woensdag 19 september 2012

2-18 september Noord Portugal


Is Nederland anders dan België? Of dan Duitsland? En merk je dat gelijk als je de grens overgaat? Ik herinner me nog de teleurstelling van mijn eerste keer naar het “buitenland”. Mijn vader reed de grens over met België en er gebeurde niets, alles was hetzelfde.
De overgang van Spanje naar Portugal aan de Atlantische kust is anders. De hoge rotsachtige kust van Spanje gaat bij de grensrivier de Guardia over in duinlandschap met eindeloze stranden en pas in het achterland hogere gedeeltes.
zonsondergang over de Douro in Porto
Zo afwisselend als het zeilen in Galicië was, zo saai is de Noord Portugese kust. Alsmaar Zuid, vrijwel geen ondieptes of rotsen en ook geen bevaarbare rivieren. We liggen dus in jachthavens, vaak gecombineerd met aanvoerhavens waar de grote schepen binnenlopen. Het strand steeds vlakbij dat wel, maar met een water temperatuur van net 16 graden niet echt lekker om te zwemmen. De warme golfstroom komt hier kennelijk niet meer langs.

Zouden de bewoners dan wel op de Spanjaarden lijken? Ook niet. De Spanjaarden waren zeker niet onvriendelijk, maar wel gereserveerd. De Portugezen zijn uitgesproken vriendelijk en nieuwsgierig. Ze spreken ons aan, bieden hulp, zoeken dingen voor ons op etc. Bijna iedereen spreekt wel wat Engels, Duits, Frans of Spaans, en sommigen zelfs heel goed. Sommige oudere Portugezen die we spreken hebben in Nederland of Duitsland gewerkt. Gelukkig maar, want ik versta van het Portugees geen klap. Zij verstaan mijn Spaans wel en als ik Portugees lees gaat het ook redelijk goed. Samen komen we steeds een heel eind.
Heerlijk eten, afgekeken van de buren

Het eten is ook heel anders. In Galicië had je rustig 10 restaurants op rij met exact dezelfde kaart, en op dezelfde manier klaargemaakt. Hier hebben we weer een kaart waar we op kunnen puzzelen en uitproberen. Vaak kijken we wat de buren eten en wat er goed uitziet. Soms gaat ook dat mis: in een restaurant aanbevolen door de Lonely Planet reisgids zitten alleen mede-toeristen te stuntelen net als wij. Niets af te kijken dus. We krijgen een bordje vleeshompjes vol met botjes ipv de entrecote die we voor ons zagen. Aan het eind van de avond komen er Portugezen en ik vraag de buren wat ze eten, zodat we de volgende keer zelf kunnen bestellen. Daar willen ze niets van weten, er wordt een bord aangerukt en opgeschept zodat we kunnen proeven: heerlijk! Als ze vragen of we ook hun wijn willen delen gaat dat wat ver. Voor ons dan, misschien voor hen weer niet, maar we slaan het toch af.
Van harte gefeliciteerd!
In de haven worden we uitgenodigd op een verjaardagsfeestje van een van de vissersbootjes. Er zitten wel 10 man op met taart, “champagne” en koffie met zelfgebrouwen grappa toe. 
Ik mag dat laatste overslaan maar Roel, als man, natuurlijk niet. Het is leuk om met ze te praten (Engels) over werk, leven, opgroeiende kinderen enz. Het valt me op dat veel van de kinderen in het buitenland wonen en werken, of geëmigreerd zijn. Ook hier sommigen die na hun studie geen werk hebben. Portugezen zijn erg internationaal georiënteerd. Daarnaast zijn ze heel geïnteresseerd in hoe wij reizen en wat we gaan doen. Als we de haven uitgaan de volgende dag, liggen ze buiten te vissen en worden we uitgezwaaid alsof we vrienden zijn.
De Portugezen zijn vol of over Nederland: vriendelijk, zo goed als wij dingen regelen, hard kunnen werken en sparen. Wat is het verschil? In Portugal zijn we te flexibel zeggen ze, we nemen het niet zo nauw. Net zoals in Ierland ook hier weinig vertrouwen in de politiek.
miljarden liters in de opslag van de port huizen

De kust mag saai zijn, het binnenland biedt genoeg om te compenseren. 2 dagen brengen we door in Porto met, dat spreekt voor zich, Port proeven. Roel doorziet de marketing strategieën onmiddellijk, dus we houden ons in wat kopen betreft. Maar wel toeristje spelen met een boottochtje op de Douro, een 'port met fado' avond en een lunch in een van de nauwe straatjes in de Ribeira wijk aan de rivier. 

Voor mij is het hoogtepunt van Porto de rondleiding door het Casa da Musica, ontworpen door onze landgenoot Rem Koolhaas. Het gebouw moest de stad inspireren als het Gugenheim in Bilbao of de Erasmusbrug in Rotterdam en geopend worden in het jaar dat Porto culturele hoofdstad van Europa was. Het werd maar 4 jaar te laat opgeleverd. Er was helaas geen concert deze week, dat was een mooie aanvulling geweest. 

Casa da Musica, centrale hal

Het ziet er van buiten uit uit als een groot, hoekig wit rotsblok wat uit de lucht is komen vallen. Dat wordt versterkt door een golvende stenen vlakte van geel travertin om het gebouw heen. De verrassing zit van binnen: prachtige ruimtes, waarbij de muren heel strak zijn gecombineerd met golvende glazen wanden en decoraties. De grote zaal is het mooiste is, zoals dat hoort. De wanden zijn van gelakt hout met golvende banen goud en prachtig meubilair. Spectaculair zijn de golvende glazen wanden aan de voor en achterzijde van zaal, waardoor je vanuit de zaal over het orkest heen de stad inkijkt. Een grappig detail vind ik de twee orgels die er hangen. Een Barok orgel en één uit de Romantische tijd: ze zien er prachtig uit, maar ze zijn leeg. Het geld was op aan het eind van de bouwperiode (lees: het budget was ver overschreden, dat komt dus ook in Portugal voor) maar de orgels waren essentieel voor Koolhaas en de akoestiek. Wie niet sterk is moet slim zijn, de orgels wachten nu alleen nog op een gulle gever voor de echte orgelpijpen.
Nog zo'n detail: in het oude Casa da Musica was een oppaskamer zodat ouders met kinderen toch naar het concert konden. In dit ontwerp grenst de kinderkamer aan de grote zaal. Weer met zo'n golvende glaswand, een paarse snoezel-inrichting met sterrenhemel, veel kussens en de kleintjes kunnen via boxen vast meegenieten van de muziek.

Universiteitsplein, met uitzicht op de rivier. Rrechts de bibliotheek

Vanuit Figuiera da Foz gaan we twee dagen naar Coimbra. Gesticht door de Romeinen, lange tijd in handen van de Moren, hoofdstad van Portugal in de 12e en 13e eeuw. Met één van de oudste Europese universiteiten opgericht in 1290. We bezoeken de oude universiteitsgebouwen met als hoogtepunt de Bibliotheca Joanina. Wat een prachtige zaal, met metersdikke muren voor een gelijkmatige temperatuur en een ongelofelijk mooie inrichting. Houtsnijwerk, bladgoud, prachtige tafels en boekenkasten vól tot het plafond. De studenten aan de oude universiteit houden hun Mores (regels) in ere. Ze wonen in republica's (studentenhuizen) en we zien ze rondlopen in hun zwarte pakken (of rokjes) met lange zwarte capes. Van deze tijd is dat je op de capes allerlei insignes naait van waar je mee bezig bent, welke richting je studeert etc. En dat met deze temperaturen......

's Avonds gaan we naar een Fado voorstelling in een kleine oude Capella. Het is een sfeervol concert, met 3 muzikanten en een mannelijke zanger. Fado hoort bij Lissabon en Zuid Portugal. Coimbra is het meest Noordelijk waar Fado gezongen wordt, hier bijna altijd door mannen. Als de zanger een lied zingt over vrienden (dat was géén Fado, maar wat het verschil is?), zingen de Portugezen om ons heen zachtjes het refrein mee. Ik krijg er kippenvel van zo mooi is het. Ik zoek het op bij You Tube zodat jullie kunnen meegenieten. Trás outro amigo tambem (Neemt ook andere vriend mee). Zeca Afonso schreef allerlei protestliederen aan het eind van het Salazar regime, dus wellicht heeft dit lied ook een diepere betekenis, dan ik in eerste instantie uit de tekst haal.

Afgelopen weekend in Frankrijk een reünie van ons bestuur uit 77/78 van de studentenvereniging SSR-Rotterdam. Echt gezellig om even met oude vrienden in het “Nederlandse” te zijn.
En nu zijn we in Lissabon tot eind september. Genoeg te zien en te doen, maar daarover later.

Hartelijke groeten ook van Roel, Jacomine











zondag 2 september 2012

28 augustus-1 september Combarro,Baiona: laatste stukje Spanje

Op de Ria Pontevedra ankeren we net buiten Combarro, een oud vissersplaatsje achterin de riviermonding. Het weer is prachtig en we genieten erg van het buitenleven. Omdat we zover westelijk zijn en Spanje zich aan de Europese tijd houdt, is de zon pas op haar hoogste punt om half drie 's middag. Ook ons leven past zich daaraan aan. Wij staan wat later op, vanaf 2 uur houden we ons rustig en om 5 uur begint het leven weer. En 's Avonds eten we rond 9 uur zonder dat we daar moeite voor hoeven doen.
schelpenvisser bij Combarro, Ria Pontevedra

Omdat we in ondiep water liggen, zoals bij Muros, zijn er 's morgens weer veel vissers in de weer. Het dringt nu pas tot mij door dat wat wij aanzien voor vissers eigenlijk schelpenzoekers zijn. Er lopen er wel 150 op de net ondergelopen slikken achter de boot. Ik ben erg benieuwd wat ze vangen en we varen er met de bijboot naar toe. De visservrouw vindt het leuk dat we even langskomen. Ze gaat met een grote hark met een mandje eraan vast door de bodem, haalt dat op en sorteert de goede schelpen: veel kokkels (berberechos) en half zoveel platschelpen (almeida's) en de mossels gaan terug de zee in. Ik vraag of het zwaar werk is? "Dat is het zeker" zegt ze, "vooral voor je onderrug om de hark met mand omhoog uit het water te tillen" en toont haar respectabele spierballen. Er wordt alleen op schelpen gevist bij laag water en als het licht is, dus zo'n drie uur per dag en ze vissen het hele jaar door. Of we de schelpen kunnen kopen? Nee, zij vist voor een handelaar aan de overkant van de baai. Jammer! 's Avonds eten we toch spagetti met Almeida's en voor ons zijn het de schelpen van de vissersvrouw.
Lekker lezen op het droge

Het is net feest geweest in Combarro. Eigenlijk is het overal feest waar we maar komen: wijnfeest, heiligenfeest, vissersfeest en in Combarro vieren ze dat ze 40 jaar geleden aangewezen zijn als historische binnenstad??? Het gaat dus minder om wat je viert, als je maar iets viert. Als er feest is wordt er de hele dag vuurwerk afgeschoten met grote knallen. Zo ook vorige week in Combado, waar een kleiner feest was, het wijnfeest was het hoogtepunt eerder deze zomer. Ze maken hier de Albarino wijn. Onze voorraad is aardig geslonken dus wij vullen aan. Van het toeristenbureau hebben we een lijstje van prijswinnaars van de wijnfeesten van de afgelopen jaren gekregen. Aan verkopers geen gebrek. Eentje lijkt een aardige bodega, dus we laten ons verleiden. Roel merkt al gauw op dat het een gladde verkoper is en we gaan dan ook met een paar mooie (en te dure?) doosjes naar huis. Onderweg zeggen we tegen elkaar dat wij, als wijnstadje, ook een wijnfeest zouden organiseren. Iedereen in de bodega kocht de prijswinnaars. Ik kijk nog eens naar mijn lijstje en zie dat er ieder jaar andere wijnhuizen prijswinnaars zijn. Dat is ook eerlijk verdeeld. Ach, wij hebben de Spaanse economie weer een beetje gespekt.
Binnenmeertje op het eiland Cies

Mijn Spaans begint weer een beetje bij te trekken en eenvoudige gesprekjes lukken aardig. Maar ik wil zo graag weten hoe de Spanjaarden nu de crisis beleven en daar is mijn Spaans bij lange na niet voldoende voor. Om ons heen zien we veel mensen buiten de deur eten en drinken. In de plaatsjes zien de huizen er goed uit, maar de krant schrijft toch wel sombere stukken.
Ik raak in gesprek met de jonge vrouw van toeristen bureau in Combarro. Ik schat haar dezelfde leeftijd als Jeroen en Anouk, zo rond de 25. Het is vroeg en nog erg stil dus beste even tijd om te praten. Zij vertelt dat 54% van de jongeren in Galicia werkloos is. Veel van haar vrienden zijn naar de grote steden of het buitenland vertrokken om daar werk te zoeken. In Galicia zelf is het bijna onmogelijk om werk te vinden en zij heeft erg geluk gehad met haar baantje. Ze heeft een universitaire studie achter de rug, evenals veel van haar vrienden zonder werk. Jonge mensen stagneren in hun leven, trouwen niet, kunnen geen huis betalen. Maar het ergste vindt ze dat de jongere kinderen ontmoedigt raken en niet eens aan een opleiding of studie willen beginnen. En zo beïnvloedt het ook de generatie na ons, zegt ze. Spanje kent geen bijstand. Volhouden en hopen op betere tijden, dat lijkt het devies te zijn.
Aan het eind van het gesprek geef ik haar een welgemeend compliment voor haar Engels, ze krijgt er een kleur van en daarna gaan we over naar haar werkterrein: de informatie.
Prachtig strand bij het eiland Cies

Na Combarro varen we door een luilekker land voor boten. Het is zo mooi: prachtige ankerplekjes, lekker weer, heerlijk zwemwater, alles op een uurtje varen. Het toppunt is het eiland Cies  voorin de Ria de Vigo. Strand, heuvels, bomen, een zout binnenmeertje waar je bij hoog water allerlei vissen kunt zien en aan de buitenkant de rotsen en de woeste branding van de Altantisch oceaan. Echt geweldig. Ook voor mij, want er is een verhard pad over een mooi stuk eiland wat ik goed kan lopen: het eerste wandelingetje is een feit. Ook even zwemmen gaat goed. 's Avonds gooit een noordoost 5-6 pal op de ankerplek roet in het eten en we vertrekken alsnog naar Baiona.
Tegeltableau van de route van de Pinta en de Nina

In Baiona is in 1493 de Pinta aangelandt terug van de ontdekking van Amerika. Drie dagen eerder dan Columbus zelf, die in Lisabon aankwam, want de schepen hadden door storm verschillende routes. Ook dat wordt natuurlijk ieder jaar feestelijk gevierd. Wij zijn er met het "eind van de zomer feest". Ik haal een briefje onder een ruitenwisser vandaan: feest met paella, spare ribs en de Los de Barro band. Het toeristen bureau kan niet instaan voor de kwaliteit maar wil wel aanstrepen waar het is. Een kroegje aan een pleintje net buiten het centrum. Ik druf te wedden dat wij de enigen zijn die geen Spaans spreken. De sfeer op het plein is geweldig leuk, de paella wordt ter plekke klaargemaakt (ook erg leerzaam) en de wijn is vast Albarino. Het smaakt allemaal prima.
Paella maken in het groot op plein van Los Condos

De band heeft het erg naar de zin - met hulp van bier en wiet- en het publiek idem. Het gitaarspel is fantastisch, het klappen ook, de zanger bakt er niet veel van, maar weet het publiek heel goed te bespelen. Hij krijgt veel hulp, zelfs van zijn eigen moeder. We horen bekende en onbekende nummers, maar met alle teksten in het Spaans. Aan het eind van de avond komen de Spaanse "Marco Borsato" nummers en "Como yo te amo" (zoals ik van je houd) heeft een voorspelbaar refrein, wat zelfs voor ons te doen is. Het gaat door tot de Guardia Civil een eind komt maken aan het feest, nou ja ze willen nog wel een rondje lopen voor het laatste nummer. Iedereen gaat uit z'n dak. We hebben een super leuke avond.
De band "los del Barro"

Op de terugweg zien we waar alle toeristen gebleven zijn: op het gemeente plein is een podium met folklore dans en zit iedereen keurig op rijtjes stoelen netjes te klappen. Vast een activiteit met het gegarandeerde kwaliteitsniveau van het toeristen bureau.

De andere kant:
Tijdens de feest avond heb ik ook rondgekeken en gezien dat er veel flats te koop of te huur staan, dat er mensen naar het feest komen die niets eten of drinken de hele avond maar wel genieten van de sfeer en muziek......

De volgende ochtend gaan we nog even neuzen op de Pinta. Wat een klein schip! En die arme 26 bemanningsleden die buiten op het dek moesten leven en slapen, want onder het afdakje was voor de kapitein, de navigator en de matroos aan het roer. Slecht weer? Dan geen eten van het houtgestookte fornuis. Wat een enorme prestatie om met zo weinig hulpmiddelen zo'n reis te maken en niet te weten waar je heen zeilt. De mannen die terugkwamen waren helemaal door het dolle heen toen ze weer aan land kwamen en de bevolking net zo. De aankomst was dus grandioos.
"Land Ahoy" eindelijk!

We gooien los en varen bij gebrek aan wind op de motor richting Portugal. Het gebied van de Spaanse Ria's is een geweldig vaargebied, we hebben er van genoten. Het weer is allengs ook warmer geworden, het thermo-ondergoed ligt al ver achter in de kast. Wat zal Portugal ons brengen?
Jacomine

woensdag 29 augustus 2012

19-27 augustus Muros-Portosin-Ria Arosa

We blijven net zolang in Muros liggen tot de buiskap geschilderd is: bijna een week. Het ziet er nu nét echt uit. Behalve als je er met je neus bovenopgaat zitten, dan zie je dat we geen profs zijn. Wij zijn er dik tevreden mee.
Het weer monteren van de zonnepanelen

Ik heb helaas mijn enkel zwaar gekneusd tijdens een wandeling en mag van de arts 10 tot 15 dagen weinig tot niet lopen en alleen met krukken. Ik denk nog dat ik het verkeerd versta en vraag 5? Hij slaat zijn ogen ten hemel en schrijft het dan allemaal uit: 10 tot 15 dagen! En nog een hele rij andere geboden. Op de boot gaat het goed, want daar hoef ik bijna niet te lopen en met de boordbibliotheek kom ik niets tekort. Op de wal gaat dus niet, en ook niet zwemmen! De vierde dag roeit Roel mij naar de kant om uitgelaten te worden. Op de terugweg duwt hij af van het strand en moet dan in de boot springen, maar het gaat net niet goed en hij valt achterover in het water. Ik kan het niet helpen: toch nog iets om te lachen.
Regenachtige dag: babi ketjap in de wekpotten

Na het schilderwerk zeilen we naar Portosin aan de andere kant van de ria. Vier jaar geleden zaten we hier ook. Ik had toen gefietst vanuit Rotterdam naar Santiago de Compostella en Roel had de laatste 500 km meegefietst. Achteraf denk ik wel eens dat die fietstocht een soort generale repetitie was voor de tocht die we nu aan het doen zijn. Kan ik zoveel loslaten, kan ik de onverwachte dingen aan die ik onderweg tegenkom? Durven we het aan, ook om het samen te doen? Onder het fietsen hebben we ervaren dat je met zó weinig gelukkig kan zijn, dat de dingen die je vreest meestal niet gebeuren. Dat er mensen zijn die je helpen. Dat het prachtig is, zowel de natuur als de ontmoetingen.
Ik kijk door de tijd naar die twee mensen op het zonovergoten strand die hardop dromen van een lange zeilreis: "De kinderen zijn al zover, misschien over een jaar of 4? Dan staan ze op eigen benen. Zullen we het uitzoeken? En áls we dan gaan, dan gaan we hiernaar toe, naar dit plekje vlak bij Finisterre." Het leek toen letterlijk het eind van de wereld, zover weg. En nu liggen we hier!
Het is een bijzonder gevoel, alsof we al iets bereikt hebben. Een mijlpaaltje.

Wat we niet verwacht hadden maar steeds op ons pad komt, zijn de spontane onmoetingen die we hebben met de zeilers om ons heen. Op een avond in Muros krijgen we een mailtje van een onbekend Nederlands echtpaar of we een borreltje komen drinken in de haven??? Hoe komen zij aan ons emailadres? Het zijn de organisatoren van de vertrekkersbijeenkomst, die ons via de bootnaam opgezocht hebben. Dat is tot nu toe de meest bijzondere manier om in contact te komen. Meestal gaat het door een praatje op de kant of gewoon langsvaren. Sinds de buren spontaan langskwamen in Corme, doen we het zelf ook vaak. Even kletsen in het Nederlands of Engels, soms samen wat doen. De wereld is klein als we opeens met een oud bestuurslid van SSR-R aan tafel blijken te zitten, waar we zelf in het bestuur zaten in '77-'78. We praten over de verbouwing van de societeit en de oudledenvereniging. Alsof we in Rotterdam zijn!
Vuurtoren onderweg van Ria Muros naar Ria Arosa

Als we in Portosin klaar maken om weg te gaan, komen de buren een maaltje Chincho's (kleine makreeltjes, 20 cm lang) brengen, die zij weer van een visser gehad hebben. Zij krijgen van ons de inlogcode voor het internet en we wisselen bootgegevens uit. Straks hopen we natuurlijk weer de mensen tegen te komen, die we eerder al ontmoet hebben.
Er varen veel Nederlandse en Engelse schepen in de omgeving hier. De meesten op weg naar het zuiden voor een rondje Atlantisch of de Middelandse Zee. Nog geen zeilers die ook Gambia of Brazilië op hun lijstje hebben staan. Maar die komen vast ook nog wel. Al zijn de contacten tot nu korter dan wanneer je ergens woont, toch voelt het als vrienden onderweg.

Dat is de andere kant van het op weg zijn: We missen onze familie, vriendinnen en vrienden. En ook werk en collega's. Nu het schooljaar weer begint, zou ik wel even om een hoekje willen kijken hoe het met iedereen gaat. Roel mist vooral zijn collega's, het werk minder. Hij heeft geprobeerd mij te managen, maar dat heeft hij opgegeven (gelukkig maar, dat is hoopvol voor het vervolg van de reis). Wel hebben we alle twee weer behoefte aan een ritme.
We experimenteren met Skype en Spaanse pre-paids en zijn blij met de mail die we krijgen. We verheugen ons op de reunie met ons oud-SSR bestuur half september en het bezoek van mijn zus en zwager in Lissabon. We zitten duidelijk in een overgangsfase van vakantie naar leven.
Mosselboot met bijpassende autobanden

Ik ben erg bezig met Nederland. De afgelopen week las ik, door toeval, achter elkaar: "Henk, Ingrid en Alexander", gesprekken van Alexander Pechtold met PVV kiezers over hun beweegredenen; "Mijn land" van Geert Mak, een essay over de moderne geschiedenis van Nederland en "Afri" een kroniek van 3 families (Nederlands, Turks en Marrokaans) die in de Afrikaanderwijk wonen in Rotterdam door Jutta Chorus. Begin 1900, toen de Afrikaanderwijk gebouwd werd, was het een zeer arme wijk waar gezinnen (vaak uit Zeeland en Brabant) onder erbarmelijke omstandigehden woonden. Nog steeds is het een wijk waar veel mensen wonen die het niet makkelijk hebben.
Alle drie de boeken zijn erg interessant. Ze hebben veel gemeen en de ontwikkelingen van de laatste jaren staan natuurlijk centraal. Voor mij was opvallend hoe weinig ik wist van de landelijke feiten en hoe vaak het toch de incidenten zijn, die zorgen voor beeldvorming. Dat wij 35 jaar in Rotterdam woonden (en werkten) geeft misschien wel een iets genuanceerder beeld dan mensen die buiten de Randstad wonen. Als ik uitspraken lees, met angst als ondertoon, over "de allochtonen", denk ik aan mijn collega's. Hoe zij betrokken zijn bij hun werk en bij Rotterdam en net zo voor hun gezinnen zorgen als wij. Afri is een schrijnend verhaal van onvermogen en uitzichtloosheid, van mensen, maar ook van bestuurders en maatschappij. Gelukkig gaat dit boek over een klein gedeelte van alle mensen in Nederland en zijn er ook krachtige mensen in beschreven die verder komen in het leven. Ik denk aan de komende verkiezingen en dat onze stemkaarten ditmaal ongebruikt blijven.....loslaten dus.
Zonsondergang bij ankerplek O Grove, Ria Arosa

Tijd om te varen! Van Portosin naar Ria Arosa, is een van de mooiste tochten die we ooit gevaren hebben. Vlak langs de rotsen, heerlijk zeilweer, op alleen de genua. Soms varen we maar 2 knopen (4km/u), maar dat kan, we hebben geen haast. De onderlinge afstanden tussen de Ria's zijn niet groot, dus het is erg relaxed. Omdat het zulk rustig weer is varen we tussen de rotseilandjes door, soms met maar een paar meter water onder de kiel. We oefenen zo in het precies navigeren.
Het landschap verandert spectaculair in de 20 mijl die we varen. De Spaanse kust tot nu toe was rotsig, onherbergzaam en hoog. De ria's hadden kleine visserhaventjes. Nu zien we de hoogte van de bergen afnemen en wijken naar een lieflijker landschap, met glooiende heuvels naar het water toe en strandjes ertussen. Als we op de Arosa komen, zien we stadjes met een veel welvarender uitstraling. Opvallend hier zijn de motorjachten, de rondvaartboten, de waterscooters. Het is een grote riviermonding met tal van baaitjes, stadjes en ankerplekjes. Deze ria is bezaaid met grote drijfeilanden waaronder mosselen gekweekt worden. We hebben gelezen dat de Spaanse ria's 60% van de wereldconsumptie mosselen leveren. De vissersboten zien er goed onderhouden uit en hebben modern gereedschap. Aan de oevers wordt alle vis/schelpdieren verwerkt tot producten op weg naar de consument. Ook daar zit werk in.
Met kruk op pad: Langzaam!

Intussen scharrelen we van ankerplek naar ankerplek. Wandelen is er nog steeds niet bij, maar we genieten er niet minder om. Zometeen gaan we naar het strandje achter de boot, niet zwemmen? Dan maar zonnen en lezen.

Jacomine



----------
radio email processed by SailMail
for information see: http://www.sailmail.com

zondag 19 augustus 2012

9-18 augustus Corme-Muros

Boulevard in Corme

Corme, onze eerste ankerplek in Spanje, ligt aan een van de Spaanse Ria's. Dat zijn de rivieren aan de Atlantische kust van Spanje. De grootste daarvan, met de baaien rondom la Coruna hebben we overgeslagen. We hebben iets meer dan een maand om Spanje en Noord Portugal te bezeilen en dan rond 12 september in Lisabon te zijn. Ook al hebben we veel tijd, we ontkomen niet aan een schema.
Corme is een klein vissersplaatsje met een beschutte haven voor alle windrichtingen behalve zuid. We hebben er drie heerlijke dagen. Het weer is geweldig: zonnig en niet te veel wind. Het plaatsje is net groot genoeg: er is een markt op vrijdag, twee piepkleine supermercado's en talloze café's. We genieten vooral van het buitenleven met gewoon een t-shirtje aan en gaan naar het strand. We varen voor het eerst met de bijboot door de branding het strand op. We komen er dwars op te liggen, lopen bijna vol en dan zijn dit nog maar kleine golfjes. Dat vraagt nog wat oefenen. Het afvaren gaat al veel makkelijker omdat we nu eerst het patroon van de golven bekijken.

Paella a la Jacomine
Ik geniet van het verse eten wat we overal kunnen kopen, vaak uit een bestelbusje wat gewoon op straat parkeert. Bij de visbus vraag ik de dames die er wachten in mijn beste Spaans wat ik nodig heb voor Paella. De meningen blijken verdeeld, want er volgt een een heftig gesprek waar ik slechts woorden van begrijp. Dan komt de vertaling in langzaam 'Spaans voor Buitenlanders' (en dat is erg aardig, want meestal herhalen Spanjaarden wat zo zoeven ook gezegd hebben, maar dan twee keer zo hard en de derde keer zelfs drie keer zo hard): 'We doen de kast open en kijken wat we hebben en daar maken we paella van'. Dus dat doe ik ook en voeg daar wat schelpjes en chorizo aan toe. Het resultaat is uitstekend, een goed recept! Lastiger is de gezouten vis van de supermercado, waarvan ik alleen het eerste deel van de instructies begrijp, de overige 5 minuten gaan me te snel. Het is zeker eetbaar, maar of het ik een tweede keer weer kan?

Tijdens de siesta werken we aan onze kluslijst. Ik naai een zonnetentje voor over de kuip. Die stond al lang op mijn lijstje, maar ik kon er niet toe komen in het herfstige Engeland. Nu de zon schijnt lijkt het meer voor de hand te liggen.
Kerkje op de rotsen aan de Costa del Morte

De eerste dag komen de buren even langs met de bijboot om gedag te zeggen. We spreken af voor een borreltje eind van de middag. Het is een Engels stel en hun boot kon niet verschillender zijn van de onze: een catamaran van 20 meter lang en 10 meter breed. 6 hutten en 4 badkamers etc. Een enorm zonnedek en een bewegend zwem- annex bijboot-platform annex loopplank en alles gaat hydraulisch op en neer. Een soort James Bond boot dus. Ze hebben deze zomer 5 maanden in het noorden van Spanje gevaren als oefenrondje en hopen volgend jaar voor onbepaalde tijd naar de Middelandse Zee te gaan en wellicht verder. Hoe verschillend de boten ook zijn, we hebben dezelfde dromen. Het is dan ook erg leuk om uit te wisselen en we praten over plannen en hoe dit zo gekomen is in ons leven. Ook de volgende dag zien we elkaar en gaan we naar een concert(je) in Corme. Alle stoelen op het pleintje zijn nog leeg en we gaan eerst even wat drinken. Het gesprek is zo boeiend, dat we de hele muziek vergeten en pas weer op het pleintje komen als alles weg is. Nou ja, ik weet niet of we veel gemist hebben.......
Weerkaart 14 augustus 2012 

De weerberichten blijven in beeld: het ziet er niet best uit. We tellen 8 lagedruk-gebieden en twee of drie hebben net dit puntje van Spanje uitgekozen om in Europa te landen. De buren vertrekken richting la Coruna en wij gaan zuid naar de volgende baai. In Camarinas vinden wij een beschutte plek voor de harde wind, de regen ontlopen we helaas niet. We wandelen een stukje van het kustpad langs de Costa del Morte. Wie wil daar nu op vakantie? In vroeger tijden zijn hier heel wat schepen te pletter gevaren op de onherbergzame kust met enorme rotsen voor de deur. Verder is Camarinas alleen memorabel omdat we de grandioze afsluiting van de olympische spelen daar zien en een leuke avond hebben met een Engels stel wat ook richting het zuiden vaart.

Vuurtoren van Finisterre
We hebben alle tijd om te lezen en ontdekken dat dit gedeelte van de Spaanse kust bekend staat om het grillige weer, wat daarna Engeland en Nederland trefft. Ten zuiden van Finisterre komt het weer onder invloed van een ander syteem en is vaak veel beter....... Na Finisterre??? Wat doen we dan hier?
De volgende dag liggen we in Finisterre en de wind loeit om onze oren. Gelukkig liggen we achter de havendam (met dank aan de EG-subsidie, deze is zojuist verlengd) en zien we de golven aan de andere kant van de baai uiteenspatten. We worden er een beetje chagerijnig van. Nou ja, volgens Roel ben ik alleen chagerijnig. In ieder geval hoog tijd om weer even los van elkaar op pad te gaan. Heerlijk!
Er komt nog een front aan met zuidenwind, dus eind van de dag gaan we toch anker op naar de volgende ria, maar 12 mijl varen. De vissers die binnenkomen waarschuwen met handgebaren dat er hoge golven staan en dat is ook zo. Tara slaat zich er moedig doorheen, we gaan alleen niet zo hard en moeten met de hand sturen. De branding op de rotsen die een paar mijl buiten de kust liggen is indrukwekkend en ik ben blij dat we goed zicht hebben.
Ankerbaai achter de havendam van Finisterre, Tara ligt links

Muros is dit keer de bestemming. Heel beschut en het ziet er prachtig uit als we net voor het donker het anker laten vallen. Roel neemt me mee uit eten, er is een buitenbioscoop op het pleintje en live muziek in de tent. Het is weer helemaal goed zo!

Er komt beter weer aan (we blijven erin geloven) en dat betekent dat we eindelijk de buiskap kunnen schilderen. Die staat al sinds maart in de grondverf en de binnenkant is zelfs nog kaal aluminium. Het is een grote klus want de ramen moeten eruit en de zonnepanelen moeten los etc. Het blijft moeilijk om het verfsysteem goed te doen: juiste temperatuur, juiste luchtvochtigheid, twee componenten in de juiste mix, de verwerkingstijd, drie verschilende lagen en sommige wel 2 keer en met de juiste tijd ertussen. We ontdekken dat op een paar plekjes toch corrosie ontstaan is onder de verflaag die er al op zit. Ook die schuren we weer open. Lastig hoor! Hoe moet dit nu ooit mooi worden? We doen het dus zo goed mogelijk. De temperatuur is goed, het is droog genoeg, met een paar halve dagen werken ziet het er weer prima uit.
Buiskap voor de eerste keer in de primer

's middags is er dan tijd om in het stadje te banjeren. Er is een driedaagse San Roque herdenking met een processie op donderdagavond. Hij lijkt erg veel op St Jacobus? In ieder geval een hele groep pelgrims met de Jacobusschelp op hun pij. Op vrijdagavond is er live muziek op een klein binnenpleintje met een jazz muziekant en zangeres. Het is sfeervol en opvallend is dat er nog gegeten wordt tot diep in de nacht, er veel kinderen zijn die gewoon rondom alles heen spelen, of slapen in de armen van een ouder en jonge ouders met kleintjes slapend in de buggy die gewoon aanschuiven bij hun vriendengroep op het terras. Wat is dit toch een heerlijk klimaat wat uitnodigt tot zo'n andere manier van leven. Dat wij nog niet helemaal gewend zijn blijkt als we om 12 uur alletwee omvallen van de slaap en als eersten het plein verlaten. 's Morgens vroeg als we gaan schuren, zijn we alweer omgeven door kleine, felgekleurde vissersbootjes die met 4 lijntjes drijvend aan het vissen zijn. Zo zijn er de hele dag mensen aan het vissen, met laag water op de slikken, of vanuit de boot met een drijfnet wat met de hand in en uit het water gaat etc. Alsof de tijd heeft stilgestaan.
Ankerbaai van Muros





vrijdag 10 augustus 2012

29 juli-8 augustus Falmouth-Biskaje-Spanje


Soms zou ik willen dat ik meer op een man lijk. Of, om preciezer te zijn, op de man die naast mij ligt te slapen. Morgen gaan we op weg naar Spanje en Roel en ik zijn heel verschillend in hoe we daar mee omgaan. Ik lig nog uren van alles na te lopen in mijn hoofd, Roel slaapt als een blok. Ik ben jaloers en weet dat ik mijn energie later hard nodig heb, maar het helpt niet.
dek schrobben

De afgelopen week hebben we allerlei bootklussen afgewerkt. Roel heeft gisteren nog een uur boven in de mast gehangen om de marifoonantenne opnieuw aan te sluiten en na weken zoeken en proberen doet de marifoon het nu weer uitstekend. Lang leve internet voor de technische beschrijvingen!
We hebben een paar dagen ver naar binnen op de rivier geankerd en aan een ponton gelegen: het heeft flink gestormd! Het laag bij Ierland kwam maar niet van zijn plek. We worden steeds beter in het ontcijferen van weerberichten: “a low with rather unsetteled en windy conditions” betekent gewoon dat er echt slecht weer met veel wind aankomt. “Unseasonable” durven ze geloof ik niet meer te zeggen deze zomer.
In het begin tel ik de dagen en denk: “Iedere twee dagen extra hier is een Spaanse rivier minder.”
Maar we liggen op een van de mooiste rivieren in Engeland! En het beste plan was toch om geen plan te hebben? 
Dan krijgen we verdrietig nieuws uit Nederland, een vriend is onverwacht overleden. Het houdt ons alle dagen bezig en we ervaren hoe het is om daar niet bij te zijn. De oversteek en tijdschema zijn even niet belangrijk. We hebben ook geen zin in “bezichtigen”.
Fal river met donkere luchten

We maken lange wandelingen en de omgeving van de rivier is erg afwisselend. Zien op een avond in een afgelegen kreek zo'n 20 zilverreigers langsvliegen, op weg naar hun slaapplek. Lezen veel, ik heb een boek wat zich afspeelt in de omgeving van Falmouth, het maakt de plaatsjes waar we langskomen extra bijzonder. We onmoeten nog een keer het stel zeilers van eerder deze reis en hebben een hele fijne avond. Het is als afspreken met vrienden die we al veel langer kennen, en dat is iets wat we net nodig hebben.
Intussen volgen we steeds het weer, bekijken de kaarten van de Golf van Biskaje, de aanloop naar de verschillende havens, maken een langere termijn planning etc. We zijn er nu wel klaar voor.

En nu lijkt er een “weergat” aan te komen waar we genoeg aan hebben om over te steken.
Het laag gaat opschuiven. Daarna komt er altijd noordwesten wind, dat is gunstig voor de slag naar het zuidwesten die we moeten maken. Later draait de wind west of zelfs door naar zuidwest. Dat laatste is ongunstig voor ons, dus we hopen dat de wind niet te snel draait. Ten noorden van Spanje komt dan oostenwind, ook gunstig voor ons. We puzzelen wat af op de weer- en windkaartjes. Sommigen met golfhoogten etc. Maar het zijn voorspellingen en daardoor blijft het spannend. We zullen 3 á 4 dagen onderweg zijn en uitwijken is niet echt makkelijk.
Blauw oog van de Golf van Biskaje

De laatste boodschappen gedaan, de boot opgeruimd en alles wat los zit opgeborgen. Alvast warm eten gemaakt: de eerste dag op zee is keukenwerk niet mijn sterkste kant. Alleen nog tanken en weg.
We beginnen rustig op de motor en na 5 uur op het zeil. De rollen zijn omgekeerd: Roel is dit keer zeeziek en ik niet. Dat is geloof ik nog nooit voorgekomen. De eerste nacht vind ik altijd moeilijk. Deze avond wordt het donker uit het westen in plaats van het oosten. Een zwarte muur van wolken komt op ons af en de wind trekt ook aardig aan. We reven al uit voorzorg. Om 12 uur blijkt het niet genoeg: er moet een tweede rif in het grootzeil (doet Roel), de genua ingerold en het kleinere kotterzeil uitgerold. In het donker (maar wel met het deklicht aan – een soort spotlight halverwege de mast) op een stampend schip niet echt een pretje. Dan blijkt dat de binder van het kotterzeil er nog op zit: Jacomine nog een keer naar voren. De bakstag vergeten: Roel nog een keer naar voren. Dit is dus aldoende leren: mooi weer overdag betekent niet dat het zo blijft. We hebben een onrustige nacht. Als ik aan het begin van mijn tweede wacht probeer thee in te schenken, wordt ik door een bokkige golf van mijn benen gezwiept tegen het keukenkastje. Een geluk dat de randjes zo netjes rond afgewerkt zijn, anders had Roel de hechtlessen in praktijk moeten brengen. Het levert me wel een dik, blauw oog op. Voortaan zorgt diegene die van de wacht afkomt dat er voldoende warm water is: die is ingeslingerd.
eindelijk in de zon buiten kunnen lezen

De tweede dag hebben we een prachtige zeildag én nacht, waarin we allebei onze slaapuurtjes inhalen en waarin Roel voor het eerst deze reis in zijn blote bast zit (7 augustus, dus het werd hoog tijd....). We eten die avond gewekte lamscurry, twee weken geleden door Roel gemaakt en mijn eerste wekexperiment. Het is prima gelukt! (met dank aan Coletta en Erwin van de Fuga die ons na hun Atlantisch oversteek de wekspullen cadeau deden) Er is 's nachts een heldere maan en er zijn veel sterren en soms ook vallende sterren. De eerste vallende ster zie ik aan voor een lichtkogel van een schip in nood, maar de kleur klopt niet... ? Dan maar snel een wens.
We varen nu buiten het continentaal plat, de aardkorst waar Europa op ligt. Op een zee die rond de 4.500 meter diep is! De golven zijn hier veel rustiger, vooral de onderlinge afstand is veel groter en er is bijna geen scheepvaart, omdat we niet op hun route zitten.
We zien een walvis achter de boot die een keer of 5 bovenkomt om adem te halen en dan uit het zicht verdwijnt. Het zou een Mink kunnen zijn, of een Fin Whale? Indrukwekkend is het in ieder geval, de elegante en langzame beweging die meters lang doorgaat. Gelukkig hebben wij zijn adem niet kunnen ruiken (rotte kool) en het lijkt mij ook beter voor de boot dat hij/zij een beetje afstand houdt.
vissers om ons heen op het plotterscherm

De derde nacht is heftig. Veel wind, weliswaar uit de goede richting: oost, dus we kunnen ruime wind varen. Maar het gaat hard, zo'n windkracht 5 tot 6 schatten we in en vooral de golfslag is heftig en bokkig. Het voelt het anders dan op het IJsselmeer. De windvaan heeft moeite met sturen en in verschillende stappen reven we tot we alleen nog een gedeelte van het grootzeil hebben staan en nog steeds lopen we 7 knopen! Er rollen forse golven onder de boot door. In mijn tweede wacht naderen we de kust van Spanje. De diepte loopt daar in korte tijd terug van bijna 5 kilometer naar 200 meter of minder. De golven worden echt onstuimig en ik roep Roel uit zijn slaap om dit stuk samen te doen. Als ik dan op de hand moet sturen is er nog iemand die de kaart en zo in de gaten kan houden. Het gaat eigenlijk prima, Tara rolt overal doorheen en ook de windvaan blijft sturen. Spectaculair is dat de golven naast de kuip soms op een meter afstand nog hoger zijn dan ons schip, maar Tara tilt op tijd haar kont op en meer dan wat druppels komen er niet binnen. Ons alziend oog in de mast tovert op de plotter zoveel visserschepen in het ondiepere stuk dat het net een goedgevuld krentenbrood lijkt. Daar zeilen we maar even omheen. Roel kruipt weer te kooi en ik zie de zon opkomen. Pff wat een nacht, maar, we zijn bijna in Spanje! Geheel volgens de voorspelling op de weerkaarten is om twaalf uur 's middags de wind op en starten we de motor voor het laatste stuk. We zagen al een paar keer dolfijnen in de verte en nu is het kennelijk speeltijd. We hebben diverse malen groepen dolfijnen langs en onder boot. Ze blijven een tijdje hangen voor de boeg, zwemmen een stukje ondersteboven in het heldere water en het lijkt of ze je aankijken: kortom, ze zitten lekker in hun vel. De zon schijnt, het is warm: ook voor ons lekker!


Eind van de middag, na 80 uur varen, melden we ons op verzoek van de Engelse kustwacht bij de kustwacht van La Coruna. Ik geloof dat zij er er niet zo mee zitten dat we er zijn, maar voor ons plezier willen ze ons wel afmelden in Falmouth. Toch een beetje andere cultuur?
Crome in de ochtendmist

We varen de baai in van Crome en Laxe (ten zuid-westen van La Coruna) en kiezen voor een ankerplaats bij Crome, aan de noordkant van de baai. Het zijn beiden piepkleine vissersplaatsjes, weinig toeristisch, met een paar andere “jachies”, witte strandjes en palmbomen waar verder niet veel te doen is. Maar wie zou hier nu ook iets willen DOEN? Wij niet. We roeien naar de kant, eten een visje in een plaatselijk tentje, roeien terug en vallen als een blok in slaap. We zijn er, het is goed gegaan, we hebben veel geleerd en dit was de langste oversteek voor dit half jaar. Toch weer een beetje vakantie?

PS 1: ons wachtschema is nu 8-12uur 's avonds Jacomine; 12-3 uur 's nachts Roel; 3-6 uur 's nachts Jacomine; 6-10 uur 's morgens Roel. Overdag is het nu nog wisselend, wie het meeste zin heeft.....
PS 2: hebben jullie de video's al gezien – tabblad 5 op het hoofdscherm van het blog!!!

zaterdag 28 juli 2012

15-28 juli Scilly's Falmouth Bath


Twee weken in één blog! Voorbij gevlogen.
Een pittige dag en nacht zeilen brengt ons in 21 uur op de Scilly's. Halve wind (de wind op de zijkant van het schip, boot niet schuin dus) met windkracht 4 tot 5. Het gaat lekker hard, maar ook voor het eerst de oceaandeining. Lange golven, 1,5 meter hoog ongeveer ook dwars op het schip, dus die rollen onder ons door. Ik blijf het bijzonder vinden dat 's nachts de wind altijd harder lijkt en de golven hoger, ik denk omdat je het niet ziet. Veel vissers onderweg, dus opletten geblazen. 
We leggen aan bij een van de vele vrije ankerboeien op St Mary's, het “grootste” eiland van de 48. Tussen haakjes want ze zijn namelijk allemaal (erg) klein, niet meer dan rotsklompen die boven de zeespiegel uitsteken. Er wonen 2.000 mensen op de 5 bewoonde eilandjes. Een prachtige gebied, maar vooral om met mooi, rustig weer te verblijven aldus de pilot. Veel ankerplekken, maar niet één die bij alle windrichtingen beschut is. De eilanden hebben een subtropisch klimaat en op de dag dat we aankomen, doen ze hun naam eer aan! Zon, buiten zitten, lekker door het dorpje Hugh Town slenteren en op een strandje liggen. Overal bloemen en zelfs palmboompjes. De dag erna is het alweer over: (mot)regen en wind. We stuiteren aardig aan de ankerboei. Toch even fietsen over het eiland: in een uur ben je rond. Maar wel drie grafheuvels van rond de 4.500 jaar oud, dezelfde tijd als Newgrange in Ierland. Veel bescheidener dan daar, waarschijnlijk woonden hier ook veel kleinere gemeenschappen. Het valt ons op dat iedereen iets wil verkopen: bloemen, plantjes, groente etc. Als we de huurfietsen terugbrengen, maak ik een praatje met de eigenaar. Twee jaar woont en werkt hij nu op het eiland, een droom. De verhuur valt wat tegen, dit jaar omdat het weer tot nu toe te wensen overlaat, maar ook door de “crisis”denkt hij. Het is duur om naar de Scilly's te komen. Als hij een goed seizoen heeft kan hij de winter overbruggen, maar een klus op het vasteland is ook welkom om de financiën aan te vullen. Hij kijkt wat mistroostig naar de vele ongebruikte fietsen. “Maar ik kan altijd voor mijn winkel in de zon staan en uitkijken over de haven” zegt hij moedig. 
Porth Hellick grafheuvel, de ingang achter de steen

We praten over het eilandleven in de winter. Er wonen veel ouderen op de eilanden, kinderen kunnen tot hun 16e naar school, maar voor verdere studie gaan ze naar de vaste wal en komen meestal niet meer terug. De jongeren die terug willen komen, vinden vrijwel geen werk en kunnen geen huis kopen. Bijna alles wat leeg komt wordt voor veel geld verkocht als verhuur/ vakantiehuis. We zien dat ook in het dorp. Hoe moet het dan met de ouderen? En met de gemeenschap? Er lijkt geen lange termijn visie te zijn op dit probleem. Als mensen echt zorg nodig hebben moeten ze ook naar de vastewal. Misschien dat over een aantal jaren het dorp alleen nog maar vakantiepark is? Onderweg zien we verschillende bankjes met koperen plaatjes: “als dank voor de 25 heerlijke vakantie jaren op het eiland” en meer in die trant. Zou dat ook een verandering zijn: de generatie van de bankjes is een andere dan de jonge mensen van nu, die gaan naar Spanje of Thailand. Ook de vakantiegasten die we tegen komen in het dorpje zijn voor het merendeel duidelijk 55+ ers die terug keren naar hun geliefde Scilly's. Ik hoop dat het een momentopname is, de schoolvakanties beginnen net en misschien is het volgende week helemaal anders.
We gaan in ieder geval even wat drinken in de “Mermaid” een kroeg waarvan ik denk dat die in de winter ook nog heel gezellig is: klein, met biljart en een leuke bar.
Hortensia's in Trelissick Gardens

Volgende morgen, weerbericht windkracht 5 toenemend tot 7 over 24 uur en verder. Geen Scilly's weer. Jammer. We gooien los en we zeilen heerlijk voor de wind weg naar het vasteland, naar de vissershaven Newlyn, net onder Penzance. Hier ligt de vissersvloot van heel zuid-westelijk Engeland. Ik ben net Trawler van Redmond O'Hanlon aan het lezen over de visserij in de Noordelijke Atlantic. Hilarisch en erg leerzaam tegelijk. Zwaar en gevaarlijk werk en de gevolgen van de regulatie vanuit Brussel gaan ver. We zitten er met ons neus bovenop, maar eten ook verse kreeft (die net in de pan past) en krab tot we twee dagen later naar Falmouth vertrekken.
Er moet namelijk wat gedaan worden om de boot klaar te maken voor de oversteek naar Spanje en Falmouth is een zeilers-reparatie-paradijs. Voorzeil reparatie, ankerketing doorvoer lekt, schilderklusjes, marifoon werkt niet goed etc etc. We vinden alles wat we nodig hebben en crossen op de vouwfietsjes heen en weer. Het weer werkt dit keer erg mee en we hebben heerlijke klusdagen.
het Romeinse Bad met de Abbey op de achtergrond

We huren een auto, verkennen Cornwall en ontmoeten Jeroen en Pauline in Bath. Een stadje wat in de 18e eeuw echt chic was. Prachtige gebouwen in geel zandsteen, brede lanen, parken en pleinen. Lang daarvoor, onder de Romeinen, een beroemde badplaats en tempel vanwege de natuurlijke thermale warmwaterbron. In de Tweede Wereldoorlog helaas zwaar gebombardeerd, maar daarna ook gerestaureerd en wij kunnen het verschil niet zien. We doen toeristen dingen en Pauline en ik dobberen heerlijk een paar uur in de thermale wateren van Bath Spa. Het zwembad op de bovenste verdieping is in de openlucht en kijkt uit over de prachtige “skyline” van het stadje en de groene heuvels die het omringen. Niet slecht!
Op de terugweg bezoeken we de Trelissick Gardens, een landgoed aan de rivier Fal. Erg mooi en rustig, we zoeken een bankje en lezen een paar uur. Ik heb een spannend boek gevonden wat speelt in de omgeving van Falmouth en Trelissick speelt daarin een belangrijke rol. Roel leest over Kindsoldaten in Soedan....

Nu zijn we weer een paar dagen aan het werk. Vanavond krijgen we zeilers uit Falmouth op bezoek, die we eerder deze reis ontmoet hebben in Tobermory. Daarna wachten we op een goed weerbericht om over te steken naar Spanje.

Jacomine



zaterdag 14 juli 2012

5-14 juli Ierland


Zomer in Ierland

Halverwege  donderdag komen we aan in Howth, een jachthaven net buiten Dublin. Op de kade een overvloed aan verse vis en de eerste dag ook zon: geweldig. We genieten van het buiten zitten en lopen Howth Head wandelpad langs de kust, vanwaar we een prachtig uitzicht hebben op de baai waaraan Dublin ligt.

Hal van een van de faculteiten van Trinity

Dublin zelf bekijken we de volgende dag bij regen, maar niet te min is er veel te zien. We doen een historische tour Ierse geschiedenis. De gids is net afgestudeerd en vertelt bevlogen. Ik realiseer mij dat we, door te reizen in Schotland, Engeland en Ierland, de verschilende kanten van de geschiedenis horen, steeds bekeken vanuit een ander perspectief. De Ieren (voor zover ik daar iets over kan zeggen) voelen zich vaak in de steek gelaten door Engeland en ondergewaardeerd. De Katholieke meerderheid had niet zoveel te zeggen en de residuen daarvan vind je nu nog steeds terug in het verhaal over hun geschiedenis. Het prachtige Trinity College is opgericht in 1592 door Koningin Elizabeth I en was natuurlijk protestants. De Bank van Ierland in het centrum was daarvoor het parlement van Ierland, tot het zichzelf in 1801 min of meer gedwongen heeft opgeheven om aan te sluiten bij Engeland. In 1845-51 is er grote honger door de aardappelziekte, waarbij vele Ieren (1 miljoen) sterven, 2 miljoen vertrekken terwijl de graanoogsten om commerciele redenen gewoon naar Engeland verscheept worden. De laatste 100 jaar de onafhankelijkheid, de onrust in Noord Ierland en jaren van ongekende armoede en welvaart lijken elkaar af te wisselen. 
De Ierse bank/ voormalig palement
Dublin is een levendige stad, met mooie parken, veel geschiedenis en de winkels zijn veelal gevestigd in oude panden waardoor het een authentieke sfeer heeft. Het Trinity college staat bol van de oude gebruiken en de bibliotheek huisvest het boek van Kells, een boek met de 4 grote evangelien van rond het jaar 800 en prachtig geillustreerd. Schrik niet, per boek waren bijna 200 runderen nodig voor het perkament. De oude bibliotheek is ook bijzonder door het systeeem van ordening. Boeken worden niet op onderwerp of schrijver geordend maar op de de hoogte van het boek. We spreken een student geschiedenis die vertelt dat hij soms 6 uur moest zoeken naar het boek wat hij nodig heeft: eerst zoek je het boek dat je wilt hebben op in de catalogus, dan kijk je hoe hoog het is dan ga je met een meetlatje de bieb in en zoek je tussen alle boeken die even hoog zijn het exemplaar wat je nodig hebt. Rare jongens die Ieren!  Als ik door de bieb loop en zie hoeveel boeken ze hebben en dat alles echt helemaal volgestampt staat, snap ik het ook wel. Het ziet er “netjes” uit. Het is zo leuk in Dublin dat we nog een dag teruggaan om door de stad te lopen. Ik ben James Joyce's Dubliners aan het lezen en het is bijzonder om dan door de straten te lopen waar de verhalen zich afspelen.

We huren een auto en verkennen de omgeving van Dublin. 
kerkje in Glendalouch

Glendalough, een kloosterstadje uit de 5e eeuw - nu grotendeels ruines – in een prachtig dal. Erg mooi, vooral als je de tourbussen kunt omzeilen, wij waren daar 9 uur 's avonds en hadden het rijk alleen.


Wicklow mountains waar we een stukje van het lange afstand wandelpad lopen. 
Wicklow mountains


De prachtig aangelegde tuinen van Powerscourt. Als ik het goed begrepen heb zijn 200 man daar 12 jaar mee bezig geweest, maar dan heb je ook wat. 
Newgrange /Knowth zijn rituele (begraaf?) plaatsen uit de vroege steentijd, nog 500 jaar ouder dan de pyramides. Ongelofelijk groot en ingenieus gebouwd als het binnenste na 6500 jaar nog staat en de kamers droog zijn. De ingangen zijn gebouwd op verschillende zonnewendes van het jaar en versierd met universele, in de rots gekerfde motieven. De bouwmaterialen komen uit de wijde omgeving, tot 100 km weg. Het blijft een raadsel hoe de vroegere bewoners de vele tonnen wegende stenen vervoerd hebben. De buitenkant van de heuvels is gereconstrueerd omdat er in de eeuwen daarna ook weer op gebouwd en geleefd is.


Grafheuvels in Knowth
Zeilers die we in Portpatrick onmoet hebben, wonen net boven Howth en nodigen ons uit om een avond bij hen door te brengen. We hebben veel gemeen en het is een fijn bezoek. Zo horen we ook hoe zij het leven ervaren. Een grappig verhaal is dat van de heilige drie-eenheid van een Ierse moeder: een zoon die ingenieur wordt, een die dokter wordt en een die priester wordt. Een gesprek gaat dan steeds als volgt: “my son, the engeneer (of doctor of priest), etc etc” Zij hebben een zoon die ingenieur wordt en wij ook, dus het begin is er. 
En natuurlijk komen we in veel pubs, want daar speelt het leven zich af in Ierland. Aardige mensen waarmee je makkelijk contact legt, goed eten en goede, veelal live, muziek. Ik ga zelfs over op Guiness en we leren dat je moet wachten tot alle belletjes opgetrokken zijn, voor je gaat drinken. In een pub in Dublin blijkt een lunch-muziekpauze te zijn. Kantoormensen uit de buurt eten daar op vrijdag en maken dan samen een uur of wat muziek, voor ze weer terug gaan. 4 kleine trekharmonica's, een viool, 6 dwarsfluiten en een banjo achtige gitaar. Ze spelen bekende Ierse melodien en een andere pubgast zingt a capella een ballade over zijn oom in Amerika. Dat vind ik het leukste wat er is, als we zo aan kunnen schuiven bij waar mensen gewoon mee bezig zijn.
Mijn "vagabond" in Dublin

We horen verhalen over een gezin met 7 jongens waarvan er 30 jaar geleden 6 naar evenzovele buitenlanden zijn vertrokken, de economische malaise van dit moment (maar lang niet zo erg als de jaren 80 volgens velen). We stappen half tien 's morgens een pub in op zoek naar koffie, " no luv, no cuffee ere". De bar zit wel vol met mannen aan hun eerste Guiness - dat hoop ik tenminste voor hen - en een spelletje domino. Verder hebben wij het twijfelachtige genoegen de natste en koudste maanden mei en juni mee te maken sinds jaren en zoals we het nu bekijken wordt juli hier niet veel beter. In de pub in Kilmorequay, onze laatste Ierse aanlegplaats, is de haard aan én natuurlijk goede live music. Het is druk, vrijdagavond en iedereen komt even bijkletsen. Een goed moment om te vertrekken na zo'n leuke avond. We gaan naar het zuiden (horen jullie hoe hoopvol dat klinkt), richting Scilly Eilanden het meest zuid-westlijke puntje van Engeland.




Jacomine