Het is duidelijk hoe voedzaam het is.
We zien ze nog een paar keer de dagen erna, geen vliegtuig is ook geen observer. Het is leuk om met ze op te trekken. Uiteindelijk mogen ze uitvaren zonder, want de tijd tikt door en het aas gaat achteruit.

In het dorp is een winkeltje, wat een paar uur open is, een postkantoor wat ook een paar uur open is, en zo ontmoeten we Jenny, haar man en zoontje. Ze zijn deze zomer begonnen hier.  Jenny handelt de vliegtuigen af, haar man zorgt voor de dieselpomp en elektriciteit generator. In de winter doen ze ook de winkel en het postkantoor erbij. Zomers' keihard werken en nu wordt het erg stil. Jenny is personal trainer en doet iedere morgen een workout voor zichzelf, ik doe twee ochtenden mee, heerlijk. Ik vind ze moedig stel om zo afgelegen te wonen en werken.
Dat is misschien wel het voordeel als je hier buiten het seizoen komt, iedereen heeft tijd en wij vallen op, de contacten zijn zo gelegd. Al zijn we er maar een paar dagen geweest we varen Elfin Cove uit met een wam gevoel, het was fijn hier!











Geen opmerkingen:

Een reactie posten